Amsterdam schreef afgelopen zondag in het Spaanse Sant Cugat del Vallès zaalhistorie. Als eerste Nederlandse herenploeg won de club de Europese zaaltitel, na een 7-4 zege op Harvestehuder THC. ‘Het voelt nog steeds onwerkelijk’, zegt aanvoerder Boris Burkhardt.
Aan de zijkant van het veld vormt zich een kluwen van spelers. Medailles bungelen om hun nek, armen gaan de lucht in. Tussen hen in glinstert de beker. ‘Dit is uniek’, zegt Burkhardt. ‘De titel voelt nog steeds onwerkelijk. Maar ik geloofde er wel in dat het kon. Dit team was goed genoeg.’
Amsterdam kwam naar Spanje als landskampioen van 2025. Eerder deze maand verloor de ploeg de finale van het NK Zaal van HDM. Maar die nederlaag bracht de ploeg niet uit evenwicht.
Amsterdam en zijn fans vieren het behalen van de Europese zaaltitel. Foto: Worldsportpics/Frank Uijlenbroek
Ploeg leefde voor zaalhockey
Coach Teun Rohof en assistent Robert Tigges wonnen in 2015 als spelers met Oranje de wereldtitel en behoorden tot de generatie die met Amsterdam het Nederlandse zaalhockey domineerde. De ploeg trainde twee tot drie keer per week, soms al om zeven uur ’s ochtends in de blaashal, met vijftien man. ‘Zaalhockey leeft in deze groep’, zei Rohof vooraf.
De selectie beschikte over internationale ervaring. Burkhardt en Lucas Middendorp zijn voormalig zaalinternationals. Meerdere spelers maakten ooit deel uit van de trainingsgroep van Oranje Zaal. Max Sweering werd in 2015 wereldkampioen, net als trainers Rohof en Tigges. Daarbovenop kwamen de Zuid-Afrikaanse internationals Dayaan en Mustapha Cassiem. Mustapha werd in 2024 uitgeroepen tot beste speler van het Europacuptoernooi, dit jaar ging die eer naar zijn broer Dayaan. Burkhardt werd met dertien doelpunten topscorer van het toernooi.
Toch waren de statistieken in het nadeel van Amsterdam. In 35 jaar Europacuphistorie wonnen de Nederlandse clubs zeven medailles: drie keer zilver, vier keer brons, maar nooit goud. Decennialang domineerden Duitse clubs, vooral vanwege hun sterke zaaltraditie. Ook dit jaar kwam de favoriet uit Duitsland. Vijfvoudig winnaar Harvestehuder THC uit Hamburg, op Rot-Weiss Köln na de meest succesvolle zaalploeg in Europa.
Dayaan Cassiem uitgeroepen tot beste speler van het toernooi. Foto: Worldsportpics/Frank Uijlenbroek
Europese zaalgrootmacht
Aan kwaliteit ontbrak het niet bij de Duitsers. De ploeg beschikte over de Oostenrijkers Fülöp Losonci en Xaver Hasun, die onlangs met hun land het EK Zaal 2026 wonnen, en de Pool Gracjan Jarzyński, die tijdens dat toernooi in Heidelberg werd uitgeroepen tot beste speler. Ook jong talent was vertegenwoordigd. Vincent Scholz werd op datzelfde EK verkozen tot beste speler onder 21 jaar. Drie spelers kroonden zich bovendien met Duitsland tot wereldkampioen zaal in 2025.
Maar de Duitse grootmacht werd in de finale met 7-4 verslagen. ‘Ik heb vaak van de Duitsers verloren. Wij allemaal’, zegt Burkhardt. ‘Ze komen altijd terug van een achterstand. Dus als je de trekker kunt overhalen, moet je dat doen. Je moet marge pakken.’
Dat deed Amsterdam dan ook in die finale. Na doelpunten van Burkhardt en de broers Cassiem liep het uit naar 4-1. De voorsprong slonk tot 4-2 en 5-3, maar dit keer bleef de ploeg vooruit verdedigen en hoog druk zetten. De Duitsers kregen geen ruimte om het duel te kantelen, zegt Burkhardt. ‘We hebben ons niet ingegraven. We zijn blijven pressen. Dat was belangrijk. We durfden de actie te blijven maken.’
Daarmee liet Amsterdam zien dat Nederland, ook zonder nationale zaalploeg, nog altijd tot de Europese top behoort. ‘Deze titel zegt wel dat we een enorm goed zaalhockeyland zijn’, vindt Burkhardt. ‘Ik hoop dat dit Oranje nieuw leven inblaast.’
Boris Burkhardt en keeper Olivier Paalman vieren de overwinning op Harvestehuder THC. Foto: Worldsportpics/Frank Uijlenbroek
Wat vind jij? Praat mee...
Je moet inloggen om een reactie te kunnen plaatsen.