Tim Oudenaller beleefde een van de meest hectische winters van zijn coachloopbaan. Eerst werd zijn vertrek bij ‘zijn’ Kampong wereldkundig gemaakt. Vervolgens coachte hij in India en werd bekend dat Cartouche zijn nieuwe club is. En tussendoor meldde zijn topscorer dat hij bij de concurrent gaat spelen. ‘Mijn telefoon maakte overuren.’
‘Even bowlen. Dat was de bedoeling. Was maar op twintig minuten rijden, dachten we. Maar we hadden er geen rekening mee gehouden dat er een koe op de weg zou staan. Die zijn natuurlijk heilig in India. Dus mocht niemand daaraan zitten. Eén koe zorgde voor een gigantische verkeersopstopping. We hebben 2,5 uur vastgestaan met onze spelersbus met beveiliging. Konden geen kant op. Het gooide ons hele dagprogramma omver. Bizar en fascinerend tegelijk. Tenminste, dat vond ik, als nieuwkomer in India.’
Het is een van de vele anekdotes van zijn avontuur in het wonderlijke Aziatische land, waar Oudenaller twee maanden coach was van de Delhi Pipers. ‘Ze hadden ook een vrouwenteam in de competitie meedraaien. Dan heb je het over een totaalbudget van een miljoen euro. Voor een maandje hockey. Eigenlijk ongelooflijk. Het viel me wel op dat er heel weinig publiek was. Maar zo’n wedstrijd wordt op driehonderd tv-kanalen uitgezonden. Dat is voor de sponsor veel belangrijker.’
Het gezin op de scooter
Die bakken met geld zorgen natuurlijk voor de nodige druk in het immer heetgebakerde India. In de vrouwencompetitie sneuvelde de eerste trainer al na een paar wedstrijden. Bij Oudenaller vielen de resultaten ook niet mee. Zijn team won maar een van de zeven duels.
Dat zette hem natuurlijk aan het denken. ‘Maar ondertussen was ik ook vrij laconiek. Gelukkig wonnen we vrij snel voor het eerst. En ze bleven vooruitgang zien, waardoor er geen bestuursleden in de kleedkamer rondliepen. Het was prachtig, maar ook – ik weet dat iedereen het zegt – een enorme reality check. De armoede op straat is ongekend. Een gezin met drie kids op een scooter, allemaal zonder helm. Als jonge vader raakt me dat wel. Als je wieg daar staat, heb je zo’n andere uitgangspositie dan hier.’
Hij schudt zijn hoofd in het clubhuis van Kampong. De plek waar hij ieder hoekje en gaatje kent. De club waarmee hij twee seizoenen geleden landskampioen werd. Europees en nationaal zilver behaalde. Nu vier jaar verantwoordelijk is voor het eerste herenteam en in totaal maar liefst twintig jaar rondliep.
Olympische kampioenen als Lars Balk en Jip Janssen zag hij als kleine jongens binnenkomen. Hij coachte tot vorig seizoen ieder jaar ook nog een prestatief jeugdteam. Maar aan die ronkende liefde tussen de Utrechtse club en Oudenaller komt toch echt een einde. ‘Ik had zelf nog wel – met mijn visie – door willen gaan’, zegt de coach heel eerlijk. ‘Eind vorig jaar zaten we bij elkaar. Zoals dat zo vaak gaat. Aflopend contract, gesprekje met het bestuur.’
Oudenaller na de verloren wedstrijd tegen Bloemendaal met Jip Janssen. Foto: Koen Suyk
Het visieverschil met Kampong
Hij schraapt zijn stem. ‘Het ging dus om visie. De club en ik keken verschillend naar de lange termijn. Ik denk dat er voor Kampong binnenkort een jaar aankomt, waarin we meer moeten bouwen. Dat heeft iedere topploeg zo nu en dan. Kijk naar Rotterdam, dat een paar jaar geleden negende werd, maar nu de meeste internationals heeft. Soms is dan de ontwikkeling van spelers ‘even’ belangrijker dan de prestaties in een seizoen. Dat heb ik bij de club ook aangegeven. We kunnen niet eeuwig leunen op de toppers van nu. De jeugd moeten we laten groeien en we hebben ook al veel talenten in huis. Dan moet je soms voor lief nemen dat je een jaar geen play-offs haalt.’
‘Het bestuur had daar een ander idee over en wil wel elk jaar meedoen om de prijzen. Als je dat wil, moet je stelselmatig grotere jongens halen dan talenten van achttien jaar. We verschilden daarover van mening, waarna zij de knoop doorhakten. Voor mij voelde dat als een tikkie op de kaak. Daar was ik even groggy van. Het lag gevoelig, zeker als je beseft wat je hier allemaal hebt meegemaakt. Niet alleen binnen het veld, maar ook daarbuiten is er de afgelopen jaren veel bij mij gebeurd.’
Ik verstopte de pijn soms en dook dan vol in het hockeyprogramma. Twee dagen na de dood van mijn vader coachte ik ons tijdens de halve finale van de EHL. Achteraf denk ik: dat had ik niet zo moeten doen. Tim Oudenaller
Dat is meer dan waar. Oudenaller verloor in de afgelopen drie jaar zijn beide ouders. Het veranderde de coach als persoon. ‘Ik werd vlakker, minder uitgesproken. Ik verstopte de pijn soms en dook dan vol in het hockeyprogramma. Twee dagen na de dood van mijn vader coachte ik ons tijdens de halve finale van de EHL. Achteraf denk ik: dat had ik niet zo moeten doen. Ik was daar nog niet klaar voor.’
‘Ik rende door, nam de ruimte niet. Wist ook niet hoe ik dat moest aanpakken. Maar ondertussen was ik ook mijn ouders kwijt. Was ik opeens de oudste aan onze kant van de stamboom.’
Hij kijkt even om zich heen richting het veld, waar hij zojuist heeft getraind. ‘Mijn ouders zijn allebei lang ziek geweest. Kampong gaf me in die periode niet alleen afleiding, maar ook geborgenheid. Die steun voelde ik ook, van de mensen in de club en het team. Daardoor krijg je een speciaal gevoel met elkaar. Ook dat zorgt ervoor dat ik altijd verliefd blijf op Kampong. Wat er ook gebeurt.’
Lachend: ‘En eigenlijk weet ik nu al dat ik ooit terugkom. Ik wilde dat Kampong weer sexy zou zijn. Dat heb ik vaak gezegd. Was best een mooie zin, vond ik van mezelf. We weten natuurlijk niet hoe dit seizoen verder loopt, maar in de afgelopen jaren is dat wel gelukt.’
Duco Telgenkamp en coach Tim Oudenaller na de uitschakeling van Kampong in de play-offs. Een jaar later werden ze samen kampioen. Foto: Willem Vernes
Het verrassende afscheid van zijn beste spits
Daardoor deed een ander aangekondigd afscheid wel een beetje pijn in de Domstad. Het vertrek van Oudenaller was net naar de achtergrond verdreven, toen Kampong weer in het nieuws kwam. Ditmaal door de transfer van steraanvaller en topscorer Duco Telgenkamp, die eerder deze maand bekendmaakte dat hij komend seizoen bij Amsterdam speelt. ‘Duuk heeft dat heel netjes gedaan. Hij kwam rond met Amsterdam toen hij zelf in Zuid-Afrika zat met het Nederlands elftal. Daar heeft hij een aantal jongens al gesproken. En alle anderen heeft-ie gebeld. Er was dus geen sprake van onrust of andere gekkigheid.’
‘Natuurlijk vinden we het heel erg jammer dat-ie vertrekt’, zegt Oudenaller. ‘We hebben heel veel in Duuk geïnvesteerd. Hij kwam als jeugdinternational en ik zag wel wat in hem. Hij kreeg hier een kans in de echte top en die greep hij dubbel en dwars. Een spits met zo’n versnelling, fysiek en schot is uniek in de Hoofdklasse. Hij is dodelijk, een beest in de cirkel. Dus ja, we hadden hem het liefst bij Kampong gehouden. Maar hij wil graag alles in één stad hebben en doen. En dat biedt Amsterdam. Het is heel spijtig, maar daar kunnen we niet tegenop.’
Oudenaller had Telgenkamp volgend seizoen dus sowieso niet in zijn selectie gehad. Hij was in India al in gesprek met meerdere Nederlandse clubs. Een coach die kampioen met zijn team is geworden in de Hoofdklasse is schaars, dus waren er veel kapers op de kust. ‘Toen ik in India was, maakte mijn telefoon overuren. Dat is mooi, spannend en ook weer nieuw. Maar één club raakte me het meest. En dat is Cartouche.’
Kampong-coach Tim Oudenaller na het behalen van de landstitel in 2024. Foto: Willem Vernes
Alsof Peter Bosz naar Roda JC gaat
Ook bij de Promotieklasser uit Leidschendam wordt Oudenaller verantwoordelijk voor het eerste mannenteam. Het lijkt een verrassende keuze. Alsof Peter Bosz PSV ineens verlaat voor Roda JC of FC Den Bosch. Maar er zit veel meer achter dan het opvullen van een vrijgekomen stoel in de dug-out.
‘Mijn hockeyleven is begonnen bij Cartouche. We woonden op een paar minuutjes fietsen van de club. Ik heb altijd een speciaal gevoel gehouden, zoals ik dat ook heb met Kampong. Dat de club in de Promotieklasse speelt, maakt me echt niets uit. Ik denk niet dat ik er een mindere coach van word. Eerder completer. Wordt er iets anders van me gevraagd.’
Met een grijns: ‘Derck de Vilder hoef ik nooit te leren hockeyen. Maar misschien vraagt een selectie van een Promotieklasser net wat meer of andere coaching. Ik vind het stiekem ook wel leuk om op andere clubs te komen. Dat is natuurlijk niet de hoofdreden. Ik heb Cartouche altijd een sleeping giant gevonden. Tweeduizend leden, waarvan meer dan de helft jeugd. De mannen waren een paar jaar geleden dicht bij promotie en hun eerste jeugdteams spelen altijd op een hoog niveau. Das toch een goed verhaal?’
‘Ik geloof erin dat we daar iets moois neer kunnen zetten. Wat het voor mij nog mooier maakt: gasten met wie ik vroeger zelf heb gespeeld, zitten daar nu in het bestuur. Het is heel speciaal om dit nu samen op te pakken. Daar bij die oude boerderij en het haardje, waar we menig feestje hebben gehad.’
Voordat hij terugkeert op dat bijzondere stukje grond, staat eerst nog de tweede seizoenshelft met Kampong op het programma. De Utrechters beginnen 2026 als zevende. Doekje voor het bloeden: de achterstand op de nummer drie – nu Rotterdam – is maar drie punten. ‘Het is een enorm cliché, maar echt alles is nog mogelijk. We hadden liever iets hoger gestaan, al hebben we nog alle kans om de play-offs te halen. Dat wil ik heel graag nog eens meemaken.’ Lachend: ‘Ik heb al geregeld dat mijn kids dan kunnen meelopen tijdens de line-up. Dat mogen ze altijd op bijzondere momenten.’
Wat vind jij? Praat mee...
Je moet inloggen om een reactie te kunnen plaatsen.