Nederlander Bert Wentink, de architect van het Belgische succes

In aanloop naar het EK Hockey in Antwerpen duikt hockey.nl in de Belgische hockeyhistorie. Hoe ontwikkelde het ‘kleine’ hockeyland zich tot de wereldkampioen van 2018?  Vandaag: de Nederlander Bert Wentink, samen met voorzitter Marc Coudron de grote man achter de renaissance van het Belgische hockey.

Wentink is zeventig jaar oud, maar moet bekennen dat hij in december in zijn huis in Breda op de tafel heeft gedanst, toen België wereldkampioen werd. Want hij had zich dertien jaar met hart en ziel ingezet voor de Belgische zaak.

Hij is al zeven jaar coach van hockeyclub Dragons in Antwerpen als hij in 2005 een telefoontje krijgt van Marc Coudron, oud-international en beoogd voorzitter van de Belgische hockeybond. Bert Wentink is de man die samen met Coudron het Belgische hockey uit het slijk moet halen. Van ontwikkelingsland tot topland. Wentink blijkt de juiste man op de juiste plaats.

Een slide uit de presentatie van Bert Wentink – de situatie in het ‘oude’ België. HP=High Performance

Al snel trekt Wentink aan de bel

Wentink had het eigenlijk goed voor elkaar als directeur van het sportcentrum op de Universiteit van Tilburg. Alleen voor zijn grootste droom, een universitaire studie sportmanagement, krijgt hij de handen niet op elkaar.

‘Het was financieel en juridisch een risico. Toen ik begon in België bleek na drie weken dat het document dat me mijn salaris verzekerde, nog niet eens getekend was door alle partijen. Zo begon het’, vertelt Wentink over de Zuiderburen.

De eerste vier maanden is hij algemeen directeur van de KBHB, maar trekt hij al aan de bel bij Coudron. ‘De Belgen waren in feite al wereldkampioen. Wereldkampioen compromissen sluiten.  Iedereen had een mening over alles. Het was onmogelijk om goede besluiten te nemen. Dan zou er een High Performance Centre komen, maar dan vonden ze dat er twee moesten worden gebouwd, om de twee politieke regio’s tevreden te houden. Dan krijg je twee keer negentig procent. Halve keuzes, dat werkt niet in de topsport. Bijna goed is niet goed genoeg. Het High Performance gedeelte hebben we meteen apart gezet van de rest en ik werd technisch directeur.’

Vanaf het moment dat Wentink bij de Belgische bond gaat werken, heeft hij kwaliteit het speerpunt gemaakt in België, dat op dat moment in het hockey nog een ontwikkelingsland is. Zijn werkwijze: ‘Morgen moet het beter dan vandaag. En vandaag moet beter dan gisteren. Zorg voor een goede sfeer, met veel succesmomenten. Zorg dat mensen vertrouwen krijgen in wat er gebeurt. Dat ze fouten mogen maken. Ik heb een pesthekel aan afschuiven. Je moet nooit iemand beschadigen, maar je moet wel doorselecteren. Stel altijd de spelers centraal en kies altijd voor kwaliteit in de organisatie. Daar moet je nooit compromissen in sluiten. Ik denk dat het goed is dat ik een perfectionist ben, maar ik ben er wel een die heeft geleerd geduldig te zijn.’

Ondertussen blijven de werkomstandigheden er een uitdaging. Zijn vrouw is nooit op zijn kantoor op het bondsbureau geweest, een kamertje van drie bij drie. Te vies om er te zijn, zegt Wentink.

Kleine successen volgen elkaar snel op, en ook op de grote podia hebben Wentink en zijn collega’s de wind in de zeilen. Sneller dan verwacht weten de Belgische hockeyers zich al voor de Olympische Spelen te plaatsen, na een miraculeuze 4-3 winst op Duitsland, bij het EK in 2007. De Belgen halen brons en kwalificeren zich voor de eerste keer ooit voor de Olympische Spelen door een goal in de laatste seconden.

Het Belgische team dat de Olympische Spelen van Londen gaat hockeyen. Met o.a. veel spelers die het EK in Antwerpen spelen, zoals Thomas Briels, Cédric Charlier, Tom Boon, Simon Gougnard, Vincent Vanasch, Florent van Aubel en Gauthier Boccard. Foto: Philippe Demaret

Be Gold programma is succesvol

Wentink is ondertussen het Be Gold programma voor de jeugd gestart. Gericht op het internationale hockey, gekoppeld aan spelers die zijn geïdentificeerd als High Potential. Maatwerk voor de jongens en meisjes onder zestien en achttien. Met Thomas Briels en Simon Gougnard wordt aan de slagtechniek gewerkt. Gauthier Boccard en Vincent Vanasch krijgen mentale begeleiding. Arthur van Doren krijgt bijlessen voor de middelbare school.

Tijdens de Olympische Spelen van Londen, waar de Belgische mannen als vijfde eindigden en de vrouwen elfde, ligt Wentink bij bondsvoorzitter Coudron op de hotelkamer.

Wentink zegt: ‘Als ik alles had geweten, had ik het nooit gedaan.’

Coudron: ‘Ik ook niet.’

De twee hebben zich dan elke dag ingezet voor een cultuuromslag. Er is een periode van vier jaar waarin Wentink niet op vakantie gaat en bijna de hele week beschikbaar is voor de Belgische hockeybond. ‘Met mensen die vaak zeggen dat iets niet kan of iets niet gaat lukken. Het is zwaar om een totale omslag van denken te realiseren en de hele tijd te moeten trekken aan het veranderen van de cultuur.’

De vicieuze cirkel. Slide uit de presentatie van Bert Wentink over het Belgische hockey.

Twee weken stopte Wentink met zijn werk. Hij was uitgeput.

Toch krijgt hij veel dingen voor elkaar. In 2013 bij het eigen EK in Boon, zingen de Belgische nationale teams het volkslied Brabançonne a capella. In het tweetalige België essentieel. Wentink: ‘Voor onze identiteit en nationale trots was het ongelofelijk belangrijk. Het was een belangrijke keuze die we maakten. Ze zongen een stuk Nederlands en een stuk Frans.’

In 2014 stopt hij dan toch met zijn functie als technisch directeur. ‘Alle energie was uit mijn lijf geslopen. Toen was het reservoir leeg, na al het gezeur en gezever. Weer had ik twee jaar overal aan getrokken. Maar ik kreeg er niets voor terug.’

In die periode komt hij een bevriende fysiotherapeut tegen, die hem vertelt dat hij goed werk verricht en zeker door moet gaan. Hij hoort mensen op een terras praten over het Belgische team en de mogelijkheid om goud te halen in Rio. Zijn vrouw vertelt hem: “Je hebt het wel vaak over het vlammetje brandend houden. Maar dat moet je bij jezelf ook doen.” Keep the Flame Burning was het motto van het Belgische hockey tussen 2008 en 2012. Twee weken is hij gestopt, maar dan gaat Wentink toch weer verder met Het Project. Zijn levenswerk is nog niet voltooid.

Shane McLeod aan het coachen op het EK in 2017. Foto: Frank Uijlenbroek/Worldsportpics

De Belgen lieten zich eerst nog imponeren door de Nederlanders

De volgende halte in België is Push tot the Podium. Zoveel zaken die de High Performance-tak van België onder Wentink heeft gedaan, hebben geleid tot die laatste stap. Alle onderdelen werden ontleed. Zo is er de drone, voor tactische analyses. De kruisbestuiving met basketbal, waar er is gespard met een basketbalcoach om de principes van de counter uit het basketbal toe te passen op het hockey. De strafcorner met acht man op de kop cirkel en twee man achterin, is volgens Wentink een Belgische uitvinding. Met voetbalclub AZ is er gekeken naar het fysieke en mentale gedeelte. Want één sportpsycholoog voor het hele team, is geen maatwerk in de visie van Wentink.

Hoewel Wentink de inbreng van de Nederlanders  Marc Lammers en Jeroen Delmee niet wil bagatelliseren in de opmars van het Belgische hockey, vindt hij dat de Australiërs Adam Commens en Colin Batch en de laatste jaren de Nieuw-Zeelander Shane McLeod de meeste impact op België hebben gehad. De Nederlanders mochten hun bravoure overbrengen op de Belgen. Maar de Australische en Nieuw-Zeelandse stijl is duidelijker terug te vinden in de wereldkampioen. Het hockey is wat massiever dan het technische Nederlandse hockey. ‘We hebben een periode gehad, waarin we moesten aanhaken met de top, waarin het vooral om big, strong, fast ging. Zeker in de beginperiode. De Australiërs hebben duidelijk een grotere rol gespeeld dan de Nederlandse coaches.’

Lange tijd was het knokken tegen de machtige Nederlandse broer. Wentink vertelt wat er onder andere is gebeurd om ook daar de volgende stap te realiseren. ‘In het verleden speelde Nederland een wedstrijd tegen België en dan zeiden die Nederlandse spelers: “Dit is onze dug-out”. En dan pakten die Belgen zo hun boeltje op, zonder iets te vragen. Jaren later komen wij in Bhubaneswar bij de Champions Trophy met de hele ploeg het veld op voor de training. Een van de coaches van Nederland zegt op arrogante toon: “Wegwezen hier”, omdat het nog geen tijd zou zijn. Ik heb toen gezegd: jongens, de tijd dat we plaats maken voor anderen is voorbij. Respect is prima, maar er zijn grenzen.’

Adam Commens en Bert Wentink. Foto: Philippe Demaret

‘Waarom heeft Oranje weinig strafcornerspecialisten?’

Wentink gaat door tot de Olympische Spelen van Rio, het toernooi waarvan hij vindt dat België al het goud had moeten pakken. Hij werkt zijn opvolger Adam Commens in. Wentink: ‘Je hebt bij de hockeybond een technisch directeur nodig met een hockeyachtergrond die veel contact heeft met de bondscoaches en ook hockey-inhoudelijk kan meedenken. Een van onze successen is dat wij echt specifiek hebben opgeleid bij de bond. Gekeken wat voor spelers we nodig hadden. Nederland deed dat niet en had vaak een luxeprobleem. Maar waarom heeft Oranje nu weinig strafcornerspecialisten en weinig topkeepers? Omdat veel buitenlandse spelers op de kop van de cirkel staan en de positie in de goal innamen.’

In 2016 stopt Wentink met zijn fulltime functie. Hij kijkt een jaar geen hockey, want als hij kijkt heeft hij er meteen een mening over. Vanaf de bank thuis ziet hij hoe op het WK in India zijn levenswerk wordt voltooid door de Red Lions. Die grote droom die hem voor zijn gevoel op de universiteit was onthouden, is hem in het hockey wel gegund.

Van Aubel maakt de achteraf beslissende shoot-out voor België in de WK-finale. Oranje-doelman Pirmin Blaak is gepasseerd. Foto: Getty Images

Wentink is te fanatiek om niets te doen

Wentink werkt nu nog één dag per week voor het Be Gold programma. Hij heeft de pensioenleeftijd, maar is nog messcherp. Hij maakt zich zorgen over het internationale hockey. ‘Ik zei jaren geleden al tegen internationale FIH-bestuurders: let nou op Zuid-Afrika. Daar is de infrastructuur en voldoende talent, maar het hockey glijdt weg. Nu is dat gebeurd. We zijn met het hockey een continent kwijt.’

Hij steekt zijn handen in de lucht als het over de tactiek van de strafcorner gaat: ‘Vind je nou dat landen daar innovatief mee omgaan? Met die acht tegen vier situatie? Nee toch. Daar kun je toch wel meer op verzinnen dan wat er nu steeds gebeurt?’

Als twee man – Wentink en Coudron – met een visie en veel doorzettingsvermogen zo succesvol kunnen zijn om het hockey groter te maken. Dan moet dat in andere landen toch ook lukken? Wentink beaamt dat. Hij is beschikbaar als het hockey hem roept en de FIH het hockey mondiaal weer wil laten groeien. Hij heeft nog wel een Powerpoint, concrete voorbeelden en een inspirerend praatje liggen. Hoe je in dertien jaar een zieltogend en verdeeld hockeyland uit het drijfzand trekt en naar de top van de wereld brengt.

Lees ook in deze serie:


7 Reacties

  1. Peter.hockey.janssen@gmail.com

    peterrr

    Best grappig. Net een poll geweest over buitenlanders in de HK staat in dit artikel waarom Nederland zo weinig strafcornerspecialisten en topkeepers heeft. Antwoord: omdat er buitenlanders op de kop van de cirkel en in het doel staan.

  2. hockeyhansiehansie

    hockeyhansiehansie

    De succesfactoren die Bert Wentink heeft gebruikt zijn 1-op-1 toepasbaar op het clubhockey. Maar of het werken met vrijwilligers daartoe voldoende lange adem heeft... ook hier geldt dat de middelen bepalend zijn voor het realiseren van het doel.

  3. runahonig@ziggo.nl

    rhonig

    Big, strong, fast, daar moet in het Nederlandse mannenhockey meer op gefocust worden om landen als Australië te kunnen bijbenen. Met technisch hockey red je het mondiaal niet bij de heren. Dan laat Caldas juist zo’n sterke jongen als Wortelboer erbuiten. Onbegrijpelijk. Bij de vrouwen kan je het met technisch hockey nog wel redden, omdat je met kracht minder het verschil kan maken.

  4. gijssegers

    gijssegers

    Bert Wentink -> DE man voor de KNHB! Als General Manager! Top deskundige, top mens, integer mens! Ere wie ere toekomt!

  5. Lostammer@gmail.com

    vostammer

    Wentink kan er zelf niets aan doen, maar het wordt weer zo gebracht in dit artikel alsof hij Belgie ff wereldkampioen heeft gemaakt. Wat een arrogante onzin: ”zo van, de alwetende Hollander zal het wel eens even vertellen aan de rest vd wereld“. De man heeft zijn steentje bij gedragen. Prima. Maar meer niet. Het Belgisch mannenteam heeft vooral geprofiteerd van een hele serie supertalenten in 1 lichting. Het vrouwenhockey is nog steeds heel matig. Ondanks die ”geweldige“ Hollanders die er rond lopen. Het mannenhockey in Belgie is gewoon tamelijk groot, en ook daar doen ze dat al meer dan 100 jaar.

  6. bouwman.mr@gmail.com

    bouwman

    Een terechte eer aan Bert Wentink, zeker na zijn niet zo smakelijke behandeling door de Nederlandse hockeybobo's van "destijds". Een man die van nog grotere waarde voor het Nederlands hockey had kunnen worden, als we "het" gezien hadden. Juist hij heeft nu totaal niets met Nederlandse hockey"arrogantie" te maken.

  7. Nuchterrr

    Nuchterrr

    Bert geweldig gedaan ,is het een gouden koe of een stier zie het ni goed ,maar is het echt alleen dankzij jullie , het zijn toch de spelers die het op het veld moeten doen ?! is dit een open solicitatie oh my G Die jongens waren al zo goed toen ze 16 en 18 waren DAT is niet door jullie gekomen ....ik noem dat Het verder goed Managen van Talent NIET het creeren ervan ?!


Wat vind jij? Praat mee...