Empanadas eten met Mazzilli: ‘Nederlanders zouden harder moeten trainen’

In de nieuwe serie ‘Aan tafel met’ zoekt hockey.nl de buitenlandse hockeyers in Nederland op, voor een uitgebreid interview en eten uit het land van afkomst. In deze eerste aflevering de Argentijnse olympisch kampioen Agustin Mazzilli. Een gesprek met de Pinoké-aanvaller over empanadas, de olympische titel en de Nederlandse hockeycultuur.   

In Baires in Amsterdam-West kijkt de olympisch kampioen net zo verliefd naar de empanadas die klaarliggen, als op zondag naar de hockeybal. Hoewel de Argentijn benadrukt dat de hapjes zeker niet geschikt zijn vóór het hockeyen. Empanadas zijn fijne deeghapjes, die er op het eerste oog allemaal hetzelfde uitzien, maar van binnen verschillen. Zeven empanadas bestellen voor twee personen, de aanbieding voor twintig euro, lijkt ambitieus, maar eenmaal in de mond zijn de hapjes lichter op de maag dan verwacht. En lekker.

De empanadas in Baires. Linksonder is duidelijk ‘PA’ te zien, dat staat voor Palermo. Rechts de empanada met BR, wat staat voor Barracas. Foto: Sander Collewijn

‘Een empanada is voor Argentijnen als een pizza voor de Italianen. Iets om minimaal één keer per week ’s avonds te eten, te bestellen of af te halen, hoewel we ze ook zelf maken. We hebben een site gevonden waar je alle ingrediënten kan bestellen’, vertelt de Argentijnse dribbelaar.

Samen met teamgenoot en goede vriend Martin Ferreiro (22) drinkt Mazzilli – die bij Pinoké steevast ‘opa’ wordt genoemd door al zijn jonge Nederlandse teamgenoten – in het Amsterdamse Bos maté, de beroemde Argentijnse thee. De thermoskan wordt thuis gemaakt van warm, net niet gekookt water. Daar gaan Yerba-kruiden in, zodat de thee daarna kan trekken. ‘Ik drink het twee of drie keer per dag. Als je de kruiden erin hebt gedaan, deel je het met anderen. Maté is een sociaal drankje. Het is gemaakt om te delen, en met elkaar te praten. Iedereen drinkt van dezelfde pot.’

Voetballer Tagliafico is goede vriend van Mazzilli

Mazzilli is op en top Argentijn gebleven, hoewel hij na tien jaar in Europa als hockeynomade het beste van twee werelden kan combineren. Toen hij in juni zijn verjaardag vierde, omringde Mazzilli zich met landgenoten. Hockeyers Lucas Martinez, Maico Casella, Agustin Bugallo, Lucas Rossi en Ferreiro waren aanwezig, net als goede vriend Nicolás Tagliafico, de linksback van Ajax. Dertien Argentijnen had Mazzilli verzameld. Als strafcornerkanon Gonzalo Peillat dichterbij had gewoond, was zijn kamergenoot bij het Argentijnse team zeker langsgekomen, vertelt de 225-voudig international.

Agustin Mazzilli kijkt met interesse naar de warme empanadas. Foto: Sander Collewijn

Airdribbelaar Mazzilli leerde op zandveld hockeyen

Balvirtuoos Agustin Alejandro Mazzilli werd in 1989 in een buitenwijk van Buenos Aires geboren. In zijn jeugd deed hij aan voetbal, rugby en hockey. Toen hij met hockey door kon breken, koos hij voor de sport, die in Argentinië meer door vrouwen wordt beoefend. Na het WK in Delhi in 2010, werd de Argentijn prof. Hij speelde eerst in België voor Leuven. Daarna verhuisde hij naar Royal Léopold, waarna hij twee seizoenen voor Oranje-Rood in Eindhoven uitkwam. Sinds 2018 speelt Mazzilli bij Pinoké, maar heeft hij door ernstige schouderblessures nog niet zijn volle potentieel kunnen tonen.

Mazzilli woont in Amsterdam met zijn Argentijnse vriendin Gui Aracama, die al met hem meeging toen hij in 2010 naar België verhuisde. Samen hebben ze een zoontje en verwachten ze een tweede kind. Eerst moest Mazzilli wennen aan Amsterdam, vertelt hij, maar sinds hij in het populaire stadsdeel de Pijp woont, geniet hij er echt van en doet hij alles met de fiets.

Mazzilli in Amsterdam-West. Foto: Sander Collewijn

Argentijnse hockeyers zijn vaak dribbelaars

Argentinië is het hockeyland van rasdribbelaars als Luciana Aymar, Soledad Garcia, Lucas Vila en spelers als Mazzilli, die de bal altijd aan het touwtje lijkt te dirigeren, maar om hockeysticks van verdedigers te ontwijken ook vaak na zijn aanname de lucht opzoekt. Waar komt die techniek vandaan, en de liefde voor de bal om zo verstrengeld te blijven met de stick, voor eindeloze solo’s? Vanuit wandeltempo volgt vaak een flits, een explosie.

‘Het grootste verschil tussen Argentinië en Europa is vaak de ondergrond. Tegenwoordig zijn de hockeyvelden in Argentinië wel wat beter. Maar het was vooral veel zand. Daar leer je echt andere skills dan op watervelden. Het is trager, en de ruimtes zijn moeilijker te bespelen. Om daar goed uit de verf te komen, moest je echt veel liften en aan je skills werken. Daarom zijn veel Argentijnse spelers echt handig, denk ik. Verder kijken we in alles naar het voetbal, naar de passie en de dribbels daar.’

Hockeysprookje in Rio

Mazzilli mag zich sinds 2016 olympisch kampioen noemen. De titel van Argentinië in Rio de Janeiro is een van de wonderen van de sport. Dat een hockeyteam vol dertigers, zonder wisselschema, met de beste strafcornerschutter in de wereld, en een stel pingelaars voorin, de grootste hockeytitel zou veroveren, is een sprookje.

Mazzilli brengt de kern van dit hockeysprookje tot één naam: Carlos Retegui. De ogen van de vriendelijke en rustige Argentijn lichten op als het over zijn favoriete coach gaat. ‘Hij bracht ons zoveel enthousiasme, zoveel passie. Er waren kleedkamerbesprekingen waar hij met zoveel inzet sprak dat we soms bijna met té veel passie het veld opliepen.’

Coach Carlos Retegui (Arg) na de finale. Foto: Koen Suyk

‘Carlos is voor mij de beste coach ooit’

De olympische titel begint volgens Mazzilli bij de voorbereiding op de Hockey World League (HWL) in Maleisië, in 2013. Het is het eerste toernooi van Retegui bij de mannen, die in 2010 Las Leonas wereldkampioen had gemaakt. In plaats van vijftien uur per week gaan de Argentijnse mannen met Retegui naar vijfentwintig, soms wel dertig uur training. Het was een schok binnen het team. Er waren spelers die na twee weken afhaakten, omdat ze het niet trokken.

‘Het was in het begin helemaal niet leuk. Maar tijdens wedstrijden voelden we ons steeds beter. We werden vanaf dat moment professionals. Ik mag Carlos graag. Hij is voor mij de beste coach ooit. Zeker voor een kortere periode. Want mentaal sloopt hij je.’

Tactisch wist Retegui wel raad met de Argentijnse dribbelaars, die de fluwelen techniek vaak in schoonheid zag eindigen. ‘Rendement. Rendement. Dat is wat hij ons meegaf. Hij zei tegen aanvallers: niet schieten vanuit een moeilijke positie. Stop met rennen en haal die strafcorner. Als je dat niet deed in het veld, werd hij zo ongelofelijk boos. Niet normaal. Schreeuwen, schelden, alles. Van 2014 tot 2016 hadden we twee crazy years. We moesten regelmatig dertig kilometer per dag rennen. Een maand lang.’

Het bord met de verschillende empanadas.

Teambespreking met maté was belangrijk voor Argentijnen

Toen Rio begon, sprak het team af met elkaar, zonder hun coach Retegui. De maté ging van hand tot hand, in een belangrijke teambespreking. ‘We zijn heel eerlijk en open naar elkaar geweest. We vroegen aan iedereen wat ze dachten dat we werkelijk konden bereiken op de Olympische Spelen. Veel spelers zeiden halve finale. Sommigen finale, anderen kampioen. Ik zei zelf halve finale. Daarna konden we gevaarlijk zijn en wilde je ons niet treffen. Zo is het gelopen.’

In de finale waren de Zuid-Amerikanen blij met België als tegenstander, dat Nederland had verslagen in de halve finale. Veel Argentijnen kenden de Belgische competitie en de Belgen goed. Het hielp ze in de finale.

En dat zonder wisselschema. Volgens Mazzilli betaalden al die trainingen zich uit. Hij zag een groot voordeel aan dezelfde spelers in het veld. ‘Als speler begrijp je het ritme van de wedstrijd beter, je leest de wedstrijd beter, als je langer in het veld staat. Je kunt elke paar minuten erin en eruit gaan, maar dan kom je als hockeyer nooit echt in de wedstrijd.’

Augustin Mazilli heeft net de 4-2 gemaakt tegen België, in de olympische finale. Foto: Koen Suyk

Na Argentijns goud gebeurde er weinig met de status van het mannenhockey in Argentinië

De Argentijnse mannen werden met Mazzilli voor het eerst olympisch kampioen. Er gaan iets meer jongens in Argentinië op hockey, maar relatief snel ebt het succes weg. De titel is niet verzilverd, denkt Mazzilli. Hockey is er niet groter door geworden. ‘Ik dacht echt dat een heel groot ding zou worden in Argentinië. Ik dacht dat onze hockeybond het ging promoten en evenementen zou gaan organiseren, maar er gebeurde niets. Het veranderde ons leven niet echt. We werden niet opeens beroemd. Het was ons doel om de sport groter te maken, maar de bond heeft niet geïnvesteerd.’ 

Hockey in Nederland

Sinds 2018 is Mazzilli neergestreken in het Amsterdamse Bos, maar Pinoké-coach Jesse Mahieu heeft door blessures nog niet optimaal kunnen genieten van de hockeykwaliteiten van Mazzilli. Maar hij is vol lof over de Argentijnse aanvaller, die hij afgelopen seizoen ook succesvol op het middenveld uitprobeerde. ‘Mazzilli is een geweldige gozer. Meestal stil, maar als hij wat zegt is het meteen raak. Het is een leuke jongen. Echt een superprofessionele atleet. Zijn revalidatie ging sneller dan verwacht, omdat hij er goed mee bezig was. Hij is een voorbeeld voor de groep. Hij wil ook altijd datgene doen wat belangrijk is voor het team. Hij houdt het team bij elkaar.’

Eigenlijk snapt de Argentijnse dribbelaar niet zo goed dat het Nederlands elftal al sinds 2000 geen grote titel heeft gewonnen. ‘Oranje zou altijd het beste team moeten zijn. In Nederland is de beste competitie. De beste spelers, de beste velden, de beste stadions, de leukste hockeycultuur, het meeste geld.’

Pinoké wint de Gold Cup tegen Amsterdam. Foto: Willem Vernes

Alleen vijf dagen per week trainen is professioneel

Mazzilli denkt te weten waarom dat niet zo is. ‘De spelers in Oranje zijn professioneel. Maar er is een grote groep Nederlanders daaronder, die zo’n drie dagen traint per week. Dat is niet professioneel. Vijf dagen per week trainen is professioneel. Die stap moeten zoveel jonge gasten in Nederland maken. Hoe kunnen ze ooit het niveau van Robbert Kemperman, Jeroen Hertzberger of Mirco Pruyser halen als ze maar een paar keer per week trainen? Dat gat is veel te groot.’

De dribbelaar vertelt daarna over zijn trainingsarbeid in het Amsterdamse Bos. Eenzame trainingen maakt hij soms mee, van negen uur tot half twaalf ’s ochtends. Zonder teamgenoten. Het aantal trainingen kan drastisch opgeschroefd worden, vindt hij. Dan kan het team voor de eerste keer in de historie de play-offs halen. ‘Wat mij betreft trainen we op Pinoké elke ochtend van acht tot tien. Ik snap niet dat we dat niet doen.’


14 Reacties

  1. alsjemenou

    Trainen kost geld en tijd. Blijft een amateursport omdat de financiële beloning veel lager is dan bijvoorbeeld voetbal. Er moet ook gestudeerd en gewerkt worden. Gewoon accepteren en beste van maken.

  2. rhonig

    Leuk artikel! Het is natuurlijk de spijker op z’n kop: er wordt in Nederland niet voldoende hard getraind op topniveau. Waarom kunnen andere landen dit wel opbrengen, terwijl ze daar ook zitten met studie en weinig verdiensten e.d? Volgens mij is het vooral het ontbreken van een topsportmentaliteit. De echte wil en dat zie je al in de eerstelijns jeugd. Hoeveel talent haakt er al niet af na de A1? Tussenjaar, lid worden, nieuwe stad, het leven zit vol verleiding. Als je dit vergelijkt met de Belgen bijvoorbeeld, ik weet dat zij het hier heel soft vinden. Maar wat wil je, Caldas en co heeft het allemaal laten verslappen. Voor Nederland is het mazzel dat de coronacrisis de olympische cyclus heeft verstoord, want daardoor is het effect van veel trainingsarbeid wel afgenomen en is de strijd om de titel weet open. Maar de volgende cyclus moet het anders. Benieuwd welke coach het roer durft om te gooien.....

    1. net niet....

      lekker makkelijk zeggen dat we te weinig trainen...deze meneer heeft niets anders te doen dan hockeyen...onze toppers trainen echt wel net zoveel als hij. Alleen die spelen niet voor Pinoke... Wel een goed is het doorwisselen...niets is irritanter als je net lekker in de wedstrijd zit. Trouwens met Peillat was ieder topteam kampioen geworden...die sleepte bijna 1 op 1..

    2. janine-bijlsma

      U weet dat de internationals 6 dagen per week trainen komend jaar toch, vaak 2 x per dag? Alleen zaterdag vrij. Grappig hoe vaak u gewoon iets roept, zonder enige belemmering van kennis of feiten. Deze jongen geeft indirect zijn eigen coach en club een sneer. Wel grappig voor iemand die 50k verdiend en nog helemaal niets heeft laten zien in het shirt van Pinoke (oranjezwart ook niet trouwens). Overige top 5 landen heeft overigens een fulltime programma. Dat is voor Nederland een lastig verhaal natuurlijk met de hoofdklasse.

  3. vostammer

    De meeste NL hockeyers spelen 22 HK wedstrijdjes in een jaar. Dat is belachelijk weinig. Daar gaan de meesten de palen echt niet voor uit de grond lopen hoor.

  4. RobV

    Ik denk dat Mazzilli wel een punt heeft. Het echte fanatisme ontbreekt vaak in Nederland, zeker bij de heren. De Argentijnen hebben gewoon een andere mentaliteit. Ze zijn bereid om dieper te gaan voor succes. Misschien komt het ook wel omdat onze hockeyers meer verwend zijn qua faciliteiten en mogelijkheden. De internationals (zowel de mannen als vrouwen) stoppen vaak ook eerder met hockey dan in een land als Argentinië. Bij ons is het meer een bijzaak. Misschien moet Mazzilli een keer met Caldas om de tafel gaan zitten, om hem te herinneren aan zijn roots. Het mag best wat fanatieker allemaal, met meer werklust en bezieling. Misschien eens een berg beklimmen of een survivaltocht doen, zoals Max toen ook deed bij de dames. Juist in deze tijd van niks doen zou dat denk ik goed zijn. Nu zien we de heren op vakantiekiekjes in het zwembad liggen.

    1. jvolcano

      Ja, die survival tocht gaat helpen

    2. janine-bijlsma

      Waar heb je het in godsnaam over? Haha

  5. Alsjeopgoalmiktkanjenooitmissen

    Heel simpel... Meer trainen als je karakter niet goed is... Helpt dat? Nee! Huidige NL team heeft geen dood of de gladiolen instelling. Het moet allemaal mooi en verfijnt zijn en het liefst met een aka3000 door de benen van jezelf en de tegenstander. Techniek gebruiken in de sport is een must maar die onzinnige trucs etc van tegenwoordig gaat nergens meer over. Waar zijn de spelers zoals Marten Eikelboom die als techniek gewoon de bal aan je stick houden en lichaam schijnbewegingen had waardoor je als verdediger het Amsterdamse bos ingestuurd werd. Billy Bakker, Seve van As, Robbert Kemperman? Prima goed technisch begaafde sporters en echt NL waardig maar goed mentaal echt niet oke genoeg. Billy verdwijnt letterlijk in het kunstgras zodra het moeilijk wordt. Seve gaat ballen halen en probeert deze als DHL bezorger bij de tweede paal te brengen en Robbert gaat uit alle hoeken van het veld zijn moordslag proberen. Mentaal is de issue niet nog meer trainen! 6x trainen per week met dubbele trainingsmomenten allemaal heel goed en fijn maar echt train 2 keer van deze trainingen gewoon het brein in hoe om te gaan met bepaalde situaties en wordt gewoon geen lieverdje meer in het veld. nummer 1 GOUD moet voor alles wijken! Dat is een instelling die ik al jaren niet meer gezien heb. Helaas. Wie weet nieuwe gezichten met wel deze alles of niets instelling! Succes in ieder geval. 3e worden is ook een prijs...

  6. WatUWilt

    Genoeg gezegd over trainingsarbeid, maar even een andere invalshoek. Ik ken geen speler die het niet eens zal zijn met de opmerking over de wisselschema's. We zijn doorgeslagen. in theorie een leuke gedachte, want je lichaam kan elke keer pieken enzo, maar zo werkt het niet want het lichaam is slechts een deel van de performance. De geest is je sleutel tot een goede performance. Je hebt soms even tijd nodig om in die flow te komen. En wat doet het met het brein dat je elke keer slechts enkele minuten hebt om iets te laten zien, dat geeft druk. Stukje omdenken, neem het volgende wisselbeleid: Elke speler die het fysiek aan kan en goed in de wedstrijd zit blijft staan. Totdat deze op is. Resultaat: het loont eindelijk om echt hard te trainen, dan kan je wat meer spelen dan 4 * 7 minuten per wedstrijd. Reken maar dat dit spelers motiveert om echt fit te zijn en tot 't gaatje te gaan, want uiteindelijk willen we allemaal zo veel mogelijk van een wedstrijd spelen.

  7. koeienbijtenniet

    We moeten wellicht meer gaan trainen met de jeugd. Daar begint het. Helaas wordt er tegenwoordig door de KNHB geroepen dat we minder moeten trainen en niet meer moeten selecteren tot 12 jaar. Dit omdat een Noors model heilig is verklaard. Moeten we juist niet leren om met meer druk om te gaan?

    1. WatUWilt

      Nog meer trainen? Ik zie D-teams 3x per week trainen, totale onzin. Die zijn uitgeblust en er helemaal klaar mee tegen de tijd dat ze 18 zijn. De beste spelers gingen gewoon nog lopen pielen op de zondag als ze HI en DI gingen kijken, met vrienden of thuis in de tuin. Er zijn zoveel manieren om je spel te ontwikkelen. Dat zijn ook de momenten dat je met plezier en creatief gaat ontdekken wat allemaal wel niet kan.

  8. koeienbijtenniet

    Heel veel fanatieke kinderen vinden het juist leuk om drie keer per week te trainen. Vraag het maar eens na. Hockeykampen zitten niet voor niets zo vol. Idem hockeyscholen gedurende het seizoen. Veel kinderen krijgen er geen genoeg van. Er zijn ook zeker kinderen die twee keer trainen ook goed vinden. Je hebt het over 4,5 uur training per week. Dat is niet zoveel. Je moet het leuk maken op de trainingen dan branden kinderen ook niet af. Hockey is een ontzettend moeilijke sport. Je moet uren maken om het spelletje onder de knie te krijgen. Verder wordt er geroeptoeterd dat veel kinderen afbranden door teveel training. Is dit ooit onderzocht? Dan zou ik graag het onderzoek eens willen lezen. Is het misschien niet zo dat kinderen op een gegeven moment lid willen worden, een tussenjaar willen hebben of andere dingen willen doen? Wat volledig los staat van teveel trainen? Heeft het niet te maken met de grenzeloze opties die kinderen in Nederland hebben. Bij betaald voetbalorganisaties trainen kinderen 5 keer per week.

    1. WatUWilt

      De BVO's organisaties faciliteren een heleboel voor kinderen en hun familie. Busjes rijden door het land om te brengen en te halen, speciale afspraken met scholen, begeleiding voor school, mentale ondersteuning etc etc. Daarnaast kun je het perspectief van betaald voetbal niet naast dat van hockey leggen. Hoe graag ik het misschien ook zou willen. Meer trainen zou in principe op de lange termijn meer vaardigheid moeten opleveren daar ga ik vanuit. Toch verbaas ik mij erover dat het nog steeds met enige regelmaat voorkomt dat een speler op C/B niveau overstapt van een provinciale club, met minder intensieve trainingen en een mindere begeleiding, naar een topclub en dan gelijk bij de beste spelers behoort. Dan ga je ook twijfelen of het niveau dat we bereiken door hard trainen op jonge leeftijd wel opgewassen is tegen het hebben van echt talent.


Wat vind jij? Praat mee...