Waarom is China met 700 profs nog steeds geen hockeygrootmacht?

China, woensdag de tegenstander van de Oranje Dames in de Pro League, heeft ruim 1,3 miljard inwoners. Een enorme potentiële bron om talent uit te putten. Toch is China nog steeds geen grootmacht in het internationale hockey.

Shanghai is de stad met het meest aantal inwoners ter wereld: 26,3 miljoen. Er wonen meer mensen in Shanghai dan in heel Nederland. Vanaf de noordelijke kant van de Huangpu-rivier die door het stadscentrum stroomt, is het uitzicht op het zuidelijke deel van Shanghai alsof je naar de skyline van New York kijkt. Het financiële district Pudong barst van de tientallen metershoge wolkenkrabbers.

Er bestaat een beroemde foto uit 1987 met een blik op precies hetzelfde gebied. Het is pas iets meer dan dertig jaar geleden dat hij is gemaakt, maar de wereld ziet er op dat moment heel anders uit. Shanghai is nog zo plat als een dubbeltje. Er is geen wolkenkrabber te zien.

‘China wordt steeds rijker. De economie groeit en dat is voor iedereen goed. Ook voor het hockey.’ In het Wujin Hockey Stadium in Changzhou, waar de laatste editie van de Champions Trophy werd gehouden en China zijn thuiswedstrijden van de Pro League speelt, is het Mister Wang Tong die achter een tafel zit en aan het woord is. Hij is sinds 2012 de manager van het nationale vrouwenteam. Omdat bondscoach Huang Yongsheng geen Engels spreekt, is hij ook degene die bij de livestreams van Pro League-wedstrijden in beeld verschijnt en interviews geeft. Volgens de Chinese hockeybond is hij de man die we moeten hebben als we het Chinese hockey een beetje willen leren doorgronden.

Wang Tong op de livestream van de FIH bij de Pro League.

Zo’n zevenhonderd Chinezen, zowel mannen als vrouwen, zijn prof

Hoe zit het nu precies met hockey in China? Waarom staat het Aziatische land met zo’n gigantisch potentieel aan talentvolle spelers niet met kop en schouders bovenaan aan de wereldranglijst? Een vraag die natuurlijk voor iedere sport in China geldt. ‘Als er meer geld naar het Chinese hockey gaat, is er een hoop mogelijk.’

Hij begint met de feiten. Eén miljoen Chinezen houden volgens hem wel eens een stick vast. Dat zijn grotendeels kinderen op een middelbare school, die ervoor kiezen om onder schooltijd in een hockeyteam te spelen. Een aantal dat sinds de Olympische Spelen van Beijing in 2008 volgens hem verhonderdvoudigd is. Toen haalde het vrouwenteam van China de finale, waarin het verloor van Nederland.

Zo’n zevenhonderd Chinezen, zowel mannen als vrouwen, zijn volgens Wang Tong prof. Ze hebben geen baan en zijn fulltime met hockey bezig. In Nederland heeft de KNHB 250.000 leden en zijn het eigenlijk alleen de internationals die prof zijn. Vrijwel elke andere speler uit de Hoofdklasse heeft een baan of studeert. Dit alles zou China op pole position moeten zetten en het immense land een onoverbrugbare voorsprong moeten geven, maar dat is niet het geval. Van alle toernooien waar ook niet-Aziatische landen aan deel mogen nemen, heeft China alleen met het vrouwenteam de Champions Trophy van 2002 gewonnen. Voor het thuispubliek in de stad Macau.

Het Wujin Hockey Stadium in Changzhou. Foto: OrangePictures/Andre Weening

Concurrentie met voetbal en basketbal

China is een land van tradities. Traditionele sporten als voetbal en basketbal zijn al jarenlang met afstand het populairst. De laatste jaren zit vooral het Chinese voetbal in de lift. De miljoenentransfers volgen elkaar in rap tempo op en er worden torenhoge salarissen betaald. ‘Kinderen kiezen veel sneller voor voetbal dan voor hockey. Vanwege het geld, de roem en de status. Hockey spreekt minder tot de verbeelding en is met al die regels moeilijker te begrijpen. Bovendien heeft China van 1979 tot 2015 de eenkindpolitiek gevoerd. Ouders keken wel uit om hun enige kind op zo’n gevaarlijke sport als hockey te doen. Eén miljoen Chinezen die hockeyen klinkt veel, maar is relatief gezien weinig.’

Dan nog heeft China meer hockeyers dan Nederland. Het grote verschil is dat de infrastructuur van het hockey totaal anders is. Er zijn, net als in de meeste andere landen, geen verenigingen. Als je wilt hockeyen, kan dat in principe alleen op school. De grootste talenten worden geselecteerd voor de provincieteams. Bij de vrouwen zijn er tien provincieteams, bij de mannen zes. In totaal zijn er elf provincies met een team, maar China heeft 23 provincies (en dan ook nog vijf autonome regio’s, vier stadsprovincies en twee speciale administratieve regio’s, zoals Hongkong). Er zijn dus nog genoeg delen van China waarin niemand een stick aanraakt – of waarin talent zich in ieder geval niet kan ontwikkelen.

Keepster Ye Jiao, een van de beste speelsters van het Chinese vrouwenteam. Foto: Koen Suyk

Provincieteams spelen slechts twee keer per jaar tegen elkaar

Spelers van de provincieteams worden betaald door de staat. Hockey is hun werk. Ze trainen het hele jaar door, maar spelen vanwege de grote afstanden zelden serieuze wedstrijden. Twee keer per jaar, in het voorjaar en in het najaar, vliegen alle teams naar dezelfde stad om daar hun competitiewedstrijden te spelen. De rest van het jaar spelen ze geen competitie, vertelt Wang Tong. En dan komt het ook nog weleens voor dat die duels precies samenvallen met een belangrijk internationaal toernooi. Dan staan de provincieteams hun internationals af aan de nationale ploeg. Het kan dus gebeuren dat de internationals van China de competitie missen en alleen maar interlands spelen.

In de jeugd geldt hetzelfde probleem. Ieder provincieteam heeft een jeugdelftal met spelers van zestien tot en met twintig jaar. Pas vanaf hun zestiende worden talenten niet door schooldocenten, maar door professionele trainers begeleid en gaan ze op goede velden spelen. Slechts één keer per jaar spelen ze tegen elkaar.

‘Vanwege de grote afstanden is het niet mogelijk een wekelijkse competitie te spelen. Kinderen moeten natuurlijk het hele jaar door gewoon naar school en profs hebben in principe zeeën van tijd, maar het geld ontbreekt om wekelijks op en neer te vliegen. Als er meer geld beschikbaar was, konden we op scholen goede velden aanleggen en op het hoogste niveau ieder weekend op en neer vliegen om uit- en thuiswedstrijden te spelen. Het gebrek aan een goede competitie is een van de redenen dat het Chinese hockey internationaal gezien achterblijft.’

Het grote publiek in China loopt nog niet warm voor hockey. Foto: OrangePictures/Andre Weening

‘Lange weg te gaan’

Het vrouwenteam staat tiende op de wereldranglijst en hoort al jaren tot de internationale subtop, maar stoot niet door. Het mannenteam is de nummer veertien van de wereld. In december in Bhubaneswar nam China voor de eerste keer deel aan het wereldkampioenschap, dat voor het eerst sinds 2002 met zestien landen werd gespeeld. China eindigde als negende.

‘Hockey draait om geld. Toen hockey in 1978 overwaaide uit Pakistan, stond China nog aan het begin van de economie. Nu komt er steeds meer geld beschikbaar voor velden en materiaal, maar het is zeker in de breedte gezien nog lang niet genoeg. Bovendien zal hockey niet snel in de cultuur van de bevolking verankerd raken. We hebben nog een lange weg te gaan om hockey populair te maken in China.’

Lees ook


4 Reacties

  1. rancoburgzorg

    rancoburgzorg

    Dezelfde man vertelde tijdens de semi final van de World League in Brussel dat in China 15.000 hockeyers actief zijn , waarvan een paar honderd op een centrale lokatie met de focus op het nationale team. Beetje het Zuid Korea model.

  2. ronald.j.franken@gmail.com

    ronald.j.franken@gmail.com

    Interessant te lezen!

  3. mickh

    mickh

    Leuk en informatief stuk. Hockey spreekt totaal niet tot de verbeelding in China, zelfs niet als het Nationale team in de Olympische finale staat, zoals in 2008. Ik zat toen in een cafe in Shanghai te kijken samen met mijn Engelse buurman. De overige aanwezige ca. 100 gasten zaten met hun rug naar het grote scherm gekeerd en hadden iets beters te doen. Zo...uit de oude doos:)

  4. Nuchterrr

    Nuchterrr

    wat wil je hockey is een van de slechts gefilmde Sporten ter wereld ,weer een Halte die we gaan missen; ook dankzij die Flutregels die het spel in de kiem smoren ,het spel voor de gewone kijker TOTaal onspectaculair ,verdedigend en traag maken .De bal gaat wel snel maar je moet steeds de bal op de goeie plek neerzetten ,5 meter om de cirkel ,als aanvaller mag je de bal niet meer beschermen ,hoge ballen moet je opwachten elke stickslag wordt afgefloten in het voordeel van de verdediging etc.......: TOTaal oninterressant voor het meest acrobatisch volk ter wereld ,Logisch toch ??!


Wat vind jij? Praat mee...