Vertrekkende Arno den Hartog: ‘Clubs voorkomen dat corona dieptepunt wordt’

Na ruim 33 jaar neemt Arno den Hartog (66) afscheid van de KNHB. Als onder meer technisch directeur en Manager Verenigingsdienstverlening was hij een van de bekende gezichten op het bondsbureau. Den Hartog, 109-voudig international, maakte van dichtbij de explosieve groei van de hockeysport mee en neemt afscheid tijdens de coronacrisis. ‘Ik heb enorm veel waardering voor de flexibiliteit van de hockeyclubs.’

Arno den Hartog is niet de man van boude uitspraken. Waar KNHB-directeuren als Johan Wakkie in het verleden en Erik Gerritsen nu nog wel eens stevig op de trom konden en kunnen roffelen, is Den Hartog in het openbaar zelden uitgesproken, laat staan dat hij met stemverheffing spreekt.

Het was in dit afscheidsinterview eigenlijk de bedoeling hem te verleiden eens uit die rol te stappen. Hem te dwingen om in het openbaar zijn voorkeur uit te spreken, kleur te bekennen. Door hem te vragen wie hij nou de beste spelers vindt, de beste bondscoach, wat zijn meest memorabele moment is en waar hij nu het meest trots op is.

‘Ik stoor me wel eens aan de verwijtende toon. De hockeybond moet dit, de hockeybond moet dat! Arno den Hartog

Die opzet is jammerlijk mislukt. Want ook in zijn laatste dagen als manager Verenigingsdienstverlening bij de KNHB blijft Arno den Hartog zichzelf. ‘Ik ben niet iemand die zo nodig op de voorgrond moet treden om zijn mening te geven. Daarnaast: hoe moet ik nou de beste speler kiezen als je ziet hoeveel goede spelers Nederland heeft voorgebracht? En wat de diverse bondscoaches voor het Nederlandse hockey hebben betekend? Dan ga ik mensen te kort doen door ze niet te noemen. Dat wil ik niet.’

Arno den Hartog feliciteert Maartje Paumen met haar 200ste interland na de wedstrijd tussen de vrouwen van Nederland en Japan, tijdens de poulewedstrijd in de Hockey World League. Foto: Koen Suyk

Misschien is dat ook wel een van de redenen waarom Den Hartog decennialang op het bondskantoor werkte. Hij schopte niemand tegen de schenen. Hij deed zijn werk achter de schermen en bij voorkeur in goede harmonie.

Maar bestempel Den Hartog niet als grijze muis. Dan doe je hem te kort, zeggen collega’s en clubbestuurders. Zij roemen zijn impact en de invloed die hij de afgelopen decennia op de hockeysport heeft gehad. Den Hartog was binnen de KNHB veelvuldig de initiator, de man die anderen inspireerde tot vernieuwing en zelf met nieuwe initiatieven kwam.

Zo professionaliseerde hij al in de jaren tachtig en negentig de trainersopleiding bij de KNHB, stond aan de wieg van een vaktijdschrift voor trainers/coaches, dat nu Hockeyvisie is,  en was de man achter de Verenigingsmonitor. Het is slechts een kleine greep uit zijn succesvolle initiatieven.

‘Input verenigingen bijzonder waardevol’

Van de buitenwacht kreeg hij daarvoor zelden de lof toegezwaaid. Daar maalt hij zelf nog het minste om. ‘Ik heb veel dingen bedacht. Dat die niet op mij afstralen, boeit me niet. Ik heb dat niet voor mijn eigen eer en glorie gedaan, maar voor de clubs. Wij zijn er als bond voor de verenigingen en ontwikkelen de sport in samenspraak met ze. De input die zij leveren, is bijzonder waardevol. Daarom staat er ook zo’n geweldige infrastructuur en zijn wij als hockeyland op veel vlakken zo succesvol.’

Den Hartog is wars van het soms geschetste beeld dat medewerkers op het bondsbureau vanuit een ivorentoren opereren. Hij vindt juist dat de bond dicht bij de clubs staat.

Al in de aanloop naar het WK voor mannen en vrouwen in 1998 in voetbalstadion De Galgenwaard in Utrecht gaf Den Hartog daarvoor het goede voorbeeld. Mede op zijn initiatief bezocht hij samen met de toenmalige directeur Wakkie alle clubs in Nederland. Den Hartog: ‘Het WK viel samen met het honderdjarige bestaan van de KNHB. Door de bijzondere locatie en de impact van het event, was dit hét moment voor de clubs om te profiteren. We zijn langs de clubs gegaan om ze te helpen met materialen, met producten en met ideeën om dat hockeyfeest te vieren en de komst van nieuwe leden te faciliteren.’

Arno den Hartog en Johan Wakkie op de verenigingsdag bij Alliance in de aanloop naar het WK 1998. Foto: KNHB

Den Hartog noemt dat WK en alle activiteiten die rond het jubileum werden gehouden ‘een kantelpunt’ in de historie van de Nederlandse hockeysport. ‘Dat toernooi heeft de ontwikkeling van de hockeysport een boost gegeven. De hockeysport is daarna enorm gegroeid.’

Nederland telt momenteel 323 verenigingen met circa 245.000 leden en ruim 900 velden. Hoe anders was dat toen de jonge Den Hartog op elfjarige leeftijd in de jaren zestig zijn eerste stappen zette op het hockeyveld van MHC Keep Fit uit Oss, de club die later is opgegaan in MHC Oss. ‘Ik ben opgevoed met sport en hockey in het bijzonder. Mijn opa was de oprichter van Keep Fit en mijn ooms en moeder speelden heel veel. Het was natuurlijk een volstrekt andere tijd. Wij speelden op gras, maar trainden door de week op een grasstrook en niet op het hockeyveld, anders was het in het weekend onbespeelbaar.
Op jonge leeftijd maakte ik al kennis met het verenigingsleven en kreeg ik ook mee wat er allemaal voor nodig was om een vereniging te laten draaien. Dat wekte toen al mijn interesse en is altijd zo gebleven.’

Sigarettendoosje bij 50 caps

De jonge Den Hartog bleek behoorlijk talentvol. Dat bracht hem in zijn actieve hockeycarrière langs onder meer Oranje Zwart, Amsterdam en Kampong. Den Hartog speelde 109 interlands voor Oranje. In die periode won hij een EK-titel en twee keer de Champions Trophy. Hij nam deel aan de Olympische Spelen van Los Angeles in 1984 (waar Nederland zesde werd) en werd vierde met Oranje op het WK in Bombay. ‘Ik speelde op het middenveld of in de verdediging. Was multifunctioneel en vooral een dienende speler.’

Tom van ’t Hek juicht onder de ogen van Arno den Hartog. Foto: KNHB

Den Hartog koestert de EK zege in eigen land in 1983, maar kijkt vooral met veel plezier terug op de wedstrijden die hij in Karachi speelde op het moment dat de Pakistanen nog tot de beste ploegen ter wereld behoorden. ‘We wonnen daar in een vol stadion voor de eerste keer de Champions Trophy. Die fans wisten niet wat ze meemaakten. Ze waren woedend dat hun helden van Nederland verloren en bekogelden hun spelers met alles wat ze bij zich hadden.’

'Bij mijn honderdste interland kreeg ik een schaal, daar had ik meer aan dan de aansteker bij 25 en het sigarettendoosje bij 50 interlands.’

Ook zijn honderdste interland speelde Den Hartog in het hockeystadion van Karachi. ‘Je honderdste interland is voor iedereen bijzonder. Ik kreeg een mooie schaal.’ Dan lachend: ‘Daar had ik meer aan dan de aansteker bij 25 en het sigarettendoosje bij 50 interlands.’

Technisch directeur

Na een kortstondige trainerscarrière bij Kampong kwam Den Hartog op 1 oktober 1987 in dienst van de KNHB, waar hij de trainersopleiding moest professionaliseren. Tijdens zijn loopbaan op het bondsbureau bekleedde Den Hartog tal van functies.

Steevast bleef hij op de achtergrond, zelfs in zijn tijd als technisch directeur waarin de Nederlands teams medailles wonnen op EK’s, WK’s en Olympische Spelen. In een eerder interview met hockey.nl zei hij daarover al: ‘Winst op het veld is het succes van de spelers en begeleiders. Zij zijn de acteurs. Zij spelen de hoofdrol. Wij mogen bij een grote overwinning achter de schermen best een toast uitbrengen en genieten van de successen. Maar altijd op de achtergrond.’

In mei 2018 maakte Den Hartog, na acht jaar als TD, de overstap naar Verenigingsdienstverlening. De plek waar zijn hart ligt, zo blijkt uit de passie waarmee Den Hartog spreekt over de impact en het belang van de verenigingen.

Arno den Hartog tijdens het Hockeycongres in 2010 met een bestuurder van een hockeyvereniging. Foto: KNHB

Juist nu de verenigingsman vertrekt, zuchten de hockeyclubs onder het coronavirus. De pandemie zorgt ervoor dat velden veelal leeg zijn en clubhuizen gesloten blijven. De zorgvuldig opgebouwde verenigingsstructuur en – cultuur piept en kraakt.

Den Hartog kent en voelt de pijn die de verenigingen lijden. Bijna dagelijks spreekt hij met soms radeloze clubbestuurders. Niettemin bestrijdt Den Hartog dat hij vertrekt op het dieptepunt. ‘De verenigingen voorkomen juist dat dit een dieptepunt wordt. We zien om ons heen met welke energie zij de huidige situatie oppakken. De flexibiliteit waarmee dit gebeurt, geeft de kracht van de sport aan. Ik heb daar enorm veel waardering voor.’

Die waardering is er, zo merkt Den Hartog, niet altijd voor het werk dat  binnen de hockeybond wordt verricht. Dat ergert hem. Voor even valt hij toch uit zijn rol als hij fel besluit: ‘Ik stoor me wel eens aan de verwijtende toon. De hockeybond moet dit, de hockeybond moet dat! Misschien is dat inherent aan de maatschappij, waarin voor mijn gevoel de sfeer wat verhard is. Maar ik kan je verzekeren dat iedereen hier dag en nacht bezig is met de ontwikkeling van de totale hockeysport. Dat mensen daarop kritisch zijn, is goed. Maar het moet wel gefundeerd zijn.’

 


6 Reacties

  1. bouwman

    👍 Geniet van je vrije tijd: vast nog vaak aan een hockey zijlijn......

  2. rancoburgzorg

    Een mooi lang verhaal over deze gepokte en gemazelde bobo, maar we moeten wel serieus blijven. Als hij beweert dat clubs "flexibel zijn" of " verenigingen die met veel energie de huidige situatie oppakken" vraag ik me wel af waar hij het afgelopen jaar is geweest. De hockeywereld heeft zich juist zeer star en futloos getoond. De competitie is NIET afgemaakt in de zomer, hoewel dat prima had gekund. . De huidige competitie start pas heel laat op (als dat al het geval gaat zijn) ondanks dat men al vanaf 17 december mocht spelen in het prachtige zachte weer dat we hebben. De hockeybond was GEEN serieuze gesprekspartner voor de overheid, zo bleek ook weer dit jaar. En we hoorden veel huilverhalen van coaches en bestuurders hoe zwaar een eventuele herstart wel niet was, dat we echt niet kunnen spelen op zandvelden, dat de spelers eerst twee maanden moeten trainen voordat ze een wedstrijdje konden spelen, en hoe moeilijk het uberhaupt was om zonder gebruik van kleedkamers voor een wedstrijd te komen opdagen. Het was en is allemaal zoooo moeilik.... Hoe inflexibel en energieloos wil je het hebben? Het beetje energie dat er nog wel was werd gebruikt om klagers te manen hun contributie te betalen, want anders was je "een amorela egoist" die de enorme problemen niet begreep. Kortom , amateursport.

    1. maaja

      Klopt... Amateursport. En daar is niks mis mee

    2. Boearco

      Verenigingen hebben de leukste dingen georganiseerd in deze periode voor hun jeugd. Dus verenigingen zijn zeker flexibel. Verder maakt 90% van de leden niet deel uit van tophockey. Die willen gewoon op vakantie. Daarvan wil een groot deel zeker niet langer door hockeyen of eerder starten.

  3. FIHCOACH

    De man die ontwikkeling en vernieuwing tegen houd. Nieuwe ideeën werden gelijk weg gehoond. Vriendjes politiek was niet ongewoon. Diploma's waren bijzaak ...... heeft veel incapabele coaches aangenomen en talentvolle coaches afgeseveerd. Nee ik ben niet rauwig dat hij met pensioen is en nee ik heb geen rancune tegen deze man .

  4. ericst29

    Niet een zeer sympathiek mens, zal ongetwijfeld naar eer en geweten zijn werk hebben gedaan, maar de vraag is of `Hockey Nederland` zeer geholpen is met zijn bijdrage de afgelopen decennia. Als topsport verantwoordelijke blijven de prestaties van de heren al jaren achter en zijn er bedenkelijke keuzes gemaakt . Bij de dames is er niet zo heel veel te verpesten. Aanstelling Annan is goed uitgepakt, maar de spoeling op wereldniveau is natuurlijk vrij dun. Lobby van de KNHB gedurende deze corona periode was minimaal en weinig succesvol. Nieuwe situatie, zeker, niet eenvoudig, maar van professionele bondskrachten als Den Hartog en Gerritsen mag je toch wat meer verwachten. Als Den Hartog aan het einde van zijn betoog nog eens alle betaalde KNHB collega`s een hart onder de riem denkt te moeten steken, dan denk ik, dat je van betaalde krachten met salarissen afkomstig van sponsorgelden en contributiebijdragen toch gewoon mag verwachten dat ze hun werk doen en optimaal de belangen dienen van diegenen die ze betaalt? Weggezogen van de werkelijkheid. Pensioen komt niet te laat dunkt mij.


Wat vind jij? Praat mee...