Hockeymonoloog Pruyser: topspits die lang onderschat werd

In de serie ‘De liefde voor hockey’ praten hockeyers uitgebreid over hun carrière en de liefde voor het spel. Vandaag international Mirco Pruyser (30), de 1,95 meter lange spits van Oranje die in een atypische carrière op het hockeyveld altijd en overal werd onderschat. Hij maakte op 25-jarige leeftijd zijn debuut in Oranje en scoorde 64 doelpunten in 111 interlands.

‘Vroeger was ik hele vakanties aan het tafeltennissen en werd ik door de tafeltennisclub in Hoofddorp gevraagd of ik daar kwam spelen, maar daar heb ik serieus nooit over nagedacht. Omdat het in m’n eentje is. Ik ging op hockey, omdat ik opkeek tegen mijn broer en zus. Ik ben er nooit meer van afgegaan. Het is onderdeel van mijn liefde voor de sport, dat ik er altijd naar snak om weer met het team aan de bak te gaan. Achteraf denk ik omdat ik zoveel uitdaging zie in het hockey. Een backhand schot, een liftje, een scoop: hockey heeft zoveel verschillende technieken, dat je nooit raakt uitgeleerd. Ik heb elk jaar weer iets nieuws geleerd. Dat typeert mij als speler. Daarom ben ik op dit niveau gekomen.’

‘Ik stond in de jeugd linkshalf, was een klein behendig spelertje. Met scoren was ik niet bezig. Pas in mijn laatste jaar A, na een enorme groeispurt, ben ik spits geworden. Toen ik bij de Reigers speelde en in het district Noord-Hollands zat, was ik altijd te slecht voor de DOD (Districtontmoetingsdag, red.). Toen maakte ik de overstap van de Reigers (Hoofddorp, red.) naar Amsterdam en belandde ik het tweede jaar in Jongens A2, onder andere omdat mijn moeder een vakantie in de voorbereiding had geboekt. Dat was een reden om mij eraf te gooien. Zat ik weer in tranen in het clubhuis, omdat ik niet mee mocht doen met de DOD.’

‘Op de basisschool had ik faalangst en scoorde ik slecht op mijn CITO Toets. Ik ben door school op de MAVO gezet, met de opdracht om alle vakken boven een acht te staan, dan mocht ik naar de HAVO. Dat is me gelukt. Vaak zagen mensen het niet in mij zitten. Ik denk dat ik altijd te bescheiden was. Ik liet me nooit horen bij tegenslag. Bij mij is het vaak één stapje terug en twee omhoog vooruit. Zo is het mijn hele leven gegaan. Ik heb nooit als grote doel ‘Oranje’ gehad. Ik heb alleen kleine doelen voor ogen gehad. Subdoelen noem ik ze. Zo leef, sport en werk ik. Het moet altijd één tandje beter. Ik sta voor bescheidenheid. Dat vind ik belangrijk. Het draait niet om het individu. Ik kom uit een groot gezin, met vier kinderen en een halfbroer. De aandacht was altijd verdeeld. Daarom geloof ik in een omgeving waar het hele team zich goed voelt. Dat leidt tot succes.’

AMSTELVEEN - Mirco Pruyser van Amsterdam heeft gescoord tijdens de hockey hoofdklassewedstrijd tussen de mannen van Amsterdam en Den Bosch (5-5). COPYRIGHT KOEN SUYK

Jonge Mirco Pruyser bij Amsterdam. Foto: Koen Suyk

Oud-international Rochus Westbroek nam Pruyser bij de hand

‘Het tweede van Amsterdam was de plek waar ik voor het eerst echt vertrouwen heb gevoeld. Ik was een lange slungel, die mee kwam doen. Ik kreeg steun van oud-internationals als Koen Pijpers, Marten Eikelboom en Bart Stradmeijer. Het meeste leerde ik van Rochus Westbroek (oud-international van KZ en Amsterdam, red.). Ik hou van hem als persoon, en als speler. Hij is een blije vogel. Als speler hield hij het simpel. Even een in-out maken en dan op goal rammen. Hij maakte altijd een connectie met een medespeler, een denkbeeldig lijntje op het veld. Daar heb ik veel naar gekeken. Er zijn hockeyers, die lopen honderden meters en dan komen ze nog niet vrij te staan. Rochus loopt vier meter en staat vrij. Wat hij doet is de verdediger opzoeken, en dan een goede in-out. Dat is niet te verdedigen. Ik begon in het team steeds meer de rol van Rochus over te nemen. Altijd in de cirkel een ruimte voor een schot creëren. Daar geloof ik heilig in. Die tweede seizoenshelft scoorde ik 26 keer.’

‘Ik ging stiekem zondag mee met Heren 2, al mocht ik op een gegeven moment minuten maken met het eerste van Amsterdam. Het mooiste wat ik heb meegemaakt was een wedstrijd uit op Tilburg. Ik had ooit een kleine auto gekocht van een spaarrekening van mijn opa en oma. Die dag had ik geen euro op mijn bankrekening, en nog maar een of twee streepjes benzine. Dus na de wedstrijd van het tweede stond ik daar op het balkon van Amsterdam, een beetje in paniek. De eerste die zijn portemonnee opentrok was Rochus. Hij gaf me vijftig euro. Hij zei: tank maar voor 45 euro en neem nog een snoepje en een drankje. Dus ik in m’n autootje naar Tilburg. Tijdens de warming-up kwam ik aan. Ik sprong over het hek en hoopte dat ik nog minuten zou maken. Ik scoorde.’

Oud-international Rochus Westbroek rechts, links strafcornerschutter Sohail Abbas. Foto: Jeroen van Bergen/KNHB

Er was altijd twijfel over het veldspel van Pruyser

‘Die oud-internationals van Heren 2 zeiden tegen Sjoerd Marijne (toen coach Amsterdam, red.): laat die Pruyser meer spelen. Toch zijn de twijfels over mijn spel lang gebleven. Dan scoorde ik in de finale om de landstitel een van mijn mooiste goals ooit en dan zei de commentator, Philip Kooke: Pruyser, niet bepaald een van de beste spelers van Amsterdam. Aan zijn hockeykwaliteiten wordt nog weleens getwijfeld. Maar dat hij mooie mooie goals kan scoren, weten we. Er zat toch altijd iets negatiefs bij. Ik werd daar niet heel boos om, ook niet op Kooke, maar vroeg me af of hij gelijk had. Zou iedereen zo over mij denken en moet ik dingen weer verbeteren?’

‘Op een gegeven moment zeiden mensen dat ik een kans bij Oranje verdiende. Ik vond toen ook dat ik best mee had mogen trainen met Oranje. Maar had ik dan zelf bondscoach Paul van Ass moeten bellen? Zo ben ik niet. Toen ik in 2014 onder Max (Caldas, red.) mijn debuut maakte bij de Champions Trophy in India, speelde ik niet m’n beste toernooi. Maar dan kreeg ik van mensen als Erik Gerritsen (directeur KNHB, red.) een appje: Niet over inzitten. Terug naar jezelf. Focus op de goede dingen. Niet op trucjes doen buiten de cirkel. Als je opeens bij het Nederlands elftal zit, vraag je je af wat je moet leveren. Ik moest niet opeens acht man voorbij spelen, omdat ik een oranje shirt aan had. Dat dacht ik. Maar ik moest juist mijn eigen unieke dingen uitbuiten. Taco van den Honert (nu assisttent bij Oranje, toen hoofdcoach Amsterdam, red.) zei altijd dat ik geen andere speler moest proberen te zijn. Langzaam heb ik mijn eigen soort hockey gecreëerd, met mijn lichaam en de bewegingen die ik met zaalhockey heb geleerd.’

Rabo Super Serie. Nederland – Ierland 7-1, Mirco Pruyser. Foto: Willem Vernes

Pruyser gebruikt het contact met de verdediger

‘Vier jaar in het Nederlands zaalteam hebben mij gevormd als speler en hebben mij geleerd in kleine ruimtes te hockeyen. Dan ging ik niet op wintersport, maar stond ik om zeven uur ’s ochtends op om in de zaal van Almere te trainen. Ik oefende altijd nieuwe dingen. Korte pushes, one touch, scoringstechnieken. Ik heb elk jaar iets toegevoegd aan mijn spel. De laatste grote stap die ik heb gezet in mijn spel komt door het door te geven aan anderen. Met BP College (het bedrijf met teamgenoot Billy Bakker, red.) geven we ook privé-trainingen. Toen moest ik dingen die ik onbewust deed in mijn spel, bewust maken voor anderen, zodat ik het kon uitleggen. Daar heb ik veel aan gehad. Wat dat betreft waren die privé-sessies ook trainingen voor mezelf. Een voorbeeld is mijn backhand. Ik heb dat zo vaak voorgedaan voor kinderen. Als ik nu een backhand sla, sla ik niet vaak naast. Want als ik merk dat een backhand geen zin heeft, sla ik ‘m niet. Als ik denk dat het een onmogelijke kans is, gebruik ik het contact met de verdediger om naar mijn forehand te draaien. Dat bewustzijn is door training geven gekomen.’

Mirco Pruyser in de EK-finale 2017, Mink van der Weerden juicht met hem mee. Foto: Willem Vernes

Hij wist niet dat hij het halve veld had afgelegd om zijn goal te vieren

‘Ik juich uitbundig, maar niet om alle aandacht op me te vestigen. Ik geniet gewoon intens van scoren. Dat juichen (wijduit, met twee armen, red.) gebeurt gewoon. Als spits voel je altijd een bepaalde druk. Vroeger zei Floris Evers: het is weer play-off time, dus hebben we Mirco voor de goaltjes. Als het lukt, beleef ik intense blijdschap. Ik geniet daar zo van. Ik stap altijd het veld op om te scoren. Het juichen is intense blijheid, geen schreeuw om aandacht. Ik post mijn goals ook niet op social media. Dat ik van scoren houd, zit gewoon in mijn genen. Ik wist zelf niet dat ik na de 4-2 in de EK-finale het halve veld heb over gerend. De langste en snelste sprint die ik het hele toernooi heb getrokken. Dat gebeurde gewoon. Intense blijdschap. Bizar om terug te zien, ik wist het niet. Een half veld afgelegd, na een megazwaar toernooi.’

‘Ik word ouder. Daardoor kan ik steeds meer genieten van het succes van anderen. Bij Oranje hebben we na Rio de saamhorigheid en het jezelf kunnen zijn naar een volgend niveau gebracht. Daar geniet ik van. Duelletjes met nieuwe goede jongens, zoals Jonas (De Geus, red.), die zo een paar gasten kan uitspelen. Dat is een uitdaging. Dan denk ik: die gasten komen eraan. Die moet ik voor blijven. Net zoals ik als talent beter wilde worden dan Floris Evers en Santi Freixa bij Amsterdam. Het is mooi dat het bij mij nu gebeurt. Dat heb ik een aantal jaar gemist bij Amsterdam. Het is goed dat de club nu vier gasten uit Jong Oranje heeft aangetrokken. Dat zijn jongens die mij weer kunnen aanscherpen. Zelf ben ik een loyaal persoon. Ik ga niet weg naar een andere club, als het minder gaat. Dat maakt me tot wat ik nu ben. Betrouwbaar. Ik denk niet dat ik straks zomaar uit de hockeywereld verdwijn. Ik zie Tokio ook niet per se als einddoel. Ik weet niet of ik daarna stop. Het komt zoals het komt. Ik zeg niet dat ik coach wil worden. Maar BP College heeft nog veel potentie.’

Mirco Pruyser in de Pro League. Foto: Koen Suyk

‘Ik laat me niet snel uit m’n spel halen’

‘De allerbeste verdediger? Lastig, vroeger had ik echt een hekel aan Martin Häner. Hij lijkt traag, maar in de mandekking is hij echt goed. Mega irritant. Van Duitse mandekkers heb je last. Ze volgen je, zitten in je nek. Ze gooien zich met man en macht in het schot. Net als Johannes Mooij (Nederlandse speler, die na een jaar in Barcelona en duels in de Pro League met Oranje weer terugkomt naar Amsterdam, red.). Die zit altijd zo in je lichaam, dicht op je. Het is mooi dat-ie terug is bij Amsterdam. 1 op 1, is hij met zijn baldruk zo irritant. Zelf ben ik best wel fair. Ik praat ook met m’n verdediger. Als die lomp doet, geef ik mijn grenzen aan. Ik ben geen nare speler om tegen te spelen. Ik tik niemand op z’n voeten. Geen stick in de maag. Ik laat me niet snel uit m’n spel halen.’

‘Dat ik de laatste jaren op alle toernooien topscorer was, maar niet op het WK en de Olympische Spelen: daar ben ik echt niet mee bezig. Als spits valt het soms niet. Als sporter is een EK op het moment even belangrijk als een WK, als je op het veld staat. Als je klaar bent, is er een verschil. Maar an sich beleef je het toernooi hetzelfde. Het doel van spelers is altijd hetzelfde. Ik leg me niet minder druk op voor een EK in eigen stadion, dan een WK. Ik wil altijd de beste zijn. Ik weet inmiddels hoe het leven van een spits is. Was het WK beter geweest als ik zes of zeven goals had gemaakt? Nu had ik meer assists en was ik van waarde voor het team. Ik kan me altijd verplaatsen in mensen die tegenslag hebben. Dan probeer ik mijn eigen ervaringen met ze te delen. Nu Wortel (Floris Wortelboer, red.) is afgevallen, heb ik extra contact met hem. Hij moet niet met zijn kop naar beneden gaan hockeyen nu. Dat is wat mij betreft ook liefde voor de sport. Tegenslagen horen echt bij topsport, dat probeer ik aan de jongens mee te geven.’

Lees ook andere hockeymonologen:


5 Reacties

  1. haags-hopje

    haags-hopje

    Leuk verhaal! Volgend jaar lekker bij KZ ballen, onder auspiciën van Rochus Westbroek?

  2. w.j.arriens

    w.j.arriens

    deze sympathieke, mentaal sterke en zeer goede hockeyer lijkt me geschikt als aanvoerder. Beter dan een wisselend driemanschap, waar geen leiderschap van uitstraalt

  3. robgroe

    Rob Groenemeijer

    Ja, zo ken ik Mirco. Betrouwbaar, hij kwam van ver. En hij is attent. Stuur hem tijdens een internationaal toernooi een berichtje en je krijgt direct een antwoord. Daar reken je niet op, en dat maakt het bijzonder.

  4. MIck

    MIck

    Geweldige spits voor de Hk maar internationaal Komt hij tekort.

  5. Nuchterrr

    Nuchterrr

    Mooi verhaal, succes toegewenst, maar als je zo sterk gebouwt bent mis je toch snelheid en kom je heel moeilijk los van je verdediger op internationaal nivo das jammer.


Wat vind jij? Praat mee...