Muriel Povel stuitte oppermachtig Australië ten koste van gebroken stick

Het Nederlands elftal is het hoogst haalbare voor een hockeyer. Slechts 866 spelers trokken ooit het shirt van Oranje aan. Voor Muriel Povel bleef het bij twee interlands. Niet het debuut, maar haar tweede wedstrijd voor de Oranje Dames begin 1998 tegen het oppermachtige Australië is het meest bijgebleven.

Hoe is dit mogelijk? De verbazing was op het gezicht van bondscoach Tom van ’t Hek te lezen. Verbluft en hoofdschuddend liep hij op keepster Muriel Povel af. ‘Wat flik je me nou?’ Beiden toverden een brede glimlach op het gezicht. Even daarvoor hadden de Oranje Dames met 2-1 gewonnen van Australië. Het was de eerste overwinning op de toenmalige grootmacht in vier jaar.

Hegemonie

De Australische dames stonden in de jaren negentig van de vorige eeuw op eenzame hoogte, vergelijkbaar met de status van de Oranje Dames van nu. De Hockeyroos grossierden in prijzen: olympische titels in 1988 en 1996, de wereldtitel in 1994 en vier eindzeges in de Champions Trophy (1991, 1993, 1995 en 1997). Australië bleef op het hoogtepunt van haar hegemonie 41 duels ongeslagen.

HGC-keepster Muriel Povel debuteerde voor de Oranje Dames tegen Zuid-Korea (5-2). Foto: KNHB/Hockey Magazine

‘Het waren powervrouwen’, herinnert Povel zich, ‘van die massieve blokken, waarvan je dacht: waar hebben die in de gewichten gehangen? Fysiek waren ze een stap verder dan wij. Ook qua snelheid. Het waren machines. Daarnaast was hun mentaliteit en doorzettingsvermogen indrukwekkend.’

Oefentrip

In de aanloop naar het WK in Utrecht reisden de Oranje Dames begin 1998 voor drie weken naar Australië om zes wedstrijden te spelen, twee tegen een regionaal team en vier tegen de regerende olympisch en wereldkampioen.

Het was niet de eerste keer dat Povel deel uitmaakte van de selectie. Op 4 november 1997 had de keepster van HGC haar officiële debuut voor Nederland gemaakt tegen Zuid-Korea en daarvoor zat ze ook bij de selectie in voorbereiding op de Olympische Spelen van 1996. Uiteindelijk gaf Van ’t Hek voor dat toernooi uiteindelijk de voorkeur aan Jacqueline Toxopeus en Stella de Heij.

De complete selectie van bondscoach Tom van ’t Hek op Schiphol vlak voor vertrek naar het Australische Perth in 1998. Foto: KNHB/Hockey Magazine

Reserve voor Olympische Spelen

‘Voor Atlanta was ik reserve’, blikt Povel terug. ‘Ik trainde met het team mee tot het moment dat ze naar de Verenigde Staten afreisden. Daarna trainde ik individueel door totdat de bondscoach geen reservespeler meer mocht oproepen. Dat was een ondankbare tijd.’

Na de bronzen Spelen van 1996 moest Povel voor een plek onder de lat bij Oranje de concurrentie aangaan met Clarinda Sinnige en Daphne Touw. Het was voor Povel wel duidelijk dat haar rol die van derde keeper was.

Rol van derde keeper

‘Dat voelde ik wel aan. Iedere coach heeft natuurlijk zijn voorkeuren. Ik was al dertig en toen ik door Van ’t Hek werd gevraagd mee te gaan naar Australië, omdat Clarinda Sinnige geblesseerd was, dacht ik wel: ik tel mijn zegeningen, want ik moet het nog zien voor het WK in Utrecht. Ik voelde mij altijd het vijfde wiel aan de wagen, maar het was voor Van ’t Hek natuurlijk ook handig om iemand met ervaring achter de hand te hebben.’

Tijdens de eerste vier wedstrijden van de trip zat Povel er drie op de bank. Ze speelde het tweede duel tegen Western Australia, maar Touw stond tijdens de eerste wedstrijd tegen het regioteam onder de lat en twee duels tegen Australië, die Oranje met respectievelijk 3-2 en 3-1 verloor.

Een deel van de Oranje-selectie voor de skyline van Perth in 1998. Staand derde van links Muriel Povel. Foto: KNHB/Hockey Magazine

Weersomstandigheden

‘Voor een keeper waren het slechte omstandigheden. Het was bloedheet in Australië. De teamarts liet ons soms tijdens de trainingen naar de catacomben gaan om af te koelen, anders raakten we oververhit’, zegt Povel, die in de derde wedstrijd tegen Australië een basisplaats kreeg. ‘Ik was getergd, had veel getraind, maar niet veel gespeeld. Ik dacht: kom ik er überhaupt nog in? Ik was voor die wedstrijd tot op het bot gemotiveerd en scherp.’

Het was de basis voor misschien wel haar beste wedstrijd ooit. ‘Het was een duel waarin ik boven mezelf uitsteeg. Alles was een waas behalve die paar poppetje voor me en de bal. Die bal wilde ik opvreten. Het was een van die zeldzame momenten die je als speler een keer meemaakt.’

Genoeg kansen Australië

Dankzij doelpunten van Minke Smabers en Dillianne van den Boogaard, uit een strafcorner, leidden de Oranje Dames bij rust met 2-0. Een doelpunt van Lisa Powell in de tweede helft bracht de spanning terug in de wedstrijd. ‘Het was een wedstrijd die over een weer ging. Australië kreeg wel meer kansen en in de laatste fase was het echt rammen op onze goal’, zegt Povel.

In de slotfase kreeg Australië een strafcorner en terwijl het publiek al opsprong om te juichen voor de gelijkmaker kreeg Povel nog net haar stick tegen de bal: geen doelpunt. ‘De bal had net de bovenkant van de plank geraakt als ie erin was gegaan, maar half duikend tikte ik de bal met mijn stick eruit. Ik was zo blij dat ik mijn stick kuste en toen zag ik dat mijn stick was gebroken, zo kneiterhard was die corner.’

De gebroken stick van Muriel Povel van het gewonnen duel met Australië tijdens de oefentrip van de Oranje Dames in 1998. Foto: Muriel Povel

Extase

Povel: ‘Ik zal de gezichten na afloop nooit meer vergeten. De ontlading was zo groot. We hadden met 2-1 gewonnen. Iedereen was in extase. Een Australische speelster kwam op mij af en zei: het kan niet wat je hebt gedaan. Je hebt de statistieken verslagen. Het bleek dat Australië altijd een bepaald percentage goals maakte uit corners en dat was deze wedstrijd niet het geval. Ze vroegen zich ook af waar ik vandaan kwam, want ze kenden mij niet.’

Een dag later volgde de dubbele ontnuchtering. Povel moest haar plaats weer afstaan aan Touw en Nederland verloor met 6-0 van de Australische dames. ‘Na onze overwinning dacht ik wel: reken er maar op dat ze getergd zijn. Dat was ook zo, want met 6-0 werden we weggeveegd.’

Geen WK

De 2-1 zege tegen de Hockeyroos was niet alleen het sportieve hoogtepunt van Povel in Oranje, maar bleek uiteindelijk ook haar laatste interland. Het WK-zilver in Utrecht een aantal maanden later volgde Povel vanaf de tribune als toeschouwer.

In Australië had ze al een voorgevoel dat ze niet de eerste keus bij Oranje zou worden. ‘Mijn hoop was vervlogen met de opstelling van de laatste wedstrijd. Ik stond niet onder de lat. Van de vier wedstrijden tegen Australië mocht ik er maar een spelen. Dat zei mij genoeg.’

Bedanken voor reserverol

In een persoonlijk gesprek vlak voor het WK bevestigde bondscoach Van ’t Hek het vermoeden van Povel. Ze viel af voor de definitieve selectie, maar hij wilde haar wel als reserve op de lijst zetten. Daar bedankte Povel voor. ‘Dat had ik al meegemaakt bij de Spelen van 1996. Ik wilde er niet eens over nadenken.’

Spijt heeft Povel nooit gehad van haar keuze. ‘Bij mij is het glas altijd half vol. Er kan er maar een de beste zijn. Ik vond het gaaf om voor Oranje te spelen. Het was de crème de la crème. Het was een eer om voor mijn land te spelen.’

Muriel Povel (51) werkt in het Huis van Jonathan, een praktijk waarin naast haptotherapie ook coaching, persoonlijke ontwikkelingstrajecten en relatiebegeleiding worden aangeboden.

Lees ook:


1 Reactie

  1. al1963

    Kanjer ! Mooie jaren samen door gemaakt op ons cluppie 👍💙🖤


Wat vind jij? Praat mee...