Coen van Bunge: ‘Scheidsrechters moeten trotser op elkaar zijn’

Coen van Bunge was de eerste Nederlandse scheidsrechter sinds 41 jaar die een olympische mannenfinale floot. Een droom die uitkwam, in een wereld waarin nog veel te winnen is.

Van Bunge is een man met veel woorden. Enthousiasme. Begeisterung. De glimlach nooit ver weg. Maar midden in het gesprek, in zijn eigen woonkamer in Wassenaar, valt de blonde spraakwaterval toch even stil. Hij vertelde net over zijn dierbaarste herinnering aan de Spelen in Tokio. ‘Dat was na afloop van de finale. Ik heb nooit, echt nooit ervaren dat er zoveel respect was voor elkaar in een hockeywedstrijd. Tussen alle drie de teams. Australië, België en de scheidsrechters, het team van Marcin Grochal en mijzelf. Het klopte gewoon.’

Hij is ontroerd door zijn eigen gedachten. ‘Er was niemand om de finale mee te vieren. Lege tribunes. We hadden alleen elkaar daar, op het veld. Iedereen stond daar elkaar te huggen. Te bedanken hoe we het samen hadden gedaan. Het is heel bijzonder om daar, op zo’n podium, deel van uit te maken.’ Weer met een glimlach: ‘We werden daar wel dagelijks getest hè, voor de duidelijkheid.’

Welkom in de wereld van de scheidsrechter die geschiedenis schreef. Die ervoor zorgde dat Bob Davidzon na 41 jaar eindelijk een opvolging kreeg. ‘Ongelooflijk hè’, zegt Van Bunge. ‘Er zijn niet zo veel die dit mogen meemaken. Die historische waarde vind ik heel mooi, maar ik krijg er geen korting mee bij de Albert Heijn.’

Van Bunge in ‘zijn’ finale tussen België en Australië. Foto: Koen Suyk

Hoe bedoel je?
‘Voor mij is dit megagroot. Hier in de straat weten ze het. In de hockeywereld leeft het. Maar daarbuiten? Het is geen voetbal hè. Een paar dagen terug is het groot nieuws dat Serdar Gözübüyük internationaal op de hoogste lijst bij het voetbal komt. Ondertussen weet buiten het hockey niemand, dat Michiel Otten op de Aziatische Champions Trophy in Bangladesh staat te fluiten. Maar over het algemeen neemt de aandacht voor arbitrage in de sport toe, dat is mooi.’

Hoe merk je dat?
‘Dat er bij sportverkiezingen vaker een scheidsrechtersprijs is. Misschien is dat iets kleins. Maar het geeft wel die erkenning. Dat die gasten of dames met hun fluit ook onderdeel van het geheel zijn. En het biedt perspectief aan jonge scheidsrechters.’

Dat je ook hierin kan uitblinken.
‘Exact. Dat je niet alleen maar de volgende Frédérique Matla hoeft te worden, maar ook op een andere manier succesvol kan zijn in het hockey. Als je niet per se goed kan hockeyen, maar wel gek bent van het spel. Dat er als scheidsrechter ook kansen zijn om je op de grootste toernooien te onderscheiden.’

Hoe kan je dat nog meer doen?
‘We moeten onszelf ook laten zien. Waar je komt, wat je meemaakt. Bereik jonge scheidsrechters via social media, op een leuke, positieve manier. Het is zo vaak ‘doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg’.’

Het klinkt alsof je je daaraan ergert?
‘Helaas merk ik vaak genoeg dat scheidsrechters elkaar dingen misgunnen. Balen ze ervan dat een ander een podium pakt. Daar hadden ze zelf willen staan. Die jaloerse blikken houden anderen weer tegen om zichzelf wel te laten zien. Stoken en ten koste van anderen willen opschuiven, dat helpt je ook niet verder. We moeten als scheidsrechters trotser zijn op elkaar. Kijk naar Berry van Bentum. Geweldig hoe hij die omstreden corner bij Victoria-Oranje-Rood toelichtte.’

In de halve finale op de Spelen, tussen India en België. Foto: Koen Suyk

Wat is het grootste offer dat je richting de Olympische Spelen hebt gebracht?
‘De aanloop naar de Spelen in Japan. Kijk, als ik er alleen voor het toernooi was geweest, had het mij twintig dagen gekost. Maar ik wilde zo goed mogelijk voorbereid daar beginnen. Dus ben ik eerder gegaan. Ik ben met de Oranje Dames meegevlogen naar Gifu, waar zij hun trainingskamp hadden. En ik had vooraf contact met een paar buitenlandse teams, zodat ik een paar kon fluiten. Die planning start maanden van tevoren. In totaal ben ik vierenhalve week van huis geweest. Misschien is dit wel een mooie plek om mijn vrouw daarvoor te bedanken, dat het zo kon. Want zonder die steun van thuis, had ik dit niet bereikt.’

Pak je in die weken de voorsprong op de finaleplek?
‘Zeker weten. Doordat ik zoveel eerder was, zat ik helemaal in de juiste flow toen het toernooi begon. Ik hoefde niet meer te wennen aan het weer en het tijdsverschil. Ik had weer even wat teams gezien, die ik niet vaak tref. Ik floot een oefenpotje tussen Australië en Duitsland. Kwam Blake Govers naar mij toe. Fijn dat je er bent Coen, zien we elkaar op de laatste dag? Vind ik mooi, die interactie. Die jongens weten precies hoe ik fluit en ik hoe zij spelen. Voor de finale keken Govers en ik elkaar even aan. Zo van: ik ben niet vergeten, wat we voor het toernooi tegen elkaar hebben gezegd. Met die verstandshouding is fluiten een stuk minder moeilijk, hoor.’

Gaat dat contact met spelers niet ten koste van je onafhankelijkheid?
‘Nee. In de absolute top heb je een goede onderlinge verhouding nodig om respect te krijgen. Daardoor gaan spelers soepeler om met beslissingen waar ze het mogelijk niet eens mee zijn.’

Waar zit de grens tussen professioneel en amicaal?
‘Als zichtbaar is, dat je iets niet doet. Dat men bijvoorbeeld verwacht dat er een kaart komt, maar dat ik ‘m niet geef omdat ik diegene lang ken. Als dat gebeurt, heb ik een probleem. Dan houd ik mij niet meer aan de regels. Want die zijn vrij duidelijk. Doe je dit, dan krijg je dat. Dus ja, ik heb veel contact met spelers, coaches en ook journalisten. Ik leer daarvan en het helpt mij ook om mijn beslissingen te verkopen.’

De berichten stroomden binnen, allemaal van Belgische fans. Hoe ik dit had kunnen doen? ‘Je hebt ons bestolen, blinde Hollander.' Van Bunge over de omstreden goal van Spanje tegen België in de kwartfinale van de Spelen

Als ambassadeur van je beroepsgroep.
‘Toen ik op social media plaatste dat ik de finale mocht fluiten, kreeg ik een berichtje van Vincent Vanasch, de keeper van België. Let’s finish in style. Da’s toch mooi, dan weet je precies hoe ze erin zitten.’

Toch die erkenning?
‘Oh, die is er zeker ook. Alleen wel in onze héel kleine wereld.’

En dat van de Belgen, die jouw bloed in de kwartfinale wel konden drinken.
‘Je bedoelt dat doelpunt van Spanje, dat ik als video-scheidsrechter goedkeurde.’

Yep, kan je nog kort vertellen wat er gebeurde?
‘Dat leverde inderdaad een hoop gezeur op. Goed, Spanje scoorde  in de eerste helft tegen België. De scheidsrechter twijfelde en vroeg mijn advies. Hij was erbinnen, zag ik. Een lastige, maar het was echt een doelpunt. In de rust pakte ik mijn telefoon. De berichten stroomden binnen, allemaal van Belgische fans. Hoe ik dit had kunnen doen? ‘Je hebt ons bestolen, blinde Hollander. Blinde mol.’ En serieuzer: ‘als je in België komt, weten we je te vinden.’ Daar schrik je van, natuurlijk.’

Wat doe je dan?
‘Eerst nog eens checken. Frame voor frame het fragment zien. Ik kreeg gelukkig ook berichten van collega’s die aan mijn kant stonden. Eentje stuurde mij een foto waarop precies het schot – dus binnen de cirkel – te zien was. Die heb ik meteen naar de Belgische staf gestuurd, om eventueel geklaag in de kiem te smoren. Floris Geerts, een Belgische journalist, vroeg aan mij hoe ik deze beslissing had kunnen nemen. Ik liet hem de foto’s zien. Hij heeft die, waar ik heel blij mee was, gebruikt op zijn kanalen. Hierdoor verstomde de discussie.’

Van Bunge, tijdens een van zijn spaarzame Hoofdklasse-duels van dit seizoen, in gesprek met HGC-keeper Sam van der Ven. Foto: Koen Suyk

Waarom ben je daarna minder gaan fluiten in de Hoofdklasse?
‘Ik wilde na de Spelen wat anders. Niet altijd dezelfde koppen. Ik moet mijzelf blijven uitdagen. Dat kan ook prima op andere niveaus.’

Leg uit?
‘Omdat je op onbekend terrein terug moet naar de basis. Voor mij is fluiten in de Hoofdklasse het makkelijkst. Ik ken de teams, zij kennen mij: dat komt goed. Maar ik heb nu bijvoorbeeld ook een paar keer in Frankrijk gefloten. Nou, mijn Frans is niet geweldig. Je bent dus beperkter in je communicatie. Dan kom je terecht bij het begin van het fluiten. Als scheids moet je duidelijk maken welke kant we opgaan in het veld. Voor mij is dat in Frankrijk moeilijker dan in Nederland. Daar leer ik dus van. Bovendien stond ik daar met jonge jongens, van zestien en achttien jaar. Zij vonden het leuk om met mij te fluiten.’

Dus daarom stond je dit seizoen in de Vierde Klasse?
‘Haha, zeker. Catwijck tegen Saxenburg. Dat was hier in de buurt, ze hadden mij uitgenodigd. Ik sta daar gewoon in mijn spijkerbroek. Zo casual en normaal mogelijk. Voor het plezier. Geen oortjes of kaarten. Haha, hou op zeg. Als ik daar kaarten nodig heb, heb ik iets verkeerd gedaan. Zo heb ik in het land een paar keer op andere niveaus gefloten. Plezier maken en jonge scheidsen helpen. Ik wil in de tweede seizoenshelft nog ergens een veteranenpotje fluiten.’

Klinkt als een oproep?
‘Prima. Ik ga graag de uitdaging aan. Maar uiteindelijk kom ik wel terug in de Hoofdklasse hoor. Anders kan ik die volgende finale wel vergeten.’


5 Reacties

  1. robdux

    Mooi interview. Geen kaarten nodig op lager niveau. Heeft vooral te maken met zijn goede communicatie. Misgunnen, stoken komt ook voor in het interview. Het valt mij vaak op dat er eenzijdige verhalen over anderen worden verteld in de hockeywereld. Dat komt veel voor bij besturen, commissies, spelers en zeker ook (bonds)arbitrage. Toch altijd jammer dat mensen om die reden een oordeel over een ander klaar hebben. En als mensen een stempel opgedrukt hebben gekregen….! Neemt niet weg, dat deze man een topper is en trots kan zijn op zijn arbitrage carrière.

  2. rob-tettero

    Hoi Coen wat een gaaf verslag van jouw bevindingen op de olympische spelen. Dat zal helpen mensen enthousiast te maken om te komen fluiten. tenslotte moeten wij het met elkaar doen. Het fluiten mag best meer aandacht krijgen bij clubs maar ook de bond. De nieuwe opleidingen die nu zijn gestart zullen daar zeker ook bij helpen.

  3. Mark-Willem Hofland

    Cartouche Veteranen A altijd welkom Coen !!

    1. edwin-den-houter

      Mag ik ook dan 😜

  4. edwin-den-houter

    Ik vind Coen een top arbiter en ook een top vent, hij is altijd zichzelf gebleven, zonder kapsones. Als je wat vraag aan hem krijg je altijd normaal antwoord terug. Kan je van een aantal andere scheidsrechters niet zeggen.


Wat vind jij? Praat mee...