Dé 8 ‘na de zomerstop’-types. Welke ben jij?

Misschien heb jij de spierpijn van de eerste training al gehad of staat jouw voorbereiding op het punt van beginnen. De zomerstop loopt op zijn einde. Leuk om je teamgenoten weer te zien, maar het is altijd even afwachten hoe zij de zomer zijn doorgekomen. Deze acht ‘na de zomerstop’-types komen je misschien wel bekend voor. Welke ben jij, of ken jij nog meer types?

1. Het ‘Kijk mij eens fit zijn’-type

Hij of zij heeft – waarschijnlijk als enige – het trainingsschema voor in de zomerstop tot in detail uitgevoerd. En inderdaad: fit. Rent al in de warming-up een paar meter voor de rest uit, roept het hardst dat hij of zij geen enkele vorm van spierpijn heeft, terwijl de rest nauwelijks meer uit bed kan komen na de eerste training, laat staan kan traplopen.

Voor al dat eenzame getrain in de zomerstop heeft dit type wel veel complimentjes nodig. Want wist je wel dat er op vakantie tussen de bergen in 40 graden toch hardgelopen is? En dat ook elke dag de wekker vroeg stond om 100 baantjes te trekken in het zwembad? Geef deze persoon ‘n schouderklopje en zeg daarbij: ‘Wat ontzettend knap’.

2. Het ‘Ik heb geen reet uitgevoerd en ben nog steeds fit’-type

Vertelt trots aan iedereen die het wil horen dat hij of zij echt hélemaal niks heeft uitgevoerd in de zomer, en rent de meesten er op de eerste training alsnog uit. Ziet in zijn of haar eigen fortuinlijke genen het bewijs dat doortrainen in de zomerstop eigenlijk helemaal niet nodig is, en vindt degenen die dat wel doen maar uitslovers.

Dit is verreweg het meest irritante ‘na de zomerstop’-type. Voor het hele team, maar vooral voor type nummer 3. Die begraaft dit type het liefst ter plekke onder het kunstgras als hij of zij door het ‘Ik heb geen reet uitgevoerd en ben nog steeds fit’-type wordt ingehaald.

3. Het ‘probeert het wel maar wordt nooit echt fit’-type

Dit type heeft als één van de weinigen het trainingsschema gevolgd. Dacht bij zichzelf: dit seizoen gaat het wél lukken. Nieuwe ronde nieuwe kansen. Tijdens het rennen van rondjes in de zomer voelde hij of zij zich trots, sterker en sneller worden. Maar dit type loopt er voor de eerste training niet mee te koop zoals type 1. Want dit type voelt de bui al hangen. En ja hoor. Hijgend op zijn allerlaatste reserves lukt het om de eerste training tot het einde vol te houden. Bij de sprintjes net niet laatste geëindigd. Vólgend seizoen dan maar?

4. Het ‘Het was een mooie zomer’- type

Na de laatste training heeft dit ‘na de zomerstop’-type zich ontdaan van alles wat ook maar met sport te maken heeft. Heeft een geweldige zomer gehad waarin hij of zij zich heerlijk heeft volgevreten en oja, vrijwel elke avond ook flink wat alcoholische versnaperingen naar binnen gegoten. Er is geen een moment aan hockey gedacht, tot de eerste training voor de deur stond. Ook daar moest deze persoon nog even aan herinnerd worden door de teamgenoten.

Het hockeyshirt zit een stuk strakker dan voor de zomerstop. En op de eerste training doet dit type zijn best, maar hangt het toch al na de warming-up kokhalzend over het hek. Gelukkig is de voorbereiding nog lang…

5. Het ‘Come-back kid’-type

Eind vorig seizoen was dit type nog geblesseerd, ziek zwak of misselijk, speelde gewoon niet of zat er totaal niet in. Of zat hij in Heren 8 en blijkt ineens ook de ster van Heren 1 te kunnen zijn. Wat er in de zomer is gebeurd weet je niet, maar dit type rent je ineens voorbij en schiet ballen in de kruising waar je bang van wordt. Verbaast zich daar zelf ook over. Deze ‘come-back kid’ vindt het weer heerlijk om te hockeyen en kan de grijns maar niet van het gezicht krijgen.

6. Het ‘Op karakter’-type 

Het ‘op karakter-type’ heeft weinig uitgevoerd in de zomer, en voelt ook wel dat hij of zij niet zo fit is als voorheen. Maar vastberaden om niets te laten merken aan het team en de trainer. Aan de buitenkant lijkt het alsof hij of zij prima meekomt in de eerste training, maar van binnen gaat dit type kapot.

Haalt de top-5 in de sprintjes, maar heeft de hele week daarna pijn aan de longen bij inademen. Maakt het gebrek aan snelheid goed met slidings en gaat er keihard in. Stapt na de eerste training totaal gesloopt, zwetend en bloedend van het veld, alsof er net een oorlog is gevoerd. De dagen erna op school/werk is dit type maar weinig waard.

7. Het ‘Bij voorbaat al geblesseerd’-type

In het gesprek over hoeveel iedereen in de zomermaanden heeft gerend blijft dit type opvallend stil. Vlak voordat jullie de kleedkamer verlaten en het veld betreden mompelt hij of zij nog iets over dat het volgens Buienradar zou gaan onweren. Tijdens het warmlopen klaagt dit type al over het stroeve veld. Na één rondje inlopen vertelt dit type aan iedereen die het wil horen over de zware benen. Stapt bij de tweede ronde shuttles uit. ‘Last van de hamstring’. Iedereen weet hoe het echt zit.

8. Het ‘over-enthousiaste’-type

‘Oh my god, wat is het heerlijk om weer een stick vast te hebben’,  jubelt dit type. Al sinds hij of zij weer voor het eerst het veld op kwam – een kwartier eerder dan de rest – wordt er gepield en gekooid met een bal. De manier van rennen lijkt in de training meer op huppelen, de smile is niet van het gezicht te vegen. Aan alles is te zien dat deze over-enthousiasteling zich – ondanks al de stoere verhalen – enorm heeft verveeld deze zomer. Want wat is je leven nou zonder hockey? Toegegeven: het enthousiasme werkt aanstekelijk. Maar als de smile nog steeds aanwezig is als jullie aan een heftige shuttle-ronde beginnen, geef dit type dan een duw en zeg: ‘doe even normaal man’. 


Wat vind jij? Praat mee...