Hockeymuseum: de grote bal ‘de Sinaasappel’ en hoe hij verdween

Jarenlang is er op de Nederlandse hockeyvelden tegen een bal geslagen die bijna twee keer zo groot was als het voorwerp waarmee momenteel gespeeld wordt, vertelt verzamelaar Nico Leeftink in de eerste aflevering van onze nieuwe serie Hockeymuseum. De zogenoemde Sinaasappel heeft een prominente plek in de vaderlandse hockeygeschiedenis. Vooral omdat het hoog tijd was om er afscheid van te nemen.

Met terugwerkende kracht is het bijna niet voor te stellen dat in Nederland aan het begin van de vorige eeuw nog steeds met de Sinaasappel werd gespeeld terwijl in Engeland de uit het cricket overgenomen leren bal al lang werd gebruikt. De Sinaasappel was groter, lichter en rolde slechter. Dat in Nederland de slagcirkel nog niet bestond, maakte dus in feite niet uit. Wie van grote afstand met zijn stick de Sinaasappel een flinke mep gaf, haalde het doel toch nooit.

De Sinaasappel dankt zijn naam aan de kleur die hij had: oranje. Onder het touw dat eromheen gebonden was, schuilde een oranje zeildoek, dat om een stuk kapok (een soort katoen) was gewikkeld. Dat dit exemplaar dat Leeftink in bezit heeft niet oranje meer is, komt omdat hij gebruikt is.

Een speler van Haarlem kreeg de leren bal in zijn oog

Toch werd héél lang geleden, op Tweede Kerstdag 1894 om precies te zijn, in de eerste hockeywedstrijd in Nederland tussen Amsterdam en Haarlem wel met de leren bal gespeeld. Dat was geen succes, weet Leeftink. ‘Een speler van Haarlem, Klaas Pander, raakte in die wedstrijd zwaargewond. Hij kreeg de bal in zijn oog’, vertelt hij. ‘De velden waren toen nog erg slecht en hobbelig en bovendien werd er met sticks gespeeld met van die enorm lange haken. Als je de bal raakte, wist je lang niet altijd waar ie naartoe ging.’

Na dat ongeluk is er in Nederland een stroming ontstaan voor veiliger hockey. Daarom werden de internationale regels niet algemeen toegepast en werd in plaats van tegen de harde, leren cricketbal tegen de zachte Sinaasappel geslagen. In tegenstelling tot de rest van de hockeywereld kende Nederland ook gemengd hockey en had de stick waarmee gespeeld werd in het begin niet één, maar twee platte kanten.

Een archieffoto van Nico Leeftink, thuis met zijn verzameling. Foto: Willem Vernes

Hoewel de Sinaasappel (links) officieel al bijna honderd jaar niet meer gebruikt wordt, ligt er gewoon een exemplaar bij Leeftink thuis. ‘Ik heb ‘m van mijn opa gekregen. Die had een sportzaak. Ik ben er heel blij mee, niet alleen omdat het een mooie herinnering is en er nog maar een paar van zijn, maar ook omdat het aangeeft welke successen je met verandering kunt bereiken.’

De Olympische Spelen in 1928 betekenden het einde van de Sinaasappel

Maar met de komst van de Olympische Spelen in 1928 naar Nederland, versterkte de roep om aanpassing van de Nederlandse hockeyregels naar de internationale standaarden. Deelname van het Nederlands (mannen)hockeyteam was al in twee edities van de Spelen geweigerd, omdat bij ons de internationale spelregels niet gehanteerd werden.

‘Rein de Waal – een enorm charismatisch figuur en aanvoerder van het Nederlands elftal – wilde niets liever dan dat de leren bal zo snel mogelijk werd ingevoerd’, zegt Leeftink. ‘Als dat niet gebeurde, konden hij en zijn team niet meespelen in het Olympisch Stadion in Amsterdam.’

Aan deze roep werd net op tijd gehoor gegeven. Vanaf het seizoen 1926/1927 werden de internationale regels ingevoerd en last but not least: werd de Sinaasappel ingeruild voor de leren bal.

Boven: een toegangsbewijs van het olympisch hockeytoernooi van 1928. Onder: een foto van het Nederlands elftal op de Spelen van 1928. Allebei in het bezit van Leeftink.

Op straat en op pleintjes zag je kinderen opeens hockeyen

Daardoor kwam er wel een druk op Oranje te liggen. Op de bovenstaande foto van het Nederlands elftal, genomen op de Spelen van 1928, is duidelijk te zien dat de spelers zeer gedreven met grote passen het veld in het Olympisch Stadion betreden. ‘Ze wilden het Nederlandse publiek niet alleen laten zien waartoe ze sportief gezien in staat waren, maar ook dat de regelwijzigingen de moeite waard waren geweest’, zegt Leeftink.

Het debuut van het Nederlands (mannen)hockeyteam op de Spelen werd een doorslaggevend succes. Dankzij de vele gezamenlijke trainingen met de spelers van Brits-Indië net voor de Spelen waren de Nederlandse spelers met sprongen vooruit gegaan. Door de poulewinst werd de finale bereikt, waarin op 26 mei van het ongenaakbare Brits-Indië met 0-3 werd verloren. De wedstrijd werd bezocht door circa 25.000 toeschouwers, hetgeen jarenlang internationaal gezien het recordaantal bezoekers bij een hockeywedstrijd was.

Leeftink: ‘Dat succes zorgde er in Nederland voor dat de populariteit van hockey enorm toenam bij de jeugd. Op straat en op pleintjes zag je kinderen opeens hockeyen. Dat gebeurde daarvoor nooit. Er werden ook veel hockey-schoolverenigingen opgericht, waarmee in Nederland de toekomst van het hockey verzekerd was. De afschaffing van de Sinaasappel heeft dus heel duidelijk bijgedragen aan de huidige populariteit van de sport.’


1 Reactie

  1. ToonvanDijk

    We zijn dus eigenlijk met trimhockey begonnen


Wat vind jij? Praat mee...