‘Voor kinderen is twee keer trainen en een wedstrijd het maximum’

Na het enorme aantal reacties op de column van oud-international Rob Reckers die zijn verbazing uitsprak over kinderen die vijf keer per week hockeyen, vroeg hockey.nl aan KNHB-talentcoördinator Gerold Hoeben naar zijn visie.

‘Ik ben het helemaal eens met Rob. En ik ben ook erg blij met de reacties van de verschillende mensen op het artikel’, zegt Hoeben, die zich dag in dag uit bezig houdt met het opsporen en ontwikkelen van hockeytalenten en ook onderzoek deed onder oud-internationals.

‘Dit is uiteindelijk een maatschappelijke discussie. Kinderen bewegen aan de ene kant steeds minder. Dan is de reactie van de sportclub om steeds meer te gaan trainen. En dan ook nog op één sport. Daarmee worden kinderen sneller beter, maar is de duurzaamheid beperkter. Daarmee doel ik onder andere op de kans van overbelasting. Ik zie nu al veel meer blessures bij kinderen dan vroeger. Hielklachten. Hamstringblessures bij dertienjarigen. Dat komt omdat ze teveel eenzijdige sport bedrijven. Er wordt aan de ene kant minder buiten gespeeld, maar er wordt juist weer specifieker getraind. Daardoor ontwikkelen talenten een minder breed motorisch palet, omdat ze op jongere leeftijd teveel tijd aan één sport besteden. Terwijl hockey en tennis een fantastische combinatie is. Maar ook hockey en voetbal, turnen en judo.’

Talentcoördinator Gerold Hoeben in zijn oude rol als assistent bij Oranje. Hier met Seve van Ass, Marcel Balkestein en Bob de Voogd. Foto: Koen Suyk

De Johan Cruijff-discussie

De nadelen van kinderen die op jonge leeftijd al vijf keer trainen zijn groot, wil Hoeben benadrukken. ‘We zien nu al meer burnout verschijnselen bij kinderen rond hun vijftiende, zestiende. Dan zijn ze door al het hockeyen klaar met de sport. Heel erg zonde.’

Hoe moet het dan wel? ‘Dit is natuurlijk een beetje de oude discussie met Johan Cruijff, die vond dat kinderen op straat moeten leren voetballen. Daar ontwikkel je jezelf technisch en tactisch. Daar ben ik het helemaal mee eens. Je kunt als kind wel vijf keer per week op het veld staan met een trainer. Maar dat noemen we deliberate practice. Onder toezicht trainen. Terwijl kinderen moeten spelen. Van spelen worden ze beter. Wat je moet doen is die keren dat ze trainen zorgen dat er echt goed wordt getraind. Ik zou zeggen dat twee keer per week trainen en een wedstrijd genoeg is tot hun twaalfde. Voor de rest moeten spelers vooral veel aan freeplay doen. Geef ze ruimte op een veld en verder niets. Laat ze lekker spelen, lekker hockeyen. Zonder opdracht.’

De rol van de club en de ouders

Er zijn hockeyclubs die dankzij de wachtlijsten bij de jeugd verplichtingen stellen aan de aanwezigheid van de kinderen. Soms moeten kinderen al zes weken voor de eerste wedstrijd beschikbaar zijn voor de training, of moeten ze minimaal drie keer per week verplicht aanwezig zijn. Hoeben vindt dat geen goede zaak. ‘Ik zou als ouder mijn kind niet bij een club laten trainen die je dat verplicht of ervoor zorgt dat je nauwelijks op vakantie kan. Er ligt ook een rol bij de ouders. Sinds de jaren zeventig denken ze dat succes altijd maakbaar is. Ze denken: als het niet goed gaat met mijn kind met hockey, ligt dat aan mij. Terwijl die kinderen die echt goed kunnen hockeyen, vaak uit zichzelf nog wel extra aan de slag gaan. En degenen die minder goed zijn, vinden een paar keer trainen prima. Vier of vijf keer trainen op jonge leeftijd zorgt er vaak voor dat de kans dat ze hun hele leven blijven hockeyen juist kleiner wordt. Ook de kans op een carrière als international wordt niet groter.’

Kinderen moeten vooral spelen

Kinderen mogen dus best veel hockeyen, zolang er maar veel gespeeld wordt. Met plezier, ‘pielen’ met bal en stick zoals Reckers het noemde in zijn column. Hoeben: ‘Kinderen die vriendjes opbellen om met elkaar buiten te spelen, dat is heel belangrijk voor de ontwikkeling. Dan kunnen ze gaan hockeyen, maar ook andere sporten of activiteiten doen. Kinderen die de hele dag op de hockeyclub rondhangen op zo’n klein veldje, met een grote glimlach, dat is goud waard. Daar krijg je tophockeyers van. Niet van vijf keer verplicht trainen als je tien bent.’


10 Reacties

  1. ManouschkaMollerus

    ManouschkaMollerus

    Wat ontzettend fijn dat Gerold Hoeben duidelijk aangeeft hoe hij in deze discussie staat en wat zijn visie is t.o.v. Kinderen en Talentontwikkeling! Ik ben het helemaal met hem eens! Een groot pluspunt dat hij voor de KNHB werkt en zo zijn visie breed kan uitdragen. Dank daarvoor namens een betrokken ouder:)!

    1. leonvanheesch@xs4all.nl

      leonardus

      Helder verhaal. Ben bang dat juist de ouders hierin een verkeerde rol spelen. Die laten hun kind liever naar het sportveld gaan dan dat ze 'op straat' spelen.

  2. Lostammer@gmail.com

    vostammer

    De VI van vorige week liet een Belgische voetbaltrainer aan het woord die vertelde dat Belgie sinds begin van deze eeuw scholen uit de grond stampt waar voetballers ( vanaf 11 jaar) naast het normale curriculum 7 maal in de week een voetbaltraining krijgen aangeboden, naast de reguliere wedstrijden. Die scholen staan door het hele land en ook voor sporten als tennis, basketbal en volleybal komen deze faciliteiten meer en meer beschikbaar. (Moet ik erbij vertellen dat de Belgen in de Daviscupfinale staan later dit jaar?) Op jonge leeftijd hard en veel trainen is een bittere noodzaak om tot topsport te komen. Er zijn geen geheimen: Er moet hard gewerkt worden. Dat is de basis. Wat helemaal niet hoeft te zeggen dat de trainingen EENZIJDIG zouden moeten zijn. En natuurlijk is het prima om modules met ondersteunende sporten in te bouwen. In de grote sporten gebeurt dat allang. En dat is in alle opzichten heel verstandig. Maar waar we niet naar toe moeten is de ouders en kinderen voorliegen dat ze "de top" ook best wel met 2 keer per week kunnen halen. Een aperte leugen, ingegeven door een gebrek aan faciliteiten, trainers, velden, motivatie en dus gewoonweg zoveel mogelijk betalende idiootjes op zo weinig mogelijk velden. Op Naar de derde helft. Iedereen ziet toch het abominabele niveau van jeugdhockeyers onder het hoogste echelon op onze velden? Het is echt om te janken. Daar staan ouders langs de kant die jarenlang is wijsgemaakt dat "de club in opbouw is, er geduld moet worden betracht en de jeugd prioriteit heeft" ," dat de jeugd niet overtraind moet raken", " dat op een verantwoorde manier het maximale uit hun spruiten wordt gehaald" .... en als hun kind een jaar of veertien is komen deze ouders er achter dat er in NL maar een paar honderd kinderen écht goed kunnen hockeyen. Juist ja....Zij die WEL allejezushard hebben getraind vanaf jongere leeftijd (omdat ze het geluk hadden bij een grotere club te spelen, en over ouders die stimuleerden, auto reden en als het moest meedogenloos pushten, beschikten ) . Maar willen tophockey, of de kans om tophockey te spelen écht beperken tot een handjevol gelukkigen? Is dat een gezonde sportpyramide? Hockeyclubs moeten veel transparanter en eerlijker worden naar kinderen en ouders. Maak een prestatie en een recreatie sectie. Vertel degenen die 1 of 2 keer in de week komen trainen vooral geen verwachtingen moeten koesteren. Zeg rechtuit tegen die jeugd dat Hoofdklasse voor hun iets is waar je later naar mag kijken onder het genot van een biertje. Tegelijkertijd moeten degenen die wel dromen en aspiraties hebben de mogelijkheid worden geboden om harder te trainen, véél harder. Gevarieerder. Slimmer. Intensiever. Dat geknoei dat we nu qua trainingsvolume , trainingsintensiteit en inventiviteit, bij bijna alle Nederlandse clubs zien doet pijn aan je ogen. Tijd dat het gaspedaal diep wordt ingedrukt voor de jeugd die die ambitie heeft. En dat zijn er meer dan iedereen denkt.

    1. JimHoutkamp

      jimhoutkamp

      Goed verhaal, lekker kort ook

    2. m4.gans@gmail.com

      uijen

      Wat een typisch voorbeeld van maakbare kids. Als je talent hebt komt dit er ook uit met 2 keer in de week trainen. En je kind pushen om 4 of 5 keer per week te trainen, terwijl het geen talent heeft, zal er niet voor zorgen dat het de top haalt. Ouders zijn tegenwoordig bezig om hun eigen onvermogen te projecteren op de kinderen en dit is vaak te sneu voor woorden. Laat kids lekker sporten, spelen, met vrienden hangen en er komt vanzelf wel bovendrijven wat ze echt willen. En dit kan wel eens heel anders zijn dan wat jij als ouder wil, so what, ga je eigen leven leiden, niet dat van je kinderen. Hierin ben je slechts een facilitator.

  3. GabyvanHout

    GabyvanHout

    @lostammer Lang verhaal met onzinnige inhoud. Lees het verhaal van de Zweedse ijshockeyopleiding. (Franse handballers doen het ook zo) Strekking; I.d.d. Twee keer onder goede begeleiding trainen. Vanaf 15-16 selecteren. Ook wereldkampioen geworden.

    1. EricFintelman

      EricFintelman

      Ben het volledig met je eens! Gerold schijft juist dat specifieke hockeytraningen beperkt moet worden tot twee keer en dat laat weer ruimte voor andere sporten! Zo komt een kind aan afdoende beweging per week en leid je ze goed op. Ben net begonnen met een "vernieuwende" manier van trainen, gestoeld op de Cogi training van Michel Bruyninckx en mijn ervaringen met veelzijdig motorisch opleiden, als toenmalig hoofd jeugdopleiding bij Amsterdam, bij de jongste jeugd in Beuningen. Heel benieuwd wat ons dat zal brengen. Kinderen dienen plezier te hebben in datgene dat ze doen.

  4. Piet Gunning

    Piet Gunning

    Artikel van Gerold Hoeben uit het goede SportHart gegrepen. Wij speelden vroeger hockey met een tennisbal op rolschaatsen op straat. Je leerde elke stoeptegel kennen en caramboleerde via "de put" je tegenstander met de de haringtruc voorbij. Spelvreugde begon daar. De vrijheid was immens. "Op straat spelen" betekende vroeger misschien wel wat anders dan nu en natuurlijk : niet iedere straat is hetzelfde, maar het idee blijft. Liefde voor de hockeysport (iedere sport) valt en staat met "spel"vreugde. Messi is een mooi voorbeeld. De geniet van elk trucje en van elke schijnbeweging die slaagt. Dat leer je niet op trainingen. Dat leer je met spelletjes spelen. Inderdaad: zonder opdracht. Heerlijk; ik zou het zo weer over doen! Een ex international.

  5. alexhockey@live.nl

    alex-wetzels

    Prima stuk! Mooi dat er veel positieve reacties op komen. Pas wel op dat we niet meer in de goeie ouwe tijd leven! Bij Nijmegen kiezen we de middenweg. We proberen ouders te motiveren om hun kind meerdere sporten te laten beoefenen en veel buiten te spelen. Via het Athletic Skills Model en samenwerkingen met andere sportverenigingen zijn we bezig de trainingen wat minder eenzijdig te maken. Dat kost nog wat tijd en investeringen. Bij de jongste jeugd hebben we de selecties afgeschaft, wat minder druk en hopelijk meer plezier oplevert. Onze filosofie is geënt op het Long Term Athlete Development model, dat niet alleen ruimte geeft voor onze toppers, maar zeker ook de lagere teams niet uit het oog verliest.

  6. Daniel van Son

    Daniel van Son

    Kijk, dat is weer iemand die weet waar hij ECHT over praat. Hoe vaak is Nijmegen JA1 wel niet in de top van Nederland geëindigd de afgelopen jaren. Andere clubs kunnen daar echt een puntje aan zuigen en dat voor een "cluppie" uit het oosten. Wat gebeurd er vervolgens met deze jongens ? Wie het weet mag het zeggen. Ja, natuurlijk moeten de faciliteiten er zijn maar dat betekent ook een leuk mooi oefenveldje langs de kant als Heren 1 heeft gespeeld en je tot het donker nog met maatjes een potje kan spelen. De opvolgster van Henin heb ik nog steeds niet gezien en Mertens is het ook zeker niet, laat staan dat er één komt. Ik zie België ook nog lang niet uitblinken in het goud op de Olympische Spelen. Voorlopig moeten ze het bijv. op de Winterspelen nog hebben van een verdwaalde freestyleskister die vooral haar eigen weg is gegaan. Om maar niet te spreken over het dames tennis in het algemeen want dat ligt nog steeds ver achter op het heren tennis waar gelukkig het echte talent weer boven komt drijven getuige de top 30 van het moment. Ja, er zijn soms erg leuke potten te zien in het dames tennis (vaak niet eens main stream) maar het is vooral het bekende push tennis met al het bekende gekreun waar het echte grote publiek liever meer afstand van neemt dan er massaal naar te kijken gestimuleerd door de bekende push trainers waar de dames uit het oostblok ook naar toe gaan. Wie weet komen er ook een hoop pillendoctors langs. Arbeid maakt allang plaats voor werk waar de passie en het talent in ligt waar je graag uren voor maakt. Het duurt waarschijnlijk echter nog een paar decennia voor men het door heeft in zowel "de job" als de sport maar dat proces is allang begonnen. Bij de formering van een haast onmogelijke coalitie in de gemeente Utrecht ben ik nauw betrokken geweest. Iemand kwam daar met een tip die ver boven de rest uit stak. Deze luidt : je moet niet dirigeren maar facaliteren. Dat geldt in zekere zin ook voor de sport.


Wat vind jij? Praat mee...