Zes stellingen voor ‘HDM-roomies’ Imme van Es en Tessa Beetsma

Tessa Beetsma en Imme van Es zijn teamgenootjes bij Jong Oranje en HDM. Alsof dat niet genoeg is, delen ze ook nog een kamer tijdens hun verblijf in WK-stad Potchefstroom in Zuid-Afrika. Een dag voor de kwartfinale (vrijdag, 11.15 uur tegen Zuid-Afrika) leggen we het  Haagse duo – bezig aan hun laatste duels in Jong Oranje – zes stellingen voor over het heden, verleden en de toekomst.

Ik kan nog steeds niet geloven dat het toernooi echt door is gegaan
Van Es: ‘Helemaal mee eens. Eerst ging het last minute niet door. Toen ging het wel door. Dan hoor je dat je niet meedoet als Nederland. En daarna zijn we er als team helemaal voor gegaan.’
Beetsma: ‘We zijn met de bond gaan praten. Met de bedoeling om alsnog mee te doen. Want dat zat ons dwars. We hebben met alle Hoofdklasse-coaches contact gehad om een pact te vormen en een oplossing te vinden.’
Van Es: ‘Nee heb je, ja kan je krijgen. Zo dachten we. Tessa en ik speelden daarin zelf een rol op de achtergrond.’
Beetsma: ‘Haha, zoals altijd hè.’
Van Es: ‘Uiteindelijk kwam het dus goed. Op een zaterdag in februari hadden we een online meeting. Ik zat niet in de call, omdat ik aan het coachen was bij HDM Meisjes A1. Maar Jip [Dicke] stond vlakbij mij en hield mij op de hoogte. Dat was wel bijzonder. Maar de onzekerheid bleef tot we vorige week in het vliegtuig stapten.’
Beetsma: ‘Want corona, dat was ook nog wel een ding.’ 

De angst voor corona speelde de afgelopen maanden een grote rol in mijn leven
Beetsma: ‘Zeker weten. Het was richting december – toen het toernooi eerst zou worden gehouden – nog echt een probleem dat in heel Nederland speelde. Dat is de afgelopen maanden veranderd. De laatste tijd werden de regels steeds minder streng.’
Van Es: ‘Iedereen kon die regels loslaten, maar wij moesten juist heel scherp blijven. Een positieve test op het verkeerde moment, kon gewoon betekenen dat je niet meeging.’
Beetsma: ‘Als je in de Albert Heijn liep met een mondkapje op, werd je raar aangekeken. Alsof je op dat moment corona had. Het was soms wel lastig om te zien dat de wereld om je heen meer vrijheid had. Maar ja, we deden alles voor het WK.’
Van Es: ‘Een week voor het toernooi werd bekend dat we geen PCR-test hoefden te doen om Zuid-Afrika binnen te komen. Toch hebben we toen besloten om de regels aan te houden. Daardoor hebben we de laatste dagen voor vertrek bijna niemand meer gezien. Liever te voorzichtig dan toch ergens wat oplopen.’

Tessa Beetsma. Foto: WorldSportPics/Frank Uijlenbroek

Ik sta liever in de luwte, dan in de schijnwerpers
Beetsma: ‘Haha, bij deze stelling ben je wel bij de goeie personen. We treden allebei niet zo op de voorgrond. Dat hebben we ook niet nodig, ofzo.’
Van Es: ‘Het ligt er bij mij aan hoe vertrouwd in mij voel in een bepaalde omgeving. Buiten het veld ben ik introverter dan erbinnen. Daar wil ik ook leidend zijn, coach ik en wil ik de bal hebben. Maar ik snap wel die rol minder zichtbaar kan zijn. Dat hoeft voor mij ook niet.’
Beetsma: ‘We zijn minder bezig met alles wat er om het hockey heen gebeurt. Delen minder van onze levens op Instagram. We vinden het spel en het team leuk, that’s it. Die luwte past wel bij ons.’ 

Het is soms lastig om mijn studie en het hockeyen te combineren
Beetsma: ‘Die is voor ons allebei heel anders. Ik heb eind augustus mijn studie Commerciële economie, sportmarketing en management gedaan. Ik heb alles in één keer gehaald en dat ging goed samen met hockey. Maar dit seizoen heb ik, ook door het WK, een tussenjaar genomen. De aanloop naar het toernooi was best intens. Ik had een bijbaantje om rond te komen. Het was een perfecte keuze voor mij, omdat ik bijna niets anders dan hockey aan mijn hoofd had. Volgend jaar wil ik wellicht een HBO-masterstudie gaan doen. Maar welke precies, dat is een zorg voor later.’
Van Es: ‘Ik studeer, net als Teuntje [de Wit] Werktuigbouwkunde. Bij mijn studie waren ze niet zo flexibel, maar uiteindelijk heb ik wel mijn minor gehaald. De tentamens vielen gunstig, dat hielp. Ik doe het liefst alles tegelijk. Soms past dat net niet.’
Beetsma: ‘Als je Meisjes A1 coacht en traint, studeert en zelf ook nog drie dagen volledig met hockey bezig bent…’
Van Es: ‘Ik hoor weleens dat ik het mijzelf minder druk moet maken. Maar waar zeg ik dan nee tegen? Van al die dingen krijg ik ook energie.’

Imme van Es. Foto: WorldSportPics/Frank Uijlenbroek

Dit is niet mijn laatste toernooi in Oranje
Beetsma: ‘Jeetje…’
Van Es: ‘Hier gaat onze bescheidenheid naar voren komen. Maar we weten allebei wat we denken…’
Beetsma: ‘Het is ons laatste toernooi bij Jong Oranje, hierna zijn we te oud. We hebben allebei de ambities om hierna door te gaan.’
Van Es: ‘Maar om het zo te zeggen… ambities hebben en uitspreken is wat anders. We willen niet arrogant zijn. Maar dat we ‘het’ willen, is wel waar.’
Beetsma: ‘We willen blijven groeien bij de club. Daar krijgen we ook ruimte voor.’
Van Es: ‘We zijn niet meer de jonkies van een paar jaar geleden. Krijgen meer verantwoordelijkheden in het veld. Daardoor zetten we stappen in de goede richting. Maar joh. Dit is wel een moeilijke stelling zeg.’

Ik ben hier alleen om goud te halen
Beetsma. ‘Onder andere. Ons doel hier is zeker goud. Maar we willen ook wat neerzetten. Laten zien wat Nederland is.’
Van Es: ‘Dan heb je het over uitstraling. Onze manier van spelen. Jullie komen niet over ons heen.’
Beetsma: ‘Als dat eruit komt, hopen we dat dat leidt tot goud.’ 
Van Es: ‘We willen het heel graag, maar we denken echt niet ‘dat we het goud wel even komen ophalen’. We moeten onszelf niet overschatten, daar worden we niet beter van.’
Beetsma: ‘We proberen er niet te veel druk op te leggen. Maar het leeft wel enorm in de groep. Voor heel veel speelsters geldt dat het toernooi niet geslaagd is, als we geen goud halen. Zo is het ook.’ 

 


Wat vind jij? Praat mee...