Wereldtalent Van der Veen: ‘Zorgen dat Delmée niet om me heen kan’

Als eerste Nederlander sinds Robert van der Horst – in 2005 – werd aanvaller Casper van der Veen (21) vorige week in India uitgeroepen tot Wereldtalent van het Jaar. Zet hij nog vóór het WK in Amsterdam komende zomer de stap naar het grote Oranje? ‘Ik ga er alles aan doen om ervoor te zorgen dat Jeroen Delméé niet meer om me heen kan.’

Het was net alsof hij in een stripverhaal was beland. De jonge aanvaller van Bloemendaal, hemelsbreed 8000 kilometer van huis, die in het hol van de leeuw de meest prestigieuze individuele prijs van het jeugd-WK in de wacht sleept. Op het podium in het Mayor Radhakrishnan Hockey Stadium in Chennai werd Van der Veen na de WK-finale, die door Duitsland werd gewonnen, volop in de spotlights gezet. De vuurpijlen die de lucht in schoten, het onophoudelijke geratel van de tientallen fotocamera’s die de uitreiking vastlegden, de vele Indiase directeuren die hem de hand schudden: het leek wel een verhaal uit een kinderboek dat tot leven kwam.

Ruim twee weken lang voelde ’t Kopje in Bloemendaal voor Van der Veen oneindig ver weg. Maar tegelijkertijd voelde de aanvoerder van Jong Oranje zich in India juist helemaal thuis. Hij maakte indruk met een aantal schitterende doelpunten. Zijn gruwelijke tip-in tegen Engeland, zijn backhand tegen Maleisië, zijn volley tegen Nieuw-Zeeland en zijn heerlijke uithaal tegen België: de ene goal was nog spectaculairder dan de andere. Al zijn tien doelpunten droegen eraan bij dat hij werd uitgeroepen tot de beste speler van het WK. Een indrukwekkende prestatie, zeker voor een speler van een team dat geen medaille won, maar op plek zes eindigde.

Op het podium in het Mayor Radhakrishnan Hockey Stadium in Chennai wordt Casper van der Veen volop in de spotlights gezet. Foto: WorldSportPics/Ewout Pahud de Mortanges

Ik heb wel even opgezocht wie de prijs allemaal hebben gewonnen, dat zijn grote meneren in het hockey Casper van der Veen

‘Het begint de afgelopen dagen pas écht tot me door te dringen hoe bijzonder het is om deze prijs te winnen’, vertelt Van der Veen glunderend aan de telefoon, vanuit het zonnige Sri Lanka. De dag na de WK-finale is hij in Chennai op het vliegtuig gestapt naar de Zuid-Aziatische eilandstaat. De ideale plek om de overweldigende indrukken van het toernooi te laten bezinken en even helemaal tot rust te komen. ‘Ik ben ongelofelijk trots. Ik sluit mijn periode in Jong Oranje op een prachtige manier af, ook al had ik natuurlijk liever een hogere plek behaald met het team.’

Met het winnen van de prestigieuze titel schaart Van der Veen zich in een bijzonder rijtje. Hij is pas de tweede Nederlander in de geschiedenis van de FIH Awards die is uitgeroepen tot Wereldtalent van het Jaar. Voormalig Oranje-aanvoerder Robert van der Horst (272 interlands) was in 2005 de eerste Nederlander die de prijs won.

Vaak blijkt de award bovendien de opmaat naar een glansrijke carrière. Robert van der Horst, Arthur van Doren, Florian Fuchs, Gonzalo Peillat, Christopher Rühr: stuk voor stuk wonnen ze de prijs en schopten ze het vervolgens tot de wereldtop. ‘Ik heb wel even opgezocht wie de prijs allemaal hebben gewonnen’, glimlacht Van der Veen. ‘Dat zijn grote meneren in het hockey. Om mezelf in dat rijtje terug te zien, is natuurlijk een enorme eer.’

Na de finale op het jeugd-WK in India wordt Casper van der Veen het podium opgeroepen voor de uitreiking van de prijs van Wereldtalent van het Jaar. Foto: WorldSportPics/Ewout Pahud de Mortanges

Het verschil maken tegen Argentinië bleek nog een brug te ver

Lang was het de vraag welk niveau Van der Veen in India überhaupt zou aantikken. Eind oktober dreigde zijn grootste nachtmerrie werkelijkheid te worden. Op de training van Bloemendaal gleed hij uit en overstrekte hij zijn rechterknie. Met nog een krappe vier weken te gaan, stond zijn WK op losse schroeven.

Maar de aanvaller van Bloemendaal won zijn race tegen de klok. Juist door het intensieve revalidatietraject kreeg de prijs voor hem extra glans, vertelt hij. Wekenlang kon hij niet hockeyen en bracht hij veel tijd door met de fysiotherapeuten van Jong Oranje en Bloemendaal. Die investering betaalde zich uit. In India was hij weer de speler die hij altijd was. ‘Ik wist oprecht niet wat ik van mezelf kon verwachten. Ik had totaal geen wedstrijdritme. Uiteindelijk ben ik vooral gaan hockeyen op intuïtie. Dat pakte verrassend goed uit. Ik had rust in mijn hoofd. Ik stond ook met vertrouwen op het veld. Ik hield er echt een goed gevoel aan over, aan wat ik in de wedstrijden liet zien.’

Scoren deed Van der Veen tegen Engeland, Maleisië, Oostenrijk, Nieuw-Zeeland en België. Alleen in de verloren kwartfinale tegen Argentinië (0-1) kwam hij niet op het scorebord. Het vormde het enige smetje op zijn persoonlijke prestaties dit WK. Het verschil maken in een alles-of-niets-duel tegen een topland bleek voor hem – kort na zijn revalidatie – nog een brug te ver.

‘Dat heeft wel aan me geknaagd, ja’, zegt Van der Veen. ‘In grote wedstrijden wil je belangrijk zijn. Tegen Argentinië heb ik één kans gehad, met mijn forehand. Vliegt die bal erin, dan speel je een heel andere wedstrijd. Ik probeer er niet te veel over na te denken, maar frustrerend blijft het wel.’

Casper van der Veen heeft in de poulefase van het jeugd-WK in India gescoord tegen Maleisië. Foto: WorldSportPics/Raman Kant

Ik zou het ongelooflijk vet vinden als ik weer voor Oranje mag uitkomen Casper van der Veen

Het is misschien de stap die Van der Veen (vier interlands, één doelpunt) nog moet zetten, ook bij zijn club Bloemendaal: beslissend zijn in topwedstrijden. ‘Ik heb een goed gevoel bij wat ik op het WK heb laten zien. Die lijn wil ik nu doortrekken bij Bloemendaal. Ik heb vorig jaar ervaring opgedaan bij Oranje en weet dat het een flink traject is. Ik merk dat ik mijn lichaam steeds beter leer kennen en steeds beter weet wat ik nodig heb om op topniveau te presteren. Ik denk ook dat ik daarom klaar ben om de volgende stap te zetten.’

Wie weet is dit zijn toekomstbeeld: Van der Veen die komende zomer (15–30 augustus) het shirt van het Nederlands elftal draagt op het WK in Amsterdam. Zover is het nog lang niet, dat weet hij zelf ook. Maar dromen mag altijd.

Van der Veen: ‘Je weet nooit wat er allemaal nog kan gebeuren. Ik ga van mijn eigen kunnen uit. Misschien draai ik straks bij Bloemendaal een sterke tweede competitiehelft. Ik zou het in ieder geval ongelooflijk vet vinden als ik weer voor Oranje mag uitkomen. Ik ga er alles aan doen om ervoor te zorgen dat Jeroen Delmée niet meer om me heen kan.’


Wat vind jij? Praat mee...