Elin van Erk: spil in het verbindingshockey van Oranje

Het is een belangrijk thema in de zaalselectie van bondscoach Kristiaan Timman en zijn assistent Steven van Thijn: in het veld de verbinding zoeken met elkaar. Middenvelder Elin van Erk liet zaterdag in de derde EK-wedstrijd tegen Oostenrijk (5-0 zege) zien dat ze daarin een onmisbare schakel is bij de Oranje Dames. 

Met een tevreden gevoel maakte Van Erk na het duel met Oostenrijk de wandeling terug naar het hotel. Terugblikkend op de groepsfase van het EK kan de 23-jarige speelster van Laren niet anders dan concluderen dat Oranje er goed op staat.

‘Ons doel was om alledrie de wedstrijden te winnen, dus daarin zijn we geslaagd. We hebben daarnaast weinig weggegeven, dat is ook lekker. Het geeft ons het gevoel dat we volledige controle hebben en dat er weinig gaatjes te vinden zijn voor tegenstanders.’

Sleutelrol

In het flitsende combinatiespel dat Timman en Van Tijn nastreven speelt Van Erk een sleutelrol. Met haar hockeyintelligentie en tactisch denkvermogen speelde ze tegen Oostenrijk een hoofdrol en stond ze aan de basis van de 1-0 en de 3-0. Bij de openingsgoal voelde ze perfect aan waar de voorzet van Noor de Baat zou komen en bij de 3-0 was ze een verbindende schakel in de fraaie aanvalsopzet met verder Mila Muyselaar, Donja Zwinkels en afmaker Margot van Hecking Colenbrander.

Van Erk: ‘Je kunt in de zaal in je eentje ruimte zoeken en die gaan bespelen. Maar als je dat voorin met zijn drieën tegelijk doet en je positie goed kiest, dan kun je met elkaar echt one touch-goals gaan maken. Ik vind het leuk om daarover na te denken en daar mijn teamgenoten bij te betrekken. Op de bank kun je al een plannetje bedenken met elkaar hoe je een aanval wil opzetten. Het is heel gaaf als dat dan ook echt lukt.’

Elin van Erk koester het balbezit in het groepsduel met Oostenrijk (5-0). Foto: Willem Vernes

‘We willen met elkaar voelen waar we gaan aanvallen’, vervolgt Van Erk. ‘Daarom heb je zoveel connectie en verbinding met elkaar nodig om te weten wat de ander denkt en doet. Met videoanalyses van onze wedstrijden kun je daar al veel over te weten komen. Cruciaal is bijvoorbeeld ook de afwisseling in de passing: soms moet je versnellen, soms geef je juist een wat rustiger balletje. Dat hebben we goed getraind. Nu proberen we dat steeds toe te passen op de ruimtes die de tegenstanders ons geven. Iedereen in deze groep is daar heel eager in.’

Afgekorte roepnamen

Belangrijk in de hectiek en het razende tempo van zaalhockey is dat de communicatie tussen de Oranje-speelsters onderling kort en krachtig is. Vandaar dat de speelsters onderling louter afgekorte roepnamen gebruiken. In het veld hoor je dan ook niemand Alexandra, Lisanne, Margot of Donja roepen, maar louter LexLiGo en Don. Zelfs de voornamen van Mila Muyselaar en Lieke van Wijk hebben een nog kortere variant: Mil en Liek.

Van Erk: ‘Er is in het zaalhockey geen tijd om hele verhalen naar elkaar te roepen, maar er moet wel gecommuniceerd worden. Dus hebben we korte namen voor elkaar. Dan kunnen we snel schakelen en elkaar korte, duidelijke aanwijzigingen geven. In het veld kun je beter te veel dan te weinig met elkaar praten. Die afgekorte namen spelen dus zeker een rol in de verbinding.’

Elin van Erk in duel met de Zwitserse Sofie Stomps. Foto: Willem Vernes.

Elin wordt Eelko

Maar hoe zit het dan met de afgekorte naam van Van Erk zelf? Die luidt namelijk Eelko, de langste afgekorte naam van allemaal, zelfs langer dan haar echte voornaam. ‘Haha, dat stamt uit mijn tijd bij Jong Oranje. Toen bedachten we op een rustdag voor de grap een keer jongensnamen voor elkaar, beginnend met je de eerste letter van je echte naam. Bij mij werd dat Eelko, terwijl ik daarvoor eigenlijk altijd E werd genoemd in het veld. Tja, op de een of andere manier is die nieuwe bijnaam altijd blijven hangen…’


Wat vind jij? Praat mee...