Het is best druk in het hoofd van Diede van Puffelen

Het was dat ene passje in de Pro League-wedstrijd tegen België, waarmee Oranje-middenvelder Diede van Puffelen veel hockeyliefhebbers definitief overtuigde. Het heerlijke steekballetje dat spits Bjorn Kellerman in staat stelde al vallend te scoren. Op het oog eenvoudig, maar gegeven op een manier waar de klasse vanaf druipt.

‘Aan die actie ziet iedereen hoe briljant Diede is’, zegt Albert Kees Manenschijn, zijn trainer-coach bij Rotterdam. ‘Goed kijken. Met de perfecte timing en snelheid. Dat is Diede.’

De hoofdrolspeler zelf glundert, valt bijna verlegen even stil als hij wordt geconfronteerd met de complimenten van zijn trainer. De middenvelder, die daar op het Wilrijkse Plein in Antwerpen over twee weken ook het EK met de Oranje Heren gaat spelen, kan zich het moment waardoor Kellerman de 0-1 scoorde (zie video) nog precies voor de geest halen. ‘Die bal moest ik op precies het juiste moment geven. Even inhouden, geduld hebben’, herinnert Van Puffelen zich, zittend op een bankje na een training van Oranje op de velden van Upward.

‘Anderen vinden dat een bijzondere pass, maar voor mij was het doodnormaal. Ik wist wat ik wilde. Die bal moest naar Bjorn. Ik moest wachten tot die verdediger weg was en daarna de bal niet door de tegenstander heen passen. Het ging zoals ik verwachtte. Maar als dat niet het geval was, had ik de bal naar Bob (de Voogd, red.) gespeeld. In dat soort situaties schieten die verschillende opties door mijn hoofd. Ik schakel dan heel snel. Dat gaan vanzelf.’

Video’s Teun de Nooijer

Het maken van de juiste beslissing, zijn timing, is een talent waarvoor Van Puffelen al jarenlang wordt geroemd. ‘Van jongs af aan krijg ik al te horen dat mijn timing zo goed is. Ik denk daar zelf niet bij na, train er ook niet op, heb het van nature, denk ik. Iets van binnen triggert me te gaan rennen of een beweging te maken. Een soort stemmetje dat me vertelt: ga nu daar staan. Ik denk vaak drie stappen vooruit. Blijkbaar kan ik dat, gaat het heel snel in mijn hoofd. Ook verdedigend ben ik vaak psychologisch bezig. Probeer ik in het hoofd van de tegenstander te kruipen. Wat zou hij verwachten? Wat kan ik hem laten denken. Soms sta ik er zelf ook van te kijken wat hierboven allemaal gebeurt.’

Lachend: ‘Eigenlijk is het daar tijdens de wedstrijd best druk.’

Diede van Puffelen met Augustin Meurmans. Foto: Willem Vernes

Van Puffelen is een gevoelsspeler, die intuïtief de juiste beslissing neemt. Niettemin verdiept hij zich al van kind af aan in het spelletje, slurpt hij alle kennis op die voorhanden is. Zijn grote held is Teun de Nooijer, de legendarische nummer 14 van het Nederlands hockey. ‘Ik keek vroeger alles wat er te vinden was. Ik probeerde het tot me te nemen, ervan te leren. Dan visualiseerde ik hoe ik een beweging moet maken en ging dat na doen. Vooral acties van Teun de Nooijer. Die video’s bekijk ik nog steeds. Ik pik zijn goede dingen eruit en probeer te leren van zaken die minder gingen. Ook hij was psychologisch bezig. Hij liet zijn tegenstanders denken dat hij iets ging doen, wat hij helemaal niet van plan was. Daardoor creëerde hij ruimte waar hij dan met zijn geweldige versnelling in dook’, vertelt Van Puffelen met oprechte bewondering.

Ik denk daar zelf niet bij na, heb het van nature, denk ik. Iets van binnen triggert me om te gaan rennen of een beweging te maken. Een soort stemmetje dat me vertelt: ga nu daar staan.' Diede van Puffelen wordt geroemd om zijn timing

Goede positie

Met de grote Teun de Nooijer is Van Puffelen niet te vergelijken. Hij zou zelf de laatste zijn om dat te doen. Maar ook het spel van Van Puffelen is vaak een lust voor het oog om naar te kijken. Op de training soms nog meer dan in een wedstrijd. Tijdens de korte, intensieve partijtjes in de kleine ruimte is hij in zijn element. Met zijn verfijnde techniek en oog voor vrijstaande medespelers.

Diede van Puffelen tijdens zijn rentree in Oranje in de uitwedstrijd van de Pro League tegen Australië. Foto: Grant Treeby

Volgens Manenschijn moeten ook de verdedigende kwaliteiten van Van Puffelen niet worden onderschat. ‘Diede is een speler die je gemakkelijk over het hoofd ziet, waardoor je ontgaat wat hij verdedigend allemaal goed doet. Diede kiest bijna altijd de goede positie. En ‘in zijn zone’ in het veld staat in de press iedereen altijd goed. Dat dwingt hij af met zijn coaching’, zegt Manenschijn.

Bescheiden

Toch ligt in het verbale deel de grootste uitdaging voor Van Puffelen, stelt de Rotterdamse coach. ‘Diede is een bescheiden jongen. Hij moet zich realiseren dat hij niet meer schuchter en timide hoeft te zijn. Hij kan zich laten zien.’

Ik moet dominanter zijn. Dat gaat beter, maar vind ik lastig. Ik heb dat vanuit mezelf totaal niet.' Diede van Puffelen

Manenschijn is niet de enige die dat tegen Van Puffelen zegt, ook Caldas heeft in een onderhoud met de middenvelder aangegeven dat hij zich minder bescheiden moet opstellen. ‘Max heeft me aan de hand van videobeelden laten zien wanneer de bal eigenlijk naar mij had gemoeten. Ik had die ballen moeten opeisen. Daarin moet ik dominanter zijn. Dat gaat steeds beter, maar vind ik lastig. Ik heb dat vanuit mezelf totaal niet. Ik ben heel bescheiden, zou nooit voor eigen succes gaan. Het kost best veel energie om me dat toe te eigenen. Bij anderen gaat dat juist vanzelf. Bijvoorbeeld bij Billy Bakker. Misschien moet ik hem inderdaad eens vragen hoe hij dat doet. Ik weet namelijk dat ik het nodig heb om een completere en betere speler te worden.’

Diede van Puffelen tijdens het zingen van het volkslied. Foto: Willem Vernes

Olympische Spelen

Een vaardigheid die Van Puffelen ook moet creëren om zicht te houden op zijn doel: deelname aan de Olympische Spelen volgend jaar in Tokio. Lang leek dat voor de middenvelder heel ver weg. Kort nadat hij in 2014 nog de Champions Trophy speelde, verdween hij door een vormcrisis uit beeld bij Caldas. Hij verkaste van Bloemendaal naar zijn jeugdliefde Rotterdam, vond de lol in het spelletje terug, werd opmerkelijk genoeg door een zwaar motorongeluk mentaal op het juiste spoor gezet, keerde dit jaar terug bij Oranje en gaat nu het EK spelen. ‘Het EK is een mooie tussenstap en de eerste kans ons te plaatsen voor de Spelen, maar hockeyen op de Spelen is mijn ultieme droom. Dat is het hoogst haalbare. Ik heb daarvoor nu de juiste mindset. Ik weet wat ik kan en waaraan ik moet werken. Ik moet er nu voor gaan.’


1 Reactie

  1. juistja

    juistja

    Ik zit vaak langs de lijn bij HCR en kan enorm genieten van Diede. Hoe hij is teruggekomen na een behoorlijk heftig motorongeluk maak ik voor hem een diepe buiging en hoop dat hij nog meer gaat shinen de komende jaren.


Wat vind jij? Praat mee...