Taco van den Honert geniet van rol in de luwte

Een van de grootste levende legendes van het Nederlandse hockey doet stil en bescheiden zijn werk bij het Nederlands Elftal. Zoals Taco van den Honert (50) vroeger als slangenmens tegenstanders tot wanhoop dreef, als misschien wel de grootste Nederlandse technicus ooit, zo rustig perfectioneert hij nu de techniek van de Oranje spelers. ‘Ik ben gewoon geen hoofdcoach. Ik ben introvert.’

Bondscoach Max Caldas is druk en vol passie, zijn stem galmt regelmatig in Arnhem over het veld tijdens de training. Ook assistent-bondscoach Alexander Cox laat zich graag horen. Zij zijn emotioneel en extravert, geassisteerd door Van den Honert, makkelijk pratend als hem vragen worden gesteld, maar vaak de rust zelve.

‘Aal kijkt altijd automatisch naar tactische dingen. Hij is tactisch de grote man. Ik kijk standaard naar de techniek zoals een aanname,’ vertelt de Amsterdammer. ‘Wij zitten er alle drie anders in en dat werkt. Max is zowel van de tactiek en techniek en degene die alles bij elkaar houdt en de goede dingen er uit haalt. Max geeft mij de ruimte. Het is voor mij heerlijk dat ik me daarin kan uitleven. ’

Lang hoefde Van den Honert vorig jaar dan ook niet na te denken toen hem werd gevraagd of hij weer assistent wilde worden in een tandem met Caldas en Cox, een drie-eenheid die al eerder zeer succesvol was bij de dames van Oranje.

Eindeloos herhalen

Wat is het geheim van een goede techniek, volgens Van den Honert? ‘Er is geen geheim, behalve eindeloos oefenen. Soms hebben jongens ook een andere techniek dan de ander en dat moet je accepteren. Mirco Pruyser heeft een hele andere aanname dan Billy Bakker bijvoorbeeld. Wat wel standaard is bij een balaanname: die hockeystick moet 90 graden staan ten opzichte van de bal en niet 45 graden. Soms hebben de jongens dat zelf niet door en moet je ze dat even vertellen. Ik vind het zelf ook heerlijk om na de training nog 15 ballen op Mirco te slaan. Met Vali (Valentin Verga) heb ik – als trainer toen van Amsterdam – een half jaar lang 20 minuten lang alleen maar ballen op zijn backhand geslagen, want het kon beter. Nu zie je dat hij makkelijk een bal aanneemt en al bezig is met wat hij daarna wil doen. Maar als hij hem echt heerlijk aanneemt wil hij daarna nog weleens naar mij wijzen.’

De vergelijking met oud-voetballer Marco van Basten is snel gemaakt, maar zelf wil Van den Honert daar niet per se iets van weten. Allebei grote spelers, maar als coach openlijk twijfelend of ze geschikt zijn voor die rol als hoofdcoach. Van Basten concludeerde bij Ajax zelf dat hij niet geschikt was als eindverantwoordelijke. Van den Honert won als hoofdcoach van Amsterdam wel 2 landstitels, maar trekt misschien wel dezelfde conclusie. ‘Ik had bij Amsterdam goede mensen om me heen met een hoop ervaring. Maar ik ben gewoon geen hoofdcoach. Als ik daar ooit nog voor wordt gevraagd zou ik daar heel goed over moeten nadenken,’ is Van den Honert de eerste om zijn eigen rol te bagatelliseren.

‘Wat ik nu doe is meer m’n ding dan eindcoach. Mijn slechte kanten waren goed gecoverd in die periode. Mijn besprekingen waren altijd kort en compact. Ook als speler wilde ik altijd snel naar buiten als de coach praatte. Ik hou ervan om individueel aanwijzingen te geven en een paar jongens eruit te halen. Dat is meer m’n ding. Een vergelijking met Marco van Basten vind ik een groot compliment. Hij is iemand. Hij is ook van de techniek. Je kunt een link leggen, maar ik ga mezelf niet vergelijken met koning Van Basten.’

Puzzelen met spelregelwijzigingen

In 1992 was er de regelwijziging, dat de bal buiten de cirkel moest worden gestopt. Van den Honert ging puzzelen en werd de uitvinder van de sleepcorner, die hij in een 6-2 overwinning op HDM meteen meerdere keren succesvol toepaste. Hij scoorde 118 keer in 215 interlands en bezorgde met al zijn passeertrucs verdedigers nachtmerries. ‘Nu ben ik ook aan het puzzelen met de nieuwe regelveranderingen. Dat je bij een vrije slag net buiten de cirkel staat, maar dat je de cirkel nog niet in mag. Het is een rare regel, maar wat moet je doen? Daar denk ik veel over na.’

Van den Honert concludeert dat de tijd waarin hij hockeyde nogal verschilt met de huidige generatie. ‘Wij dronken biertjes en spraken met elkaar af om voor een groot toernooi 2 of 3 maanden ervoor te leven. Maar als je ziet hoe fit die jongens van het Nederlands Elftal nu een paar weken na de competitie alweer zijn. Die lichamen, die sixpacks. Die jongens trainen zo rammend hard. Onwaarschijnlijk.’


Wat vind jij? Praat mee...