Nieuws over zieke ploeggenoot sloeg bij hdm in als een bom

Aan het begin van vorig seizoen werd bij hdm-speler Niels Blaak leukemie vastgesteld. Binnen het team sloeg dat nieuws in als een bom. ‘Het heeft ons enorm aangegrepen’, vertelt teamgenoot Rick van den IJssel.

Het was tijdens het voorjaar van 2020, op de eerste training na de coronalockdown, dat zich de eerste tekenen voordeden. Normaal gesproken liep Blaak tijdens het rennen van rondjes om conditie op te bouwen altijd vooraan. Nu liep hij opeens achteraan. Hijgend, als een oude man. Zelfs voor een eerste training was zijn conditie opvallend slecht.

Kort daarop liet hij bloed prikken. Sindsdien trainde hij niet mee met de reden ‘dat hij ziek was’. Op een donderdagavond liep hij na een training het veld op, met een briefje in zijn hand, dat hij begon voor te lezen. ‘Toen vertelde hij aan ons dat hij leukemie heeft’, zegt teamgenoot Rick van den IJssel, die al jarenlang met Blaak in hetzelfde team hockeyt.

‘Hij vertelde dat hij niet wist hoe zijn leven er verder uit zou zien. Dat hij niet wist wat zijn perspectief was. Dat hij niet wist hoe oud hij zou worden. Het was een ontzettend emotioneel moment. Het liefst wilden we hem beetpakken en knuffelen. Maar dat mocht niet. We moesten de hele tijd afstand van hem houden, omdat hij extra vatbaar voor corona was. Dat was echt verschrikkelijk.’

Niels Blaak en Rick van den IJssel. Foto: Sportsnap/Frank van der Leer

Heren 1 ambassadeur van Stichting Matchis

In de periode daarna probeerde het team van alles om hun zieke teamgenoot een hart onder de riem te steken. Op een dag ontving Blaak een ansichtkaart met op de achterkant een tekst geschreven door iemand uit het team. Een week later ontving hij er wederom één. Dat ging wekenlang zo door. Net zolang tot Blaak van al zijn teamgenoten een ansichtkaart had ontvangen. Toen hij die vervolgens met de voorkant naar boven op tafel legde, als een legpuzzel in de juiste volgorde, keek hij tegen iets bijzonders aan. Een actiefoto aan van hemzelf.

Maar dat was niet de enige manier waarop het team in actie wilde komen. Nu Blaak dankzij stamceldonatie na een lang traject onlangs kankervrij is verklaard, en hij weer kan dromen van een comeback op het veld, hoopt het team het tekort aan stamceldonoren onder de aandacht te brengen. Sinds kort is Heren 1 is ambassadeur van Stichting Matchis – Het Nederlands Centrum Voor Stamceldonoren. Stichting Matchis zorgt ervoor dat patiënten met leukemie die een stamceltransplantatie moeten ondergaan zo snel mogelijk de best passende donor krijgen. Deze transplantatie is voor patiënten noodzakelijk om te kunnen overleven.

‘Al een paar jaar lang hangt er een sponsorbord op hdm van Stichting Matchis. Word Stamceldonor! staat erop. Maar heel eerlijk? Eigenlijk wist niemand van wie dat bord was en waar het voor stond. Het was gewoon een sponsorbord zoals alle andere sponsorborden’, vertelt Van den IJssel. ‘Sinds Niels ermee te maken kreeg, herkenden we dat bord ineens. Zodoende ontstond het idee om binnen de club meer bekendheid aan het bord te geven. Om een actie op poten te zetten en zodoende aandacht voor het tekort aan stamceldonoren te vragen.’

hdm Heren 1 in warminp-up shirts van Stichting Matchis. Foto: Sportsnap/Frank van der Leer

Honderd stamceldonoren werven

Heren 1 stelde zichzelf ten doel om binnen de club minimaal honderd stamceldonoren te werven. Afgelopen zondag vond op hdm tijdens Super Sunday een wervingsactie plaats. Spelers van Heren 1 deden de warming-up in een shirt van Stichting Matchis. Vrijwilligers van Stichting Matchis gaven voorlichting over het werk van het Nederlands centrum voor stamceldonoren. Jeugdleden deelden flyers uit aan supporters.

En daar blijft het niet bij. Gedurende het jaar zal Heren 1 vervolg aan de actie geven.

Van den IJssel: ‘Vanuit de club hebben we onwijs veel positieve reacties ontvangen. Als hdm’er heb je de afgelopen tijd niet kunnen missen wat Stichting Matchis is. Ik heb al van veel verschillende mensen gehoord dat ze donor gaan worden. Fantastisch nieuws. Ik voel me vereerd dat we als team daarin iets hebben kunnen betekenen. Dit was het minste wat we voor Niels konden doen.’


Wat vind jij? Praat mee...