PK: Schnoeckel (HBS) startklaar voor de ‘slinger van Stolk’

Vorig seizoen was HBS de grootste verrassing in het rijtje clubs, dat zich direct plaatste voor de nieuwe Promotieklasse. Het betekende evenwel dat de ploeg van trainer-coach Thomas Immink ‘a hell of a job’ te wachten stond. En dat blijkt. De mannen uit Bloemendaal zijn verwikkeld in een hevig gevecht om degradatie te voorkomen.

Zoals de zaken er nu voorstaan, met nog zeven duels voor de boeg, zullen de twee rechtstreekse degradanten vrijwel zeker voortkomen uit het rijtje Voordaan, Zwart-Wit, HBS en/of Push. En laat HBS komende zondag uitgerekend één van zijn concurrenten treffen: Voordaan.

Je hoeft doelman en aanvoerder Fritz Schnoeckel (23) van HBS dus niet te vertellen, dat winst op eigen veld bittere noodzaak is in de poging het vege lijf te redden.‘Ik moet je zeggen dat wij niet echt bezig zijn met het thema, dat we volgend seizoen in de Overgangsklasse zouden kunnen spelen. We hebben nog veel duels te gaan, waaronder die tegen onze rechtstreekse concurrenten. Zondag hebben we Voordaan, maar we spelen ook nog tegen de twee clubs uit Breda (Push en Zwart-Wit, red.) en tegen HIC. Het zijn stuk voor stuk teams uit de onderste regionen. Alle kansen dus.’

‘Grote verschillen’

Veel spelers en coaches vinden dat de onderlinge verschillen in de Promotieklasse gering zijn (‘iedereen kan van iedereen winnen’), maar Schnoekel is het daar niet mee eens. Die denkt dat de ploegen die bovenaan staan ook daadwerkelijk het meeste te besteden hebben.

‘Je merkt grote verschillen, vind ik. De ploegen met het grootste budget staan bovenaan. Wij betalen bij HBS gewoon contributie. Desondanks vind ik het een hele mooie competitie. Ik vind dat we als ploeg groeien in deze klasse. We spelen met een gezonde brutaliteit en raken niet onder de indruk als we tegen Hurley of Schaerweijde moeten spelen. Tijdens mijn eerste seizoen op HBS, nu twee jaar geleden, hadden we daar soms wel last van. Als SCHC dan langskwam, merkte je respect.’

‘We konden vrijuit spelen’

Over Hurley en Schaerweijde gesproken, de overwinningen van HBS op deze topclubs bracht de club eigenlijk direct in de Promotieklasse.

Schnoeckel: ‘Vorig seizoen wonnen we thuis van deze beide teams, dat leverde ons zes punten op. We speelden vrijuit, omdat het voor ons geen absolute must was te promoveren. Eigenlijk waren we alleen de op één na laatste wedstrijd tegen Huizen gespannen. Toen moesten we een punt pakken voor rechtstreekse promotie. En via een 2-2 lukte dat.’

‘Geen zitvlees meer kweken’

Je kunt zeggen dat de doelverdediger van HBS zich buitengewoon senang voelt op dit niveau. Na drie seizoenen zitvlees op de bank bij Amsterdam Heren 1 was de tijd rijp volop aan het spelen te komen. De kansen in het Wagener reikten niet verder dan wat potjes in Heren 2.

Schnoeckel: ‘Ik kende Thomas Immink, omdat hij mijn coach was geweest in JD1 bij Amsterdam. Hij had op dat moment net een contract getekend als hoofdcoach bij HBS en vroeg mij of ik meewilde naar Bloemendaal. Zo is het gekomen en daarvan heb ik zeker geen spijt gehad. Niet alleen omdat ik nu wekelijks speel, maar ook omdat HBS een hechte familieclub is. De sfeer is fijn en zondags staan veel teams van de club langs de lijn om ons aan te moedigen.’

Steun van publiek

De steun van het publiek zal zondag nodig zijn als het team met cornerkanon Adriaan Stolk op visite komt aan de rand van de Bloemendaalse duinen. De ‘slinger van Stolk’ staat op video bij Schnoeckel.

‘Uiteraard bekijk ik de strafcorner van de tegenstander. Die analyseren we met het team, maar het is aan mij om de cornerverdediging te organiseren. We kennen de reputatie van Stolk, maar ik ga je niet vertellen hoe we dit doen. Ik kan wel zeggen dat we ons voorbereiden op zijn ‘slinger’, maar dan zal je net zien dat Voordaan opeens allerlei varianten gaat spelen…’

 


1 Reactie

  1. Willem-JanPelle

    Willem-JanPelle

    Ik heb het idee dat bij veel meer teams dan alleen HBS de spelers gewoon contributie betalen, althans dat er niet betaald wordt. Hurley, Schaerweijde en Laren misschien uitgezonderd, die vanuit hun jeugdopleiding weinig aanvoer krijgen. Oa Voordaan, Qui Vive en Cartouche zijn traditioneel geen “betalende” clubs. Dat geeft de Promotieklasse ook wel een extra stukje charme ten opzichte van de Hoofdklasse, waar veel spelers passanten zijn en het ware clubgevoel minder spreekt.


Wat vind jij? Praat mee...