Bomvol hockeyprogramma: ‘Samen zorgen dat internationals fris blijven’

Met de publicatie van het Pro League-programma en de speeldagenkalender van de Hoofdklasse is duidelijk geworden wat ingewijden al zagen aankomen: de hockeykalender van het seizoen 2020/2021 is voor de internationals bomvol. ‘Onze internationals fit en fris houden, is dit seizoen cruciaal en een gezamenlijk belang voor de clubs én Oranje’, zo zijn beide partijen het deze keer eensluidend eens.

22 competitiewedstrijden plus play-offs, 2 keer de EHL, 10 Pro League-wedstrijden, een Europees Kampioenschap en de Olympische Spelen in Tokio. Het programma dat de internationals van topclub Bloemendaal dit seizoen voor de kiezen krijgen, liegt er niet om.

Stel dat bijvoorbeeld aanvaller Thierry Brinkman dit seizoen vanaf september in alle wedstrijden van zijn club Bloemendaal en het Nederlands elftal wordt opgesteld, dan trekt hij liefst 57 keer een oranje gekleurd shirt aan.
Daarbij aangetekend dat dit in een periode van negen maanden is, omdat hij in december, januari en februari niet in actie komt, én zijn club en Oranje alle finales moeten bereiken van de competities en toernooien waaraan ze deelnemen.

‘Het wordt voor de internationals een ongelooflijk druk jaar’, constateert Klaas Veering, bestuurslid tophockey van Amsterdam. Veering is tevens een van de vertegenwoordigers van de Hoofdklasse-clubs die internationals leveren en daarover overleggen met de KNHB.

Het volle programma zorgt bij Veering voor een dubbel gevoel: ‘Als ik alleen naar het belang van de club kijk, is dit echt te veel voor een goede Hoofdklasse. Die komt door alle internationale toernooien te veel in het gedrang. Als je in jouw clubteam internationals uit verschillende landen hebt, zijn er altijd wel een paar spelers weg. Het is dan voor een trainer niet te doen om elke training het juiste niveau te halen.
Daarentegen vind ik het als hockeyliefhebber belangrijk dat we de sport nog breder uitdragen. Dat we er alles aan doen om de olympische status te behouden. Als we een goede competitie willen houden, moet de sport internationaal ook groot zijn. Het blijft een lastige squeeze.’

Grote uitdaging

Veering stelde namens zijn club het afgelopen seizoen bij de dames Eva de Goede, Felice Albers, Ilse Kappelle, Lauren Stam, Marijn Veen, Anne Veenendaal en Maria Verschoor beschikbaar aan Oranje. Speelsters die belangrijk zijn voor bondscoach Alyson Annan, maar minstens zo cruciaal voor de equipe van clubcoach Robert Tigges. ‘Het wordt een grote uitdaging om de internationals dit seizoen fris te houden’, stelt Veering. ‘Fit zijn de spelers wel, maar hoe zorgen we ervoor dat ze er ook mentaal honderd procent bij de club staan?’

Ik bagatelliseer het programma niet, maar we moeten ook niet de hele tijd zeggen hoe slecht en zwaar het is. Als je dat maar vaak genoeg herhaalt, ga je het vanzelf geloven.' Jeroen Bijl, technisch directeur KNHB

Het is een van de belangrijke punten die Veering en zijn Hoofdklasse-collega’s de afgelopen periode met technisch directeur Jeroen Bijl van de KNHB hebben besproken. De TD erkent dat dit jaar ‘niet ideaal’ is nu alle uitgestelde internationale toernooien vanwege het coronavirus in één seizoen worden gespeeld. Maar hij vindt dat de internationals ‘zich vooral niet moeten laten aanpraten dat ze straks overbelast raken’.

Jeroen Bijl en bondscoach Max Caldas. Foto: Koen Suyk

Bijl: ‘Ik bagatelliseer het programma niet, maar we moeten ook niet de hele tijd zeggen hoe slecht en zwaar het is. Als je dat maar vaak genoeg herhaalt, ga je het vanzelf geloven. Dat helpt niet. Dit is wat het is. Het gaat erom hoe je ermee omgaat. Hoe beter je je aanpast aan de situatie, hoe meer kans je hebt op succes.’

Communicatie

Cruciaal om de spelers fris en fit te houden, is in de ogen van Bijl de communicatie tussen de clubcoaches en de bondscoaches. ‘Zij moeten samen die puzzel leggen. Afstemmen hoe de spelers er voor staan. Zowel fysiek als mentaal, zodat je tijdig kunt periodiseren en rust kunt inbouwen’, stelt Bijl.

Juist vanwege het gebrek aan communicatie kreeg de KNHB in het verleden de nodige kritiek vanuit de clubs. Bijl: ‘Ik vind dat het afgelopen moet zijn met het wijzen naar elkaar. Ik heb er vertrouwen in dat de bondcoaches en clubcoaches het als hun gezamenlijke verantwoordelijkheid zien. Het gaat uiteindelijk om de spelers. Die moeten fris en fit zijn. Dat is in het belang van de clubs en Oranje.’

‘Je kunt je afvragen of dit, zeker in vergelijking met de concurrentie bij de mannen, een Olympische Spelen-waardige voorbereiding is. Jeroen Bijl

De KNHB hecht waarde aan het belang van de Hoofdklasse, benadrukt Bijl, die erop wijst dat er naar de meest optimale competitie is gestreefd, met bijvoorbeeld slechts drie dubbelweekenden in het hele seizoen. De hoogste baas van de Oranje-teams constateert wel dat daardoor de voorbereiding op de Olympische Spelen – die ruim vijf weken is – in het gedrang komt. ‘Je kunt je afvragen of dit, zeker in vergelijking met de concurrentie bij de mannen, een Olympische Spelen-waardige voorbereiding is. Die andere landen trainen niet alleen in de regel meer – landen als Australië en India zelfs full time – maar hebben ook een langere voorbereiding op Tokio.’

Denktank toekomst tophockey

Clubs wijzen er aan de andere kant op dat zij de salarissen betalen van de spelers, die ze meer en meer moeten afstaan. Veering: ‘De tijd dat we alleen de spelers in de winter en in de zomer een paar weken kwijt waren, ligt ver achter ons en komt ook niet meer terug.’

Daardoor rijst de vraag of het huidige model in het Nederlandse tophockey nog wel houdbaar is. Wordt het niet tijd dat bijvoorbeeld een deel van het salaris van de internationals wordt gedragen door de hockeybond? Bijl: ‘Ik begrijp dat de clubs dat zeggen. Laten we daar maar eens een gesprek over hebben. Wij hebben in Nederland een uniek model. We moeten als enige land rekening houden met de sterkste competitie ter wereld. Maar we zien aan de andere kant dat andere nationale teams meer en meer met elkaar gaan trainen. We moeten zoeken naar een balans. Een balans in de belasting van de spelers, in competitie versus internationaal en een balans in de financiën: wie betaalt wat?’

De clubs staan open voor die discussie, die de komende maanden ook daadwerkelijk handen en voeten lijkt te krijgen. De HHcv, het vertegenwoordigende orgaan van de Hoofdklasse-clubs, en de top van de KNHB zijn bezig een denktank te formeren die over de toekomst van het tophockey van Nederland gaat praten.

Veering: ‘Er is een mooie groep bestuurders, hockeyers, oud-hockeyers, coaches en anderen samengesteld. Het is supergoed dat zij nadenken over hoe we structureel het hockey in Nederland kunnen laten ontwikkelen, terwijl we ook rekening houden met de mondiale vraagstukken. De Hoofdklasse is van oudsher een volwassen en goede competitie. Daardoor is het ook moeilijker om daarin veranderingen door te voeren. Maar ook met het oog op sponsorgelden en financiën is het goed dat daar een keer breed naar wordt gekeken. Ik ben heel benieuwd naar de uitkomsten.’


9 Reacties

  1. RobV

    Er wordt wat mij betreft teveel geklaagd over de drukte van de hockeykalender. Als je gezond bent van lijf en leden, dan kun je het gewoon aan volgens mij. En hoe lang is er niet gehockeyd inmiddels? Iedereen lijkt me meer dan voldoende uitgerust. En klagen kan altijd nog. Ga eerst maar hockeyen en dan zien we wel hoe het gaat.

    1. hockeyvader

      Ja, stel je voor dat ze nog tojd hebben voor een studie-en-bijbaan of een baan, dat kan natuurlijk niet. En met alle vergoedingen (of kunnen we beter fooien zeg?) is dat natuurlijk helemaal niet nodig... Wat een geblaat zonder enig inlevingsvermogen.

  2. koeienbijtenniet

    Het is van beide kanten water bij de wijn doen. Alleen de KNHB komt er niet meer mee weg, om bijna een kwart van de tijd spelers op te eisen en niks te betalen. Verder zou een goede communicatie over de belasting van spelers voor veel clubcoaches en verenigingen heel prettig zijn. Dat geldt ook voor de coaches die op de Nederlandse jeugdteams staan. Wat doen ze? Wat is de belasting? Hoe is de selectieprocedure? Communicatie is key!

  3. kasparstevens

    Indien de bondscoaches (in alle transparantie) gedurende het gehele seizoen (excl de OS), slechts maximaal 3 spelers/speelsters per club zouden selecteren (per trip) ... zou dat een heleboel belasting problemen oplossen, en waarschijnlijk ook (door spreiding talenten) de (D) competitie eindelijk spannender maken.

  4. popov0702

    Ronaldo speelt 76 wedstrijden, is 35 en elke wedstrijd is 90 minuten, waarbij fysiek spel is toegestaan

    1. RickdeVries

      Schijnt ook dat hij er geen baan of studie naast heeft. Mede omdat hij wel aardig verdient, zo zegt men.

  5. g-hockeyfan

    Hoezeer ze ook publiekelijk klagen, alle stakeholders zijn min of meer tevreden met de status quo. Twijfel of er werkelijk interesse is door iemand voor echte verandering.

  6. vostammer

    Hockey is een sport waarbij een fitte atleet rond de 100 wedstrijden per jaar zou moeten kunnen spelen. Dat suffe geklaag is tamelijk belachelijk dus. Waarom niet 3 HK wedstrijden per week? Waarom spelen we in de zomer niet? Moet het kunstgras dan opnieuw worden ingezaaid?

  7. vostammer

    De HK spelers die niet voor een nationaal team spelen, spelen juist erg weinig wedstrijden. En als je dan ook nog eens geen play-offs draait, blijft er voor deze hockeyers wel heel weinig speeltijd over. 22 Hoofdklasse wedstrijden, oefenpotjes en met wat geluk de beker.


Wat vind jij? Praat mee...