Hoe playoff-debutant Van der Heijden de Rotterdamse pechvogel werd

Ontzettend onbedoeld speelde Timme van der Heijden een hoofdrol in de eerste finale tussen Rotterdam en Kampong. De verdediger veroorzaakte vlak voor tijd een strafbal, toen hij als lijnstop een corner van Jip Janssen tegen zijn masker kreeg. Omdat die strafbal benut werd, staat Rotterdam op een 2-1 achterstand in de playoff-finale. En dat allemaal in Van der Heijdens eerste Hoofdklasse-seizoen.

Het was een bijzonder tafereel. Een stilleven bijna. Het stadion van Rotterdam kolkte zestig minuten. Alle varianten op Feyenoord-liedjes waren al voorbij gekomen. I will survive was minstens tien keer over het terrein getetterd. Maar vier minuten voor tijd hield iedereen zijn adem in.

Dat was op het moment dat videoscheidsrechter Lisette Baljon haar drukste klus van de middag had. Terwijl iedereen in stilte op een uitspraak wachtte, keek zij nog een keer naar de vijfde (en laatste) corner van de middag van Kampong-sleper Jip Janssen. En nog eens. En nog een keer uit een andere hoek.

Het waren hooguit twee minuten. Maar die voelden als uren voor de jonge Van der Heijden, die vorig seizoen als jeugdspeler debuteerde in de Hoofdklasse. Dit jaar schoof hij helemaal door. ‘Omdat het lang duurt bij de videoscheids, weet je dat het een moeilijke beslissing is. Dat geeft voor mij als verdediger toch een beetje hoop’, zegt het talent, dat exact een week geleden negentien jaar werd. ‘Natuurlijk ben je nieuwsgierig. Wil je dicht in de buurt van de scheids staan, om te horen wat er gezegd wordt. Maar je mag ook weer niet te dichtbij te staan. Dus was het vooral wachten. En daarna balen van het besluit.’

Foto: Willem Vernes

De aangeraakte sleep

Hij haalt het moment even terug waarop hij opeens vol in de schijnwerpers stond. Hij vertelt bijna geroutineerd. Alsof het voor hem de gewoonste zaak ter wereld is, om oog in oog te staan met een van de beste cornernemers ter wereld. ‘De corner werd door onze eerste uitloper – Tjep Hoedemakers – van richting veranderd. Daarna ging-ie bij hem door de benen. Daardoor had ik op de lijn nog minder tijd om die bal tegen te houden. Daar zijn die ballen ook net wat te hard voor. Ik kon niets anders doen, dan ‘m met mijn lichaam tegenhouden. De bal kwam via mijn hand op mijn masker. Deed geen pijn hoor. Dat ding is prima. Ik voelde er weinig van.’

Het gevolg was dus minder prima. Een strafbal. ‘Ik dacht eigenlijk dat er al voordeel was gegeven’, stelt Van der Heijden. ‘Want de bal kwam via mij nog bij een speler van Kampong. Die bal hield ik ook tegen. En daarna gingen ze pas naar de videoscheidsrechter. Vorige week hadden wij ook zo’n situatie tegen Bloemendaal. Toen kwam daar niets uit.’

Van der Heijden links, met Derk Meijer en Jeroen Hertzberger. Foto: Willem Vernes

Weer startte Rotterdam niet scherp

Nu was het Rotterdam fataal. Dat wil zeggen, voor het resultaat in de eerste wedstrijd. Een wedstrijd waarin de thuisploeg zich terugknokte van een achterstand in de eerste helft die amper echte kansen opleverde. ‘Ja, Kampong begon scherper’, zegt Van der Heijden, met een diepe denkrimpel in zijn gezicht. ‘We stonden nog niet aan. Veel aannames op het middenveld gingen niet goed. We waren niet scherp. Zo was het ook in die eerste halve finale.’

Uiteraard ligt één vraag dan enorm voor de hand. ‘Tsja, waardoor dat komt? Ik weet het echt niet. Aan de voorbereiding en focus ligt het echt niet. Blijkbaar moest er weer iets bij ons aangewakkerd worden. In de rust zijn we daar ook wel duidelijk naar elkaar over geweest.’

Dat is een beetje een understatement. Coach Robin Rösch, iemand die zelden uit zijn slof schiet, heeft in de kleedkamer zijn ploeg even goed de waarheid verteld. ‘We begonnen goed aan het derde kwart. Kwamen er vaker uit. Niet dat we heel veel kansen kregen, maar we waren wel gevaarlijker en maakten in die fase ook de 1-1.’

Foto: Willem Vernes

Geen ruimte meer voor goedmakertjes

Het voornemen voor zondag – wanneer de return in Utrecht plaatsvindt – mag duidelijk zijn. Dan moet Rotterdam er vanaf het begin staan en is er daarna geen ruimte meer voor goedmakertjes in een volgend duel. ‘Tegen Bloemendaal hebben we bewezen dat we het kunnen. Toen ging het geweldig in die tweede wedstrijd.’

De glimlach komt weer een beetje terug bij het talent. Hij kijkt eens goed om zich heen. Het bomvolle stadion loopt langzaam leeg. Het veld vult zich met fans en pers. Een soort explosie van mensen. ‘Ons kampioenschap in de zaal was al een beetje een voorproefje. Maar vandaag was helemaal te gek. Er was geen plekje meer over op de club. Dit heb ik nog nooit eerder meegemaakt.’ 


2 Reacties

  1. tanjas-maartenhgmail-com

    Jammer dat het thuis niet lukte, dan moeten we het maar uit doen!!! 🤍💚💪🏼

  2. peter-de-ruiter

    Ik vond Kampong wel beter de hele wedstrijd. Maar mooi dat Rotterdam goed partij gaf. Benieuwd naar morgen, al zou ik mijn geld op Kampong inzetten...


Wat vind jij? Praat mee...