Ze scheerden zaterdagmiddag heel even langs het randje van de zaalafgrond. De mannen van Rotterdam wonnen met pijn en moeite van Pinoké, dat met 7-5 werd verslagen. Daardoor werd directe degradatie voorkomen, al zijn de zorgen nog lang niet voorbij. Volgend weekend staan ze in de nacompetitie. Ervaringsdeskundige Menno Boeren weet: dat wordt een hels karwei.
‘Hey Joep! Doe eens even je best, maat!’, galmde het zaterdag rond vier uur met een onvervalst Brabants accent door sporthal T-Kwadraat in Tilburg.
Joep was natuurlijk Pinoké-topscorer Joep Troost, die zondag opeens een stel extra tijdelijke fans erbij kreeg. Het waren de mannen van thuisploeg Tilburg, die natuurlijk bleven plakken voor het optreden van hun concurrent Rotterdam, tegen Pinoké. Het scenario was mooi en paste volledig bij de heerlijke speeldag, waarop zo veel beslissingen vielen. Won Rotterdam die laatste wedstrijd, dan degradeerde Tilburg. Bij een gelijkspel of een nederlaag zou Rotterdam eruit gaan. Kortom: het uitgespeelde Tilburg was even, voor twee keer twintig minuten, heel erg fan van Pinoké. En dat terwijl ze vier uur daarvoor nog tegenover elkaar stonden.
Pinoké kwam vroeg in de wedstrijd tegen Rotterdam op een 3-0 achterstand, maar knokte zich na een vroege keeperswissel terug. Uiteraard tot blijdschap van de Tilburgers. Die zagen hoe Pinoké drie minuten voor tijd bij een 6-5 achterstand een corner kreeg. Het moment waarop het kon gebeuren. Ze gingen er op de tribune eens goed voor zitten. ‘Geef ‘m aan Joep!’, klonk het fanatiek van de tribune. Dat gebeurde, maar zonder resultaat. Vlak daarna viel de Rotterdamse 7-5 en was de directe degradatiestrijd beslist. Niet Rotterdam, maar Tilburg kieperde eruit.
De balken-brigade van Rotterdam. Foto: Willem Vernes
Een zee aan tegengoals en de ‘off-match’
‘Ik ben blij dat de wedstrijd erop zit’, verzuchtte Rotterdam-captain Boeren nadat hij met zijn team én Pinoké de balken had opgeruimd. ‘Het was do-or-die voor ons. Ze haalden op een gegeven moment hun keeper eruit. Gingen iets risicovoller spelen. En wij leden een paar keer dom balverlies. Daar moeten we van leren. Maar dat geldt voor het hele seizoen. Het loopt niet vlekkeloos bij ons.’
Niet vlekkeloos is een behoorlijk understatement als je kijkt naar het zaaljaar van Rotterdam. De landskampioen van 2024 won dit seizoen maar drie van z’n tien duels en incasseerde liefst 62 tegengoals. Een gemiddelde van ruim zes treffers per wedstrijd. De eerste wedstrijd op zaterdag paste volledig in dat plaatje. Rotterdam kreeg een knalharde dreun om de oren van Voordaan, dat met 8-4 won. Zes minuten voor tijd stond het 6-1 voor de play-offdeelnemer uit Groenekan, die in de slotfase wat gas terugnam.
Boeren weet het. Dat was absoluut geen beste vertoning. ‘Daar baalden we allemaal enorm van. Ik speelde zelf ook niet goed. Het was een off-match, noem het maar zo’, peinst de middenvelder. ‘Gelukkig werd het geen offday. We hebben een jong team, dan kun je jezelf zo’n zaaljaar misschien niet kwalijk nemen. We hadden al snel door dat het een lastig seizoen zou worden. Al stonden we er wel in die laatste wedstrijd. Toen het écht moest gebeuren.’
Boeren baalt na de veegpartij tegen Voordaan. Foto: Willem Vernes
Het andere gezicht, plus de hulp van Hertz
Rotterdam is op het veld een ploeg die bulkt van internationals. Ze mogen zich met acht Oranje-klanten tegenwoordig zelf hofleverancier noemen van het Nederlands elftal. Die waren dit zaalseizoen door hun drukke programma met de nationale ploeg of blessures amper inzetbaar. Dat geldt ook voor Joaquin Menini en Marc Recasens, die deze winter verplichtingen hebben met Spanje.
Binnen de balken krijgt Rotterdam een ander gezicht en zijn Boeren, Timme van der Heijden, Bouwe Buitenhuis, Dylan Lucieer en Nick van Trigt – zaterdag absent – opeens de meest ervaren krachten. ‘We speelden door blessures en afwezigen met wisselende samenstellingen. Het was ook even zoeken naar de ideale opstelling. Zo begon Jesse Steenhoff voorin, maar die doet het nu achterin juist heel goed.’
De inderdaad vrij jonge selectie kreeg er zaterdag een brok routine bij. Want als een superman zonder cape was-ie er weer. Jeroen Hertzberger. Fit en bevlogen als altijd. De topscorer aller tijden van de Hoofdklasse (veld, voor de duidelijkheid) pikte een goaltje mee en schoot zelfs nog even heerlijk fanatiek uit zijn slof richting de scheidsrechter, toen tot Rotterdams onbegrip de tijd werd stopgezet.
Uiteindelijk hebben Boeren en Hertzberger reden tot lachen. Foto: Willem Vernes
Van Wageningen tot een piepjong Hurley
‘Toen bleek dat Nick dit weekend er niet kon zijn, dachten we natuurlijk meteen aan Jeroen’, zegt Boeren. ‘We hadden een spits nodig die kon scoren. En iedereen weet dat Jeroen dat kan. Hij had nog niet eerder gespeeld dit zaaljaar, maar hij stond wel gewoon op de lijst. Het was een hele logische oplossing. Het geeft ook wel aan dat we het serieus namen, dat we er echt niet uit willen gaan.’
Hertzberger kan zijn oude liefde niet nogmaals uit de brand helpen. In de nacompetitie mogen alleen spelers meedoen die minstens de helft van de competitieduels hebben meegedaan, tenzij daar een goede reden voor is. Bijvoorbeeld een blessure of een stage met de nationale ploeg. Dat is duidelijk, maar verder hangen er voor Rotterdam en Boeren veel vraagtekens boven de nacompetitie, waarin de nummers vijf van de Hoofdklasse – Rotterdam en Gooische – in twee poules de districtskampioenen treffen. ‘Ik heb nog geen idee welke teams dat zijn of kunnen worden’, zegt Boeren eerlijk. ‘Ik weet niet eens waar we moeten spelen. Het is een spannende dag, waarop je weinig fouten kunt maken. Je speelt tegen teams die je totaal niet kent. Soms zelfs nog nooit hebt gezien.’
Boeren weet waarover hij praat. In 2023 en 2025 stond hij ook met Rotterdam in de play-outs. ‘Ik heb nog geen saai zaaljaar meegemaakt. We spelen ieder jaar of play-offs, of in de nacompetitie. Vorig jaar kwamen we daar Wageningen tegen, waar we weinig van wisten. Hurley had opeens veel jongens uit de Onder 18 meegenomen. Dan moet je uitkijken voor onderschatting. Maar uiteindelijk staan we er maar met één doel. Rotterdam in de Hoofdklasse houden. Daar horen we thuis.’
Wat vind jij? Praat mee...
Je moet inloggen om een reactie te kunnen plaatsen.