Op onze website kan je met hulp van Kai zoeken door alle pagina's en artikelen.
Ook Schaerweijde pleit voor opleidingsvergoeding: ‘10.000 euro’
De overstap van de tweelingbroers Peppe en Juup Veen (20) van Schaerweijde naar Kampong zwengelt de discussie over de invoering van een opleidingsvergoeding opnieuw aan. Schaerweijde-coach Razwan Ahmed is voorstander. ‘Het kan echt niet meer dat onze talenten gratis en voor niets de deur uitlopen.’
:quality(85):format(webp)/media/21133aed-2bfd-42b5-b726-2a6d04ea00d7/razwan-bs-1.jpg)
Foto: Bart Scheulderman
Het is een wrange situatie voor de huidige nummer tien van de Tulp Hoofdklasse. Hun hele hockeyleven dragen Peppe en Juup Veen al het shirt van Schaerweijde, maar het is Kampong dat volgend seizoen met hun talent aan de haal gaat. Zonder dat er ook maar een euro tegenover staat vertrekken ze uit Zeist, terwijl Schaerweijde al die jaren hun opleiding betaalde. Daarmee ondergaat de club hetzelfde lot als HDM, dat talenten Yara Akkerman (16) en Roos Alkemade (18) op nog jongere leeftijd ziet vertrekken naar Amsterdam.
‘Voor die jongens is het natuurlijk prachtig dat ze deze kans krijgen bij een topclub. Dat gun ik ze ook van harte. Maar als club schieten wij er helemaal niets mee op’, verzucht Schaerweijde-coach Razwan Ahmed. Hij sluit zich volledig aan bij het recente pleidooi van oud-international Jacques Brinkman voor de invoering van een opleidingsvergoeding. ‘Peppe en Juup spelen pas twee jaar in Heren 1. Na slechts één seizoen in de Hoofdklasse zijn we ze alweer kwijt. Wij hebben geïnvesteerd in hun opleiding, maar het is Kampong dat daar de vruchten van plukt. Gratis en voor niets.’
:quality(85):format(webp)/media/0f627c0b-bcaf-4d07-838c-f15851dc88d6/peppejuupveen-bs.jpg)
Peppe en Juup Veen vorig seizoen na het veiligstellen van de promotie naar de Tulp Hoofdklasse. Foto: Bart Scheulderman
Andere talenten gingen Peppe en Juup Veen voor
Het is een hardnekkig probleem voor opleidingsclub Schaerweijde, dat in de Landelijke Jeugd telkens weer tot de beste teams behoort, maar met Heren 1 vecht om lijfsbehoud. Steeds weer ziet Schaerweijde jonge talenten al vroeg de club verlaten. Afgelopen zomer vertrok Lucas Corstens op 17-jarige leeftijd, na slechts één seizoen in de Promotieklasse, al naar Amsterdam. Thies Bakker zocht zijn geluk bij Kampong. Ze zijn lang niet de enigen: eerder verlieten ook talenten als Lucas Veen (Bloemendaal), Tim Knapper (Pinoké), Boris Aardenburg (Pinoké) en Casper Berkman (Amsterdam) Schaerweijde al op jonge leeftijd.
Het vertrek van Jong Oranje-speler Peppe en zijn broer Juup Veen wakkert binnen Schaerweijde voorzichtig de discussie al aan of de club niet van koers moet veranderen, vertelt Ahmed. ‘Intern zijn er natuurlijk mensen die zich afvragen waarom wij überhaupt nog investeren in Heren 1, of in de topjeugd. Zij zeggen: alle talenten gaan uiteindelijk toch weg, dus waar doen we het dan voor?’ zegt Ahmed, die bezig is aan zijn eerste seizoen als hoofdcoach van de mannen van Schaerweijde, maar de afgelopen jaren verschillende rollen binnen de club vervulde, van jeugdtrainer tot hoofdcoach van de vrouwen. Al jaren kijkt hij machteloos toe hoe de grootste talenten gratis de deur uitlopen.
:quality(85):format(webp)/media/1d4c7e55-ae36-439e-a1f8-0cf0b5b0496d/razwan-bs-2.jpg)
Schaerweijde-coach Razwan Ahmed is voorstander van een opleidingsvergoeding. Foto: Bart Scheulderman
10.000 euro per speler
Wat hem betreft is de tijd rijp voor een opleidingsvergoeding in het hockey. Zijn voorstel: (Hoofdklasse)clubs die talenten van 21 jaar of jonger willen vastleggen, zullen daarvoor de portemonnee moeten trekken. ‘Na hun 21ste hebben talenten drie, vier jaar in het eerste team gespeeld. Dan kun je zeggen dat de club die hen heeft opgeleid de vruchten van hun opleiding heeft geplukt, en zijn ze wat mij betreft vrij om te gaan en staan waar ze willen. Maar tot die tijd, tot en met hun 21ste, vind ik dat er betaald moet worden. Laten we zeggen: tienduizend euro per speler’, stelt Ahmed voor, met de kanttekening dat het gerust een ander bedrag kan zijn. Het principe — dat er betaald wordt — is voor hem het belangrijkste.
Tienduizend euro per speler: dat zou betekenen dat Kampong 20.000 euro naar de bankrekening van Schaerweijde overmaakt voor de gebroeders Veen. Ahmed: ‘Daar kunnen wij een nieuwe spits van halen. Maar we kunnen het ook in de jeugdopleiding steken, bijvoorbeeld in een jeugdtrainer. Of in een specialistentrainer voor Heren 1. Daar profiteren onze andere talenten weer van.’
Maar hoe ver reikt zijn voorstel voor de invoering van een opleidingsvergoeding precies? Geldt het alleen voor talenten die Schaerweijde kwijtraakt, of ook voor spelers die de club zelf bij andere verenigingen wegplukt?
Ahmed: ‘Als wij een nieuwe speler van 21 jaar of jonger uit de Promotieklasse halen, vind ik dat wij ook moeten betalen. Ik zou zeggen: 5000 euro. Minder dan in de Hoofdklasse, maar nog altijd een aanzienlijk bedrag.’ En hoe zit het in de jeugd? Veel talenten die Schaerweijde als ‘eigen jeugd’ presenteert, zijn eigenlijk bij een andere club begonnen met hockeyen. ‘Als wij een jeugdspeler van bijvoorbeeld Zwolle of Hattem overnemen, moeten wij daar ook voor betalen, vind ik. Maar wel pas op het moment dat ze doorstromen naar Heren 1’, stelt hij voor. ‘Anders wordt het al snel een soort kinderhandel.’
:quality(85):format(webp)/media/457b6b27-d4a6-489b-a092-b51eb9c340f3/lucascorstens-bs.jpg)
Talent Lucas Corstens verruilde Schaerweijde vorige zomer voor topclub Amsterdam. Foto: Bart Scheulderman
Nederlands elftal
De in Pakistan geboren coach, die op zijn dertiende met zijn ouders naar Nederland emigreerde, stelt dat hij niet alleen opkomt voor het belang van Schaerweijde. Volgens hem raakt de kwestie ook het Nederlands elftal. Talenten die te vroeg naar een topclub vertrekken, komen volgens hem vaak niet volledig tot bloei. ‘Peppe en Juup hebben absoluut talent en doen het goed bij ons, maar ze hebben nog veel stappen te zetten. Bij Kampong staan ze straks in de schaduw van de internationals. Daar leren ze nog niet om verantwoordelijkheid te nemen, terwijl dat bij ons wel had gekund.’
Talenten die te vroeg naar een topclub overstappen, zijn later in Oranje minder gewend om de kar te trekken, wil hij maar zeggen. Daar moet het Nederlandse hockey volgens hem niet blind voor zijn, ondanks de twee gouden olympische plakken in Parijs. ‘Er loopt zoveel talent in Nederland rond. Maar dat wij vóór Parijs – met de mannen – al meer dan twintig jaar lang geen WK of Olympische Spelen hadden gewonnen, dat zegt volgens mij wel iets. Als het erop aankomt, zie je dat spelers zich verstoppen omdat ze niet gewend zijn om de ploeg op sleeptouw te nemen. Met alleen talent redden we het niet. Juist daarom zou het goed zijn als talenten langer wachten met de overstap naar een topclub.’