Huiswerk voor Oranje na Pro League: ‘Te onrustig en wisselvallig’

Met acht punten uit vier duels verlieten de Oranjemannen maandagavond Valencia. Het tweede Pro League-blok verliep grillig voor de ploeg van bondscoach Jeroen Delmée. Die beseft dat er werk aan de winkel is richting het WK dat over een half jaar begint. ‘We maken stappen voorwaarts, maar zijn nog niet het oude Oranje.’

‘We hebben in vier jaar tijd nooit een periode gehad waarin we harder moesten werken om te krijgen wat we wilden. Waarin het niet vanzelf ging. Ergens komt dat een keer. En bij ons is dat nu. Daar lig ik niet wakker van. Liever nu zo’n fase, dan in juni bij de Pro League, vlak voor het WK.’ 

Delmée is altijd eerlijk. Naar de groep, naar de buitenwereld. Fout is fout, goed is goed. En niet andersom. Zijn ploeg won twee keer moeizaam van Spanje (4-3 en 3-2) en speelde gelijk tegen Engeland (2-2, beide duels). De daaropvolgende shoot-outseries werden allebei verloren door Nederland, dat in alle wedstrijden kwetsbare fases meemaakte. Zo liep Oranje in de eerste twee duels binnen een kwartier tegen een 2-0 achterstand aan en werd in de laatste twee duels juist een voorsprong uit handen gegeven. 

Nederland verloor in Valencia twee keer de shoot-outs tegen Engeland. Foto: Arnau Montanez

‘Zeker de eerste twee wedstrijden in Spanje vond ik ons matig’, blikt Delmée terug. ‘Daarna kwam er wel een stijgende lijn in. Met name in de laatste wedstrijd tegen Engeland hadden we goede periodes. Konden we verder weglopen. We waren over het algemeen te onrustig en wisselvallig. Zoekende naar automatismen. We moeten aan de bak en het resultaat bevestigt dat. De stappen voorwaarts die maken we, maar we zijn nog niet het oude Oranje. Dat is wel te verklaren.’

Het Oranje-gevoel verloor van de clubagenda

Om die laatste uitspraak te snappen, moeten we terug naar de periode na het EK in Duitsland. Daar speelde Oranje een dominant toernooi, maar liet het in de finale te veel kansen onbenut. Via shoot-outs onttroonden de Duitsers Nederland als Europees kampioen. 

Vervolgens brak er een eerste seizoenshelft aan, waarin Delmée zijn ploeg amper compleet had. ‘Oktober en november waren de onrustigste maanden van de afgelopen vier jaar. Dat kwam door de EHL – die een week werd verplaatst – en een aantal dubbele speelweekenden. Dat bevordert niet het Oranje-gevoel. De jongens van Bloemenaal heb ik in die maanden bijvoorbeeld maar een paar trainingsdagen gezien.’

Ook tegen Argentinië won Oranje beide duels niet. Foto: Worldsportpics/Martin Waichman

Met een groep die na een lang jaar op z’n tandvlees liep, was in december de start van de Pro League in Argentinië teleurstellend. ‘Daar miste het teamgevoel en ontbrak het ook aan de topsportmindset’, stelt Delmée, die in Zuid-Amerika twee keer van het zwakke Pakistan won (maar daarin wel defensief kwetsbaar was) en een puntje pakte in de dubbel tegen Argentinië. ‘Er waren veel spelers moe. Daar konden we ons niet goed overheen zetten in dat blok.’

Quality time in Zuid-Afrika

Na een vakantie van drie weken, kwam de januari-stage in Zuid-Afrika als geroepen. Eindelijk was er quality time. Geen clubs, geen overvolle rugzak als erfenis van het afgelopen jaar. Alleen elkaar en de Afrikaanse zon. ‘We hebben daar – en ook in Valencia – veel met elkaar gepraat over hockey. Daar zag ik jongens die wilden investeren in elkaar. Dat gevoel was verminderd na het EK. Ook omdat we als gehele groep elkaar weinig zagen.’

Delmée vindt dat investeren in elkaar en in de ploeg nog belangrijker is dan de kwaliteit van het spel. ‘Ik geloof wel dat dat straks weer komt. Daar maak ik me totaal geen zorgen om. Ik zie dat we als collectief sterker uit de winter zijn gekomen. Kritisch zijn naar onszelf en elkaar. Het was lekkerder geweest als we dat ook hadden bevestigd met goede wedstrijden. Daar zijn we helaas nog niet.’

Oranje in 2021, bij de start onder Delmee. Een totaal nieuw Nederlands elftal won toen op shoot-outs van België. Foto: Willem Vernes

Van jager naar prooi

Er was nog een uitdaging. Want de status van Oranje is de afgelopen jaren veranderd. Ze waren toen Delmée in 2021 begon een jager op de toenmalige top. Een ploeg die al twee decennia geen mondiaal toernooi had gewonnen en snakte naar internationale erkenning na de teleurstelling van de Spelen in Tokio. Het goud van Parijs veranderde de positie van het Nederlands elftal rigoureus. De ploeg van Delmée is een prooi geworden. De nummer één van de wereld, de meest constante ploeg van de afgelopen jaren. 

‘De concurrentie is veel met ons spel bezig’, constateert Delmée. ‘Met de manier waarop zij een antwoord hebben op ons spel. Ook op die manier worden we getest. We moeten onszelf blijven verbeteren en aanpassen. We hebben in Valencia bijvoorbeeld gewerkt met de afwisseling tussen man- en zonedekking. En met onze opbouw, die we graag dynamischer willen maken. Ook daardoor ben je soms aan het zoeken, staan spelers eerder in de denkstand. Bovendien speelt de concurrentiestrijd onderling een rol. Nog meer dan eerst zijn de verschillen klein binnen de groep.’

In Valencia verloor Oranje twee shoot-outseries. Wat in aanloop naar het EK nog een echt specialisme was – Nederland won liefst achtmaal op rij op die manier, een wereldrecord – is een zorgenkindje geworden. Inmiddels trok de olympisch kampioen vier keer via shoot-outs aan het kortste eind. ‘Ook daarmee moeten we naar de tekentafel. We verliezen er te veel’, zegt Delmée. ‘We zijn te voorspelbaar geworden in onze shoot-outs. De keepers kunnen daarin ook meer afdwingen dan ze nu doen.’ 

Vanaf maart bij Oranje: Wereldtalent van het Jaar Casper van der Veen. Foto: Ewout Pahud

In maart weer de wei in

In de tweede week van maart staat Delmée weer in Nederland met zijn ploeg op het veld. Hij verwacht dat de trainingsgroep ‘niet veel groter wordt dan voorheen’. Tot de Pro League in Argentinië maakten 28 spelers daar onderdeel van uit. Casper van der Veen sluit in ieder geval aan bij Oranje. Het Wereldtalent van het Jaar komt door uit Jong Oranje. Daarnaast is er nog een fiks aantal spelers dat nog kampt met blessures zoals Jip Janssen, Tjep Hoedemakers, Lucas Veen en Olivier Hortensius. 

Over blessures gesproken: er is nog geen duidelijkheid over de kwetsuur van Jorrit Croon. Hij viel maandag in de laatste wedstrijd in Valencia (tegen Engeland) uit met een vleeswond boven zijn knie, nadat hij hard door een stick was geraakt. ‘Hij is in Spanje gehecht en kon gewoon met de groep terugvliegen’, vertelt Delmee. ‘We weten nog niet precies wat de schade is.’


Wat vind jij? Praat mee...