Scheidsrechtersbaas Elders: ‘De corner is nu levensgevaarlijk’

Na negen jaar nam Peter Elders zaterdag afscheid als bestuurslid arbitrage bij de KNHB. Een goed moment om met dit kersverse erelid van de bond even terug en vooruit te kijken naar de scheidsrechterswereld. ‘Er wordt te vaak gedacht: de scheids ziet of hoort het niet, dus mag het.’

Peter, wat is de grootste misvatting over arbitrage?
‘Ha, dat scheidsrechters het altijd gedaan hebben als je verloren hebt. Dat was vroeger zo, dat is nu zo en dat zal wel altijd zo blijven. Een ander vooroordeel waar ik vaak tegenaan ben gelopen, is dat de bond verantwoordelijk is voor de scheidsrechters. Dat zijn de clubs zélf. Je kunt de arbitrage in Nederland vergelijken met een kerstboom. Bovenaan zit de piek met internationale topscheidsen. Maar zonder stam, blijft die piek in de doos.’

Kortom?
‘Het gaat juist om de basis. Om opgeleide scheidsrechters bij de club. Als je het leuk vindt en er goed in bent, kan je doorstromen naar boven. Maar dat opleiden moeten we wel met z’n allen blijven doen. De coronajaren hebben daar niet bij geholpen. Daardoor zijn er minder scheidsrechters bijgekomen, terwijl er wel een normaal aantal is uitgestroomd. Dat merk je ook verderop in die boom, bij de bondscheidsrechters. Dat zijn er nu minder dan tien jaar geleden, waardoor er nu in de Derde Klasse Heren geen bonds meer staan.’

Is er genoeg begrip voor het belang van – goede – arbitrage?
‘Te weinig, denk ik. Op veel clubs kan een fluitbeurt worden afgekocht. Ik hoor verhalen over jonge scheidsen die vier potten per dag fluiten, voor dertig euro per keer. Je kan mij niet vertellen dat je na zoveel minuten nog geconcentreerd op het veld staat. Het is een beetje kortetermijndenken. Want wie fluit er nog op een club als die ingekochte scheidsen stoppen? Hierdoor voorkom je dan anderen fluitervaring opdoen.’ 

Peter Elders (rechts, naast bondsvoorzitter Erik Cornelissen) zaterdag tijdens de Algemene Vergadering van de KNHB, waar hij tot erelid van de bond werd benoemd. Foto: Koen Suyk

Maar er gaat ook genoeg goed, toch?
‘Oh zeker. Ik was laatst bij de interlands op Union en sprak mensen die al jarenlang vol enthousiasme elke zaterdag met een headset op jonge scheidsen begeleiden. Zo gaat dat op veel clubs en dat is prachtig. En ik ben heel trots als ik zie hoeveel jonge scheidsrechters er doorstromen naar de Hoofdklasse. Gasten van 24 en 25 jaar. Daar gaan we nog jaren plezier aan beleven. Tot slot is het fijn dat we met Coen van Bunge een boegbeeld hebben, die een olympische finale heeft gefloten.’

Hoe belangrijk is dat?
‘Je hebt een kop op de poster. Een jochie of meisje van acht of tien kijkt daarnaar op. Als je dat kunt bereiken: wauw. Coen is benaderbaar, vindt dat ook leuk en wordt ingezet om enthousiaste praatjes te houden over fluiten. Zet bij hem veertig twijfelde scheidsen in de zaal. Daarna zijn ze overstag.’

Hoe komt het dat we bij de vrouwen ‘geen Coen’ hebben?
‘We zitten in een tussenfase. Er zitten dames aan te komen, maar die moeten de stap naar het internationale niveau nog maken. Ymkje van Slooten klopt op de deur, maar heeft nog niet in de Pro League gefloten. Het is jammer dat we op het WK in eigen land geen scheidsrechters hebben. Dat was een fantastische ervaring geweest. Dat zit er nu niet in. Je moet echt veel fluiten om op zo’n podium te komen. Daar komen onze vrouwen nog niet voor in aanmerking. Spijtig, maar helaas.’

Arbitrage-boegbeeld Coen van Bunge op de Spelen van Tokyo. Foto: Koen Suyk

Dit is een mooi speerpunt voor de toekomst. Wat zijn andere uitdagingen die eraan komen voor jouw opvolger Femke Teeling?
‘Dat zijn er eigenlijk twee. Om in Nederland te beginnen. We moeten het thema sportiviteit en respect weer even goed onder de aandacht brengen. In het veld worden de grenzen steeds vaker opgezocht. Dat is oké, totdat het moreel niet meer acceptabel is. Er wordt nu te vaak gedacht: de scheids ziet of hoort het niet, dus mag het. Ik hoop dat teams en clubs ook vaker zelf bepalen wat acceptabel is. Niet wachten op een schorsing van de bond. Niet elke zondaar verdedigen, omdat het kan. Zelf besluiten wat ‘normaal’ is en wat bij je cultuur hoort.’

En die tweede?
‘We moeten ervoor zorgen dat we qua arbitrage en spelregels dicht op het vuur blijven zitten bij de FIH. Dan kan je als land meepraten over de aanwijzingen van scheidsrechters op toernooien en je mengen in spelregeldiscussies. Zoals over de toekomst van de strafcorner. Dat onderwerp ligt nu op tafel.’

Elders met Billy Bakker, na de Gold Cup-winst van Amsterdam in 2019. Foto: Willem Vernes

Vertel?
‘Er moet op termijn iets gebeuren aan de strafcorner. Er wordt steeds harder gesleept. Ook door spelers die net wat minder goed kunnen richten. Het is een kwestie van tijd voordat iemand een bal tussen zijn ogen krijgt. Kortom, het is nu levensgevaarlijk. Aan de andere kant hoort de corner bij ons spel, is een fenomeen in het hockey. De vraag is nu hoe we ‘m kunnen behouden en het gevaar kunnen verminderen.’

Welke kant gaat deze discussie op, denk je?
‘Allereerst verandert er niets tot de Olympische Spelen van Parijs in 2024. Voor die tijd worden er geen belangrijke regels aangepast. Ik verwacht dat er wordt gekeken naar twee alternatieven. Eén: de corner moet niet meer buiten de cirkel, maar buiten de stippellijn worden gestopt. Twee: er mag – ook in de rebound – alleen maar op plankhoogte worden gescoord. Nog een compleet ander scenario, niet mijn favoriet, is het nemen van een shoot-out, waarbij iedereen mag inlopen als de bal rolt.’

Never a dull moment in de arbitragewereld.
‘Precies. En dat allemaal in het belang van onze sport.’


11 Reacties

  1. Mike de Bot

    Hoeveel ongelukken gebeuren er nu daadwerkelijk met de corner? Zeker in vergelijk tot andere blessures? En de lage backhand, die is nl in mijn ogen een veel groter gevaar, aangezien die door een veel grotere groep gedaan kan worden, de bal veel harder gaat en bovendien erg vaak ongecontroleerd geslagen wordt.

  2. jack-jacobs

    Mooi verhaal & dank voor de jarenlange inzet. Mag ik als tip/speerpunt voor de toekomst ook het veranderen van het gedrag van het publiek langs de lijn als aandachtspunt voor de clubs en de Knhb meegeven? We beginnen op voetbalpubliek te lijken bij de wat meer belangrijke wedstrijden (zowel bij de jeugd als de senioren). Ook het respect (van het publiek) voor de tegenstander, zowel voorafgaand- als ook tijdens de wedstrijd, is vaak ver te zoeken en dat is raar en wat mij betreft niet okay. Zonder tegenstander heb je namelijk geen wedstrijd. Ik hoop dat we dit ook kunnen veranderen door vooral als club met het publiek hierover in gesprek te gaan, gesteund door de Knhb.

  3. donnyhofland

    Gekke veranderingen die hij evt ziet gebeuren. Met stoppen bij de stippellijn

  4. richard-van-wezenbeek

    En die eerste variant (stop buiten stippel cirkel) met bv 4 aanvallers VS 2 verdedigers + keep? Dat is toch eens een pilot geweest?

  5. Mark Bouwman

    Gefeliciteerd met het erelidmaatschap, Peter. Wel verdiend. En verder geldt er voor mij één hockeywet: je wint soms potten dankzij arbitrale beslissingen en verliest soms wedstrijden door arbitrale dwalingen. Uiteindelijk vallen de plussen en minnen waarschijnlijk tegen elkaar weg: het is niet anders in onze sport 🙂. Zonder hen kunnen we niets.

  6. René Winteraeken

    Ik sluit me graag aan bij de woorden van Mark Bouwman! Peter, ook van mij dus proficiat met je erelidmaatschap! Top! Ik heb nog warme herinneringen aan ons eerste jeugd EK in Lyon in 1989 samen met Jos! Hartelijke groet!

    1. pelders

      Ha, ja dat was een mooi begin. Met veel latere sporthelden die toen nog jochies waren.

  7. hevanprooye

    Je wint alleen maar wedstrijden door meer doelpunten dan de tegenstander te scoren - of verliest ze omdat zij er meer dan jouw team scoren. Heeft niets met arbitrage te maken. Scheidsrechterlijke "dwalingen" moet je dan maar zien te compenseren.

  8. hevanprooye

    Het afschaffen van de hoge sleep is al jaren een punt van discussie. Sinds München, waarna de hoge slag op doel werd afgeschaft, slepen ze tegenwoordig harder dan dat er toen geslagen werd, m.a.w. het gevaar is tegenwoordig groter. Internationaal zijn de landen echter zeer opportunistisch: hebben ze een goede sleep, dan de hoge sleepcorner niet afschaffen; hebben ze die niet, dan wel afschaffen. Verandert dat, dan verandert hun positie ook. Alles (sleep, slag, push) bij eerste doelpoging op de plank lijkt mij de enige oplossing. Tip en rebound mag dan hoog.

  9. René Winteraeken

    Ja Peter, daar had ik het vorig jaar met Teun nog over! Dat was toen inderdaad een zeer getalenteerde groep met onze huidige bondscoach! 👍

  10. robdux

    Vrij weinig ongelukken gebeurt met corner. Ophouden met veranderen om het veranderen. De alternatieven zijn echt geen optie.


Wat vind jij? Praat mee...