Drie doelpunten maakte aanvaller Tobias Bovelander (21) dit zaalseizoen al voor Bloemendaal. Dertig jaar nadat zijn vader Floris-Jan Bovelander – het legendarische strafcornerkanon van het Nederlands elftal uit de jaren tachtig en negentig – zijn stick aan de wilgen hing, staat er weer een Bovelander tussen de topscorers van de Mussen, ook al is het in de zaal. ‘Mijn vader heeft een prachtige loopbaan gehad, maar hij is ook weer niet heilig.’
In Sporthal De Beuk in Purmerend meldt zich zondagmiddag bij Bloemendaal na dertig jaar weer een Bovelander op de kop van de cirkel, klaar om een strafcorner het doel in te jagen. Op het veld sleept de speler met rugnummer zestien geen corners, maar in de zaal mag hij in de tweede helft van de competitiewedstrijd tegen Voordaan (3-2 verlies) laten zien of hij uit hetzelfde hout gesneden is als zijn vader.
De bal gaat naar de Duitser Marco Miltkau, die ‘m stopt en ‘m breed legt op zijn teamgenoot. Verzilvert er na al die jaren opnieuw een Bovelander een Bloemendaalse strafcorner? Bovelander junior pusht, maar hij stuit op de stick van de snelle uitloper van Voordaan. Nee, oude tijden herleven dus (nog) niet.
‘Je mag best iets over mijn vader vragen, hoor’, glimlacht Tobias Bovelander in de gangen van de Noord-Hollandse sporthal. Hij lijkt als twee druppels water op hem. Dezelfde smalle kaaklijn, dezelfde brede lach, dezelfde neus. Alsof de voormalig strafcornermachine van Bloemendaal en het Nederlands elftal in 1987, toen hij 21 jaar was net als zijn zoon nu, in een tijdmachine is gestapt en zo in 2026 is beland.
Floris-Jan Bovelander en Tobias Bovelander. Foto’s: Noord-Hollands Archief/ collectie Fotopersbureau De Boer en Koen Suyk
Hij hockeyt nog steeds, bij de veteranen 50+ of zo. Daar staat hij dan wat aan te harken, haha. Ik zou het niemand aanraden om ernaar te gaan kijken. Tobias Bovelander over zijn vader
Het prachtige, feloranje shirt van Bloemendaal dragen: ga er maar aan staan als zoon van één van de grootste legendes uit de geschiedenis van De Mussen. Vijftien seizoenen lang speelde ‘Floppie’ voor Bloemendaal, de club waarmee hij in 1986, 1987, 1988, 1989, 1991 en 1993 landskampioen werd. Met het duizelingwekkende aantal van 276 doelpunten was hij jarenlang topscorer aller tijden in de Hoofdklasse. In de 241 interlands die Bovelander voor het Nederlands elftal speelde, maakte hij maar liefst 212 goals. Veruit de meeste uit zijn snoeiharde geslagen strafcorner. Met Oranje veroverde hij onder meer WK-goud in Lahore in 1990 en olympisch goud in Atlanta in 1996.
Jordi Cruijff, Daley Blind, Justin Kluivert: ze kunnen er allemaal over meepraten. Als zoon van een bekende sportvader draag je een flinke last op je schouders. ‘Al valt dat bij mij reuze mee, hoor’, grijnst Tobias Bovelander. ‘Mensen veronderstellen vaak dat ik veel druk voel, maar in werkelijkheid is dat niet zo. Bloemendaal is een familieclub; het gebeurt wel vaker dat een zoon van een oud-speler in Heren 1 staat.’
Zo nuchter als zijn vader is, zo nuchter is hij zelf ook: ‘Mijn vader was een goede hockeyer, maar hij is geen God. Hij hockeyt nog steeds, bij de veteranen 50+ of zo. Ik weet het niet eens. Daar staat hij dan wat aan te harken, haha. Ik zou het niemand aanraden om ernaar te gaan kijken. Hij draait ook gewoon zijn bardiensten, zoals iedereen. Hij heeft een prachtige loopbaan gehad, maar hij is ook weer niet heilig. Nee, die druk op mijn schouders? Die wordt vaak groter gemaakt dan het in werkelijkheid is.’
Tobias Bovelander in de competitiewedstrijd tegen Voordaan. Foto: Bart Scheulderman
Vierde jaar op rij in Heren 1
Het uitzonderlijke talent van zijn vader heeft hij niet geërfd, maar gestaag bouwt hij inmiddels wel aan een verdienstelijke carrière. Vier jaar geleden maakte hij de overstap van de jeugd naar Heren 1, een behoorlijke sprong bij een topclub als Bloemendaal. In zijn eerste seizoen – als 18-jarige nieuwkomer tussen al die internationale topspelers – hield hij het hoofd boven water en kreeg hij langzaam steeds meer speelminuten. Maar in zijn tweede jaar stagneerde zijn groei. Nóg zo’n seizoen zonder progressie en zijn plek in de selectie kwam in gevaar, wist hij.
Vastberaden zette Bovelander vorig seizoen zijn schouders eronder, waarop hij de stijgende lijn hervond. Met als hoogtepunt de tweede competitiehelft, waarin hij in elk duel minuten maakte. Hij heeft niet de status van international Jorrit Croon, maar is de ideale nummer veertien of vijftien van de selectie, die elk team nodig heeft. Vier seizoenen op rij in Heren 1 van Bloemendaal spelen, is bovendien voor lang niet iedereen weggelegd.
Op het veld scoort Tobias Bovelander in 2023 tegen Amsterdam. Foto: Bart Scheulderman
Ik weet dat Oranje de komende jaren niet voor de hand ligt. Ik heb een vrij realistisch zelfbeeld. Tobias Bovelander
‘Toen mijn vader zo oud was als ik nu, speelde hij al een paar jaar in het Nederlands team’, weet hij. Zelf kwam hij uit voor Nederlands Jongens A en speelde hij op een blauwe maandag voor Jong Oranje, maar een volgende stap bleef uit. ‘De ambitie om mijn vader te evenaren, heb ik niet per se. Ik sluit niks uit, maar ik weet ook dat Oranje de komende jaren niet voor de hand ligt. Ik heb een vrij realistisch zelfbeeld. Ik weet wat ik wel en niet kan.’
Los van het feit dat hij voor Jong Oranje niet goed genoeg was, kon hij het ook strakke regime van het topsportleven niet opbrengen, vertelt hij. Hockey is niet het enige wat hij in het leven belangrijk vindt. Hij studeert Commerciële Economie en hecht veel waarde aan de vrije tijd die hij heeft voor vrienden en familie.
‘Ik speel bij Bloemendaal in een gezellig team, met gasten waar ik ook buiten het hockey mee omga. Had ik in een ander team gezeten, waar het misschien minder leuk is, dan weet ik niet of ik in mijn derde seizoen die stap had kunnen maken. Dat me dat toch is gelukt, komt omdat ik me hier zo thuis voel.’
Drie goals maakte Tobias Bovelander op de eerste twee speeldagen van dit zaalseizoen. Foto: Bart Scheulderman
Tweede op de topscorerslijst van Bloemendaal in de zaal
Na de zomer hoopte hij zijn stijgende lijn van vorig jaar door te trekken. Maar het seizoen was nog amper begonnen of hij werd al meteen geconfronteerd met een tegenslag. In de allereerste wedstrijd, op eigen veld tegen HDM, ging hij onderuit en brak hij zijn pols. Weg was zijn kans om verder te groeien. Pas in november, toen er nog maar twee duels voor de winterstop op het programma stonden, keerde hij terug in de wedstrijdselectie. Nauwelijks kreeg hij de kans om zijn seizoen weer op te bouwen.
In de zaal draait het voor hem nu om meters maken en fit blijven, vertelt hij. Hij is ook benoemd tot aanvoerder. Lachend: ‘Al heeft dat nul betekenis, hoor.’
Drie goals maakte hij al op de eerste twee speeldagen van dit zaalseizoen. Daarmee keerde de naam Bovelander terug in de top van de lijst met Bloemendaalse doelpuntenmakers. Hij staat zelfs op de tweede plaats, achter topspits Marco Miltkau. Er is weinig voor nodig om daar een beetje melancholisch van te worden.
Toch zullen de goals van de nieuwste generatie Bovelander voorlopig niet leiden tot – ook al is het in de zaal – een nieuwe landstitel. Na de eerste vier competitiewedstrijden staat Bloemendaal in poule A stijf onderaan, met nul punten. ‘Ons doel in de zaal is vooral plezier maken. Zolang we er maar lol in hebben. En dat heb ik bij Bloemendaal absoluut.’
Wat vind jij? Praat mee...
Je moet inloggen om een reactie te kunnen plaatsen.