Geen stress bij titelhouder Rotterdam: ‘Willen plezier maken’

Regerend zaalkampioen Rotterdam wacht na vier wedstrijden in de Hoofdklasse Zaal nog altijd op de eerste zege. Toch is de laatste plaats in de poule allerminst reden tot stress of paniek. ‘Vorig jaar was het helemaal geen doel om kampioen te worden,’ relativeert Merel Boekhorst. ‘Toen misten we de play-offs zelfs bijna.’

De bijna 26-jarige aanvaller gaf zondag in Topsportcentrum Almere Poort met haar team prima partij tegen Pinoké en SCHC, maar hield daar slechts één puntje aan over. De Rotterdamse vrouwen sloten de dag af met een kleine nederlaag tegen SCHC (1-3) en hadden daarvóór bijna voor een stunt gezorgd door Pinoké te kloppen (3-3).

‘Nou, ik zou het geen stunt willen noemen’, reageert Boekhorst na het spectaculaire gelijkspel tegen de Steekneuzen. ‘Oké, we speelden weliswaar wat meer teruggetrokken om vanuit de counter toe te slaan, maar dat deden we wel heel goed. Ik vond ons gelijkwaardig aan Pinoké. Het is zuur dat we vlak voor tijd de 3-3 nog tegenkregen.’

Merel Boekhorst geeft Elin van Erk (Pinoké) het nakijken. Foto: Willem Vernes.

Boekhorst zelf kreeg in de slotseconden nog dé kans om vanuit een strafcorner de winnende goal te maken en zo de eerste zege van deze competitie te realiseren. De uitvoering van de corner ging echter de mist in. ‘Ik had een plan in mijn hoofd. Wilde de bal een beetje in mijn krul leggen om zo hard uit te halen. Maar ik had in de uitvoering te weinig tijd. Achteraf was het beter geweest de bal af te schuiven. Jammer dat het niet goed uitpakte.’

Geen torenhoge verwachtingen

En zo staat Rotterdam na vier wedstrijden onderaan in Poule A, met twee punten. De play-offs lijken ver weg, maar daar ligt bij de regerend kampioen niet de nadruk op. De verrassende titel van vorig seizoen — na een 3-1 zege op Den Bosch in een kolkend Topsportcentrum Rotterdam — schept volgens Boekhorst geen extra druk.

‘Die titel was fantastisch, maar eerlijk gezegd nooit ons doel. Dat groeide pas gaandeweg het seizoen. Het had weinig gescheeld of we hadden de play-offs niet eens gehaald. Daarom zijn we nu ook niet bezig met het per se verdedigen van die titel. Natuurlijk willen we elke wedstrijd winnen, maar hoe dat uitpakt, zien we wel. We hebben geen concrete doelstelling. Plezier maken met elkaar staat voorop.’

Merel Boekhorst in duel met Lotte Ruts van SCHC. Foto: Willem Vernes.

Collectieve kracht

In een jaar tijd is er veel veranderd bij de Rotterdamse vrouwen, benadrukt Boekhorst. ‘Van het kampioensteam van vorig jaar zijn nog maar weinig meiden over. Met deze nieuwe groep moet je opnieuw ontdekken waar je kracht ligt. Dat kost tijd. Wat vorig seizoen werkte, hoeft nu niet automatisch weer zo uit te pakken.’

Waar Rotterdam vorig jaar vaak leunde op de doelpunten van Yasmin Geerlings – zeventien in totaal, moet de ploeg dit seizoen meer van de collectieve kracht hebben. ‘Iedereen gunt elkaar alles, we zijn een hecht team. Dat merkte je dit seizoen ook in het veldseizoen. Daarom staan we nu in de Hoofdklasse waar we staan,’ zegt Boekhorst met een glimlach. ‘Keurig in het linkerrijtje’.

Zaalcoach Brian Vervoort kan dit zaalseizoen niet beschikken over speelsters als Geerlings, Mascha Sterk, Lotte de Heer en Carolin Hoffmann, die inmiddels allemaal Rotterdam hebben verlaten. Zondag ontbrak Iris Hollander nog vanwege een vakantie, terwijl Noor Omrani en Myrthe van Kesteren wel op de lijst staan maar in principe niet zullen zaalhockeyen. Daartegenover stond de terugkeer van Brechtje van Santbrink, die in december met Jong Oranje wereldkampioen werd in Chili.

Een stralende glimlach bij Merel Boekhorst na een Rotterdamse goal tegen SCHC. Foto: Willem Vernes.

‘Het is fijn om Brechtje er weer bij te hebben,’ aldus Boekhorst. ‘Zoals bij veel teams wisselt de samenstelling voortdurend. Dat maakt het lastig om snel in een flow te komen. Je bent nog helemaal niet op elkaar ingespeeld. Dat komt pas later, in de loop van januari.’

Meer betrokken bij het spel

Boekhorst zelf heeft haar vorm al snel te pakken. De aanvalster nam met drie goals de helft van de Rotterdamse productie voor haar rekening. Met haar strafcorner is ze gevaarlijk, maar ook in het veldspel drukt ze nadrukkelijk haar stempel.

‘Ik zit er met vertrouwen in, misschien zelfs meer dan op het veld,’ zegt ze. ‘De corner loopt goed en ik voel me lekker. Op het veld kan het spel soms langs je heen gaan. In de zaal ben je automatisch veel meer betrokken, je kunt je niet verstoppen. En je staat natuurlijk snel in de cirkel. Ik merk dat ik na de winterperiode altijd met een goed gevoel uit de zaal kom.’


Wat vind jij? Praat mee...