Koning voorzitter van atletencommissie: ‘Doen het goed in de hockeywereld’

De meeste nieuwsberichten waarin Josine Koning (30) opduikt, gaan over prijzen, finales en medailles. Maar sinds dit jaar komt daar iets bijzonders bij: de keepster van Oranje is nu ook co-voorzitter van de atletencommissie van sportkoepel NOC*NSF. Een rol die perfect past bij haar drang om zich in te zetten voor de belangen van de sporter.

Wie de naam van de Bossche sluitpost googelt, ziet snel hoe Koning zich de afgelopen jaren ontpopte tot een van de aanjagers van gelijke betalingen en eerlijke budgetten in de hockeywereld. Samen met oud-international Maria Verschoor streed ze voor meer transparantie en een evenwichtige verdeling van sponsorgelden tussen mannen- en vrouwenteams. Op 8 maart 2023, Internationale Vrouwendag, trok ze voor het eerst publiekelijk aan de bel. Bijna drie jaar later is Koning uitgegroeid tot een van de kartrekkers achter de roep om gelijke kansen in het hockey.

Tijdens die periode verdiepte ze zich achter de schermen in internationaal sportbestuur, via een cursus van NOC*NSF. Dat sloot perfect aan bij haar studie rechten en interesse in sportbeleid. Vanuit die cursus belandde ze een jaar geleden in de atletencommissie, het officiële orgaan dat alle Nederlandse topsporters vertegenwoordigt. Het doel: de belangen en de stem van de sporters laten horen, waarbij de commissie niet zelf beleid maakt, maar daarover adviseert.

Josine Koning viert de EHL-titel. Foto: Willem Vernes

Van medaillebonus tot integriteitscentrum 

Het afgelopen jaar richtte ze zich – geheel passend bij haar interesse en ervaring – op het inkomen van sporters. ‘De medaillebonus verdwijnt na de Winterspelen van 2026, dus we zijn druk bezig met hoe we dat opvangen, wat de mogelijkheden zijn en wat sporters ervan vinden’, vertelt Koning. Daarnaast hielp de commissie bij het opzetten van een integriteitscentrum en zet ze zich in voor een atletenvertegenwoordiging binnen elke sportbond. ‘En geloof me, er zijn er nogal wat’, lacht ze.

De lijntjes naar de KNHB zijn voor Koning natuurlijk kort. ‘Daar zijn ze net begonnen met het officieel opstellen van een atletencommissie,’ legt ze uit. ‘Zo’n commissie bestond wel, maar was na de corona-periode nauwelijks actief. Destijds zaten onder andere Lidewij Welten, Laura Nunnink en Mink van der Weerden in die groep.’

Ze merkt dat het in de praktijk bij hockey goed geregeld is: het contact tussen sporters en bond is sterk en er wordt echt geluisterd. ‘Maar het staat nog niet allemaal op papier. En dat is belangrijk, want wat gebeurt er als de mensen veranderen? Dan moet alles ook juridisch goed verankerd zijn. Daar werkt de KNHB nu hard aan’, vertelt ze. Volgens Koning is er daarnaast nóg een plek waar atleten beter vertegenwoordigd zouden moeten zijn: de HHcv, het vertegenwoordigende orgaan van de hoofdklasseclubs. ‘Ook daar worden belangrijke beslissingen genomen over hoofdklassespelers. Dan vind ik dat de sporters mee moeten kunnen praten. Het gaat tenslotte rechtstreeks over hun competitie.’

Koning: ‘Ik vind dat we het in de hockeywereld goed doen. Natuurlijk kan het altijd beter, maar we hebben geluk met de structuur, de steun van NOC*NSF, onze partners en het contact met de tophockeybestuurders bij clubs.’

Frédérique Matla en Josine Koning na de Pro League-wedstrijd tussen Nederland en Duitsland in Amsterdam. Foto: Willem Vernes

Ik was tijdens de vorige Spelen reserve en moest het hele toernooi vanaf de zijlijn volgen, zonder kans op een medaille. Dat maakt dat je goed begrijpt wat het betekent voor sporters wanneer ze net wel of net niet geselecteerd worden. Het verschil kan letterlijk tussen goud of niets zijn. Josine Koning

Er zijn nog tal van andere voorbeelden die de sluitpost de afgelopen maanden voorbij zag komen. Zoals duale carrières, selectieprocedures, onvrede van sporters of maatschappelijke kwesties, zoals het toelaten van Russische atleten bij wedstrijden. Thema’s die niet allemaal direct behandeld kunnen worden, maar zeker worden besproken. Haar gedachten gaan automatisch naar het olympisch kwalificatietoernooi van het schaatsen, afgelopen winter, waar heel Nederland getuige werd over de discussie over de zogenoemde aanwijsplekken. ‘We hebben geen concrete vragen ontvangen, maar ik voelde de emotie heel goed,’ zegt ze. ‘Ik was tijdens de vorige Spelen reserve en moest het hele toernooi vanaf de zijlijn volgen, zonder kans op een medaille. Dat maakt dat je goed begrijpt wat het betekent voor sporters wanneer ze net wel of net niet geselecteerd worden. Het verschil kan letterlijk tussen goud of niets zijn. Het heeft me echt doen beseffen hoe belangrijk het is dat sporters gehoord worden bij zulke beslissingen. In de schaatswereld is nu één iemand de dupe.’

Voorzitter samen met een bridger 

Toen bleek dat voorzitter Inge Janssen (oud-roeister) opstapte, stapte Koning niet direct in het gat. ‘Ik vond andere commissieleden een stuk meer ervaren dan ik. Ik vond het eigenlijk te vroeg komen’, legt ze uit. Maar bij nader inzien besloot ze zichzelf uit te dagen. ‘Er wordt vaker gezegd dat vrouwen vaak geneigd zijn om te zeggen van: ik kan dit niet en ik heb de kwaliteit niet. Dus toen dacht ik: ik ga het doen.’ Ze deelt de rol met Tim Verbeek (bridge), ook hij is nog een actief sporter. ‘Een sport die totaal niet te vergelijken is. Dat maakt het zo leuk. Het is klein en niet olympisch. Ik ben er vooral vanwege mijn olympische ervaring en juridische kennis.’

Ik ben nu meer in the room where it happens. Ik zit aan de tafel en ben aanwezig bij belangrijke gesprekken. Kan zo aan de voorkant mijn mening al geven. Josine Koning

De vrijwillige rol past haar als gegoten. Ontstaan door dat ene bericht op haar social media, bijna drie jaar geleden. ‘Dat was absoluut het startschot. Ik kreeg een vloedgolf aan vragen, reacties en aandacht. Dat is goed, want er ontstond beweging’, vertelt ze. Clubs keken kritischer naar de salariëring en de hockeybond experimenteerde met verschillende aanvangstijden, zodat het dameshockey niet langer een standaard voorprogramma was voor de mannen. Ze kijkt tevreden terug op die periode, maar weet dat er nog voldoende werk te verrichten is. Maar dat doet ze wel op een andere manier. ‘Mijn huidige rol past me beter. Wat meer op de achtergrond, maar wel directe vragen kunnen stellen aan mensen die ook daadwerkelijk het beleid maken. Ik ben nu meer in the room where it happens. Ik zit aan de tafel en ben aanwezig bij belangrijke gesprekken. Kan zo aan de voorkant mijn mening al geven.’ 

Maria Verschoor en Josine Koning na hun online statement, bijna drie jaar geleden. Foto: Bart Scheulderman

Op het veld en daarbuiten scherp 

Dat ze een bovengemiddelde interesse heeft in beleidszaken, is iets wat haar teamgenoten ook niet ontgaan is. Koning moet lachen. ‘Toen ik als negentienjarige gup voor het eerst bij de groep aansloot, had ik ook geen flauw idee hoe het allemaal werkte. Mijn vader hielp me gelukkig. Nu probeer ik mijn teamgenoten niet alleen te wijzen op dingen, maar ook uit te leggen hoe het werkt.’

Zoals afgelopen december, toen de Oranje-selectie een mail ontving over het stipendium, de beurs voor topsporters. ‘Ik kan me voorstellen dat ze die mail door de feestdagen compleet over het hoofd gezien hebben. Wat erin stond? Er is een klein soort technische verandering in de beurs, waarbij de bijverdiengrens gewijzigd is’, ze begint te lachen. ‘Ik ben het meteen gaan uitzoeken. Ik heb mijn teamgenoten verteld dat de grens wat verhoogd is en dat dat dus voor wat meer ruimte kan zorgen.’


1 Reactie

  1. Sjang Fijen

    Met jouw staat van dienst, ervaring en instelling Josine verbaast mij deze mooie aanstelling niet. Afgestuurd en praktizerend als jurist met een ennorme kennis en ervaring bij hockey op het hoogste nivo is naar mijn inzicht en gevoel deze benoeming alleszins gerechtvaardigd. Veel succes met je nieuw uitdaging. We horen en zien je wel. Vette groet van................Sjang


Wat vind jij? Praat mee...