Hij had er heel lang op gewacht. Vijf maanden speelde Jip Janssen geen enkele wedstrijd door een slepende knieblessure. Niet voor Kampong, niet voor Oranje. Zondag in de 5-3 nederlaag tegen Bloemendaal maakte de international zijn rentree. Dat viel iedereen op, al was er geen hoofdrol voor hem weggelegd.
Het was een prachtig gezicht, zo’n twintig minuten na de kraker op De Klapperboom. Janssen moest van zijn hersteltrainer ‘ik mag hem geen fysio noemen’ nog wat baantjes trekken op het veld. Volume opbouwen. Belast worden met langere loopstukken achter elkaar.
Na het afsluitende kringetje ging Janssen in een hoek van het veld staan, om met die sprintjes te beginnen. Maar ondertussen werd-ie omsingeld door een horde kinderen. Die kwamen natuurlijk voor een selfie of een handtekening. Wisten uiteraard niets van een extra training na de wedstrijd. Ze waren dus verbaasd dat Janssen weer wegholde. En vlogen daarna allemaal als een speer achter de cornerspecialist aan.
Janssen en een deel van zijn meelopende fans. Daarachter hersteltrainer Bouke. Foto: Bart Scheulderman
Een halve wedstrijd, een gek gevoel
Met een lint van zeker tien kinderen achter zich aan deed de verdediger lachend zijn loopoefeningen. Het benadrukte nog maar eens de status van Janssen, die een van de populairste spelers van de Hoofdklasse is geworden. ‘Leuk dat ik nog wat extra support kreeg tijdens het lopen’, grijnst Janssen, die alleen in de eerste twee kwarten speelde.
‘Ik mocht vier keer vijf minuten meedoen. Die hebben we verdeeld over de eerste helft van de wedstrijd. Dat was beter dan ieder kwart een klein beetje. Dan wordt mijn knie weer te snel stijf. Dat is nu nog wat extra loopwerk doe, is om de belasting weer wat op te bouwen. In de wedstrijd maak je steeds kortere en afwijkende bewegingen. Dit was alleen rechtdoor, achter elkaar.’ Het was vooraf dus al het plan dat Janssen zijn wedstrijd – ongeacht de score – er na een half uur op zou zitten. ‘Dat geeft een heel gek gevoel. Had ik nog nooit meegemaakt.’
Zondag vond-ie het helemaal prima. Janssen was maar al te blij dat hij weer mee kon doen. Dat was namelijk een tijdje geleden. 26 oktober, thuis tegen Hurley. Dat was de laatste keer dat hij een officiële wedstrijd speelde. ‘Eigenlijk maakte het me vandaag geen reet uit hoe ik zou spelen. Al pushte ik twintig ballen naast, ik wilde gewoon genieten. Qua podium kon ik me geen mooiere rentree wensen.’
Terug op de kop: Jip Janssen. Foto: Bart Scheulderman
Rivaal en lievelingstegenstander
Om zijn woorden kracht bij te zetten, kijkt hij even naar het nog steeds bomvolle, zonnige terras van Kampong. ‘Hier thuis, tegen mijn lievelingstegenstander. Inderdaad, onze grootste rivaal van de afgelopen jaren. Maar ook – denk ik – de ploeg met de beste cornerverdediging van Nederland.’ Hij schiet in de lach. ‘Ik was zenuwachtig, man!’, klinkt het oprecht. ‘Dat krijg je als je een half jaar hebt gewacht. Ik krijg het dan warmer en voel het in mijn buik. Echt een gevoel van spanning, wat ook weer wat moois heeft. Dat was vooral vooraf. Toen ik het veld opliep, was dat wel klaar.’
Die pauze kwam dus door zijn knie. ‘Een pees daarin was overbelast. Kon niet veel meer aan. Ik heb te veel herhalende bewegingen gemaakt, zoals corners pushen. Dat merkte ik al een beetje in het jaar na de Olympische Spelen. Achteraf had ik misschien afgelopen zomer niet het EK moeten spelen. Toen had ik al pijn.’
‘Maar het vervelende van die blessure is dat het erin sluipt. Iedere dag wordt het een heel klein beetje erger. Eigenlijk zonder dat je het merkt. In oktober ging het niet meer. Ik hinkelde over het veld. Ik wist dat ik rust moest nemen, ver voor het WK.’
Een bekend beeld de afgelopen maanden: een toekijkende Jip Janssen. Foto: Rob Römer
Geen Kaapstad, maar Amsterdam
Alles bij elkaar miste hij acht competitiewedstrijden bij Kampong en de Oranje-trips naar Argentinië, Zuid-Afrika en Spanje. Er ging een streep door een prachtige winter. ‘Dat was heel jammer. Het meest baalde ik van de stage in Zuid-Afrika. Daar stond niet het hockeyen, maar de ploeg voorop.’ Toevallig een onderwerp dat ook voorbijkomt in de podcast die Janssen sinds een paar weken heeft met teamgenoot Terrance Pieters. In ‘Helemaal goed joh’ vertellen de twee over hun leven als topsporter.
‘Haha klopt, daar hebben we het laatst over gehad. Op zo’n trip gaat het om de teamdynamiek. Doe je ook leuke dingen buiten het hockey. Maar werk je ook het snot voor de ogen. Je maakt daar mooie verhalen met elkaar.’
Terwijl Oranje in Kaapstad en Stellenbosch steeds hechter werd, zat Janssen dus gewoon in Amsterdam. ‘Ik was vooral met hem’, zegt de verdediger, wijzend op zijn hersteltrainer, die vrolijk zwaait vanaf de zijlijn. ‘Hij heet Bouke trouwens. We hebben veel getraind. Iedere dag. Eerst alleen krachttraining, daarna ging het steeds meer richting hockeyen. Ik vind dat-ie met de dag aardiger wordt. Dat komt misschien ook omdat ik steeds meer mag doen.’
Jip Janssen speelde na het EK niet meer voor Oranje. Foto: Willem Vernes
Geen rol als verlosser
Natuurlijk werd zijn wereld anders. Beperkter. Meer op zichzelf gericht. ‘Ik voelde mij geen teamsporter, maar meer individuele sporter. Je hele levensstijl, elk procentje, is nog belangrijker dan eerst. Dat was even schakelen. Er is geen teamgenoot die iets voor je oplost. Alles wat je doet, is voor je eigen winst of verlies.’
De cirkel was kogeltje rond geweest als Janssen zondag had gedaan wat hij al zo vaak deed voor Kampong. Als hij weer eens was opgestaan als superman. De verlosser met de sleepcorner. Juist op de lastige momenten. Maar helaas voor het verhaal, zo’n rol was tegen Bloemendaal niet voor Janssen weggelegd.
Hij mocht drie keer pushen vanaf de kop. Drie keer lag de defensie van Bloemendaal in de weg. Het waren niet de enige pogingen die Kampong om zeep hielp. Ze kregen misschien wel twee keer zoveel kansen als de bezoekers, maar verloren wel met 5-3.
Het is nu echt klaar. Wij horen eigenlijk in de play-offs thuis. Maar niet op deze manier Jip Janssen
‘We hadden deze wedstrijd gewoon moeten winnen’, klinkt het serieus. ‘We mogen boos en kritisch zijn.’ Ligt het dan aan het scorend vermogen of aan het gegeven dat Kampong te makkelijk goals incasseert? ‘Beide, denk ik’, zegt Janssen. ‘Als je kijkt naar ons aantal tegengoals (38), dan verdien je het ook niet om in de play-offs staan.’
Want met een achterstand van tien punten – met nog zes duels te spelen – rekent Janssen daar niet meer op. ‘Het is nu echt klaar. Wij horen daar eigenlijk in thuis. Maar niet op deze manier.’
Wat vind jij? Praat mee...
Je moet inloggen om een reactie te kunnen plaatsen.