Tom Bijen: ‘De handtekening van mijn broer kan ik al namaken’

Ze zijn niet zichtbaar, maar ze zijn er altijd. In voor- en tegenspoed. Voor de troostende woorden of juist om samen successen te vieren. Richting de Olympische Spelen geven wij het woord aan de achterban. De vrienden en familieleden van de Oranje-spelers. In aflevering 1: de monoloog van Tom Bijen, de tweelingbroer van Koen Bijen.

‘Twee uur. Zoveel schelen we van elkaar. Koen is de jongste. Daardoor mag ik altijd broertje tegen hem zeggen. En ben ik zijn grote broer, die echt niet veel groter is. We leken vroeger minder op elkaar dan nu. Mijn moeder zegt dat ik vroeger een bollere kop had. Inmiddels is dat een beetje bijgetrokken. Je moet echt heel erg goed kijken om de verschillen te ontdekken. Ik heb een moedervlekje in mijn gezicht. Daaraan zou je het kunnen zien.’

‘Natuurlijk hebben we daar weleens grappen mee uitgehaald. Vorig jaar heb ik op 1 april voor de gein meegedaan met de training van Koen zijn club, Den Bosch. Het duurde wel even voordat de coach het doorhad. Zo gaat het al jaren. Niemand kan ons uit elkaar houden. Ook fans niet. Ik zeg het er altijd bij, wanneer supporters denken dat ik Koen ben. Maar soms geloven ze het niet. Bij de afgelopen Pro League probeerde ik het nog uit te leggen aan twee Engelse fans. Ze dachten dat ik een grapje maakten. Toen wilden ze alsnog op de foto. Koens initialen, een krabbeltje en nummer 22. Die handtekening kan ik inmiddels wel namaken.’

Koen (links) en Tom Bijen als toeschouwers op het WK 2014. Foto: Willem Vernes

Golfballetjes vanaf het dak schieten

‘Als tweeling ben je tot elkaar veroordeeld. In ons geval absoluut in de positieve zin van het woord. We hebben twee oudere zussen, Femke en Merel. Thuis trokken wij altijd naar elkaar toe. Als ik zo terugdenk was het prachtig en uniek. Je hebt altijd iemand met wie je kunt spelen. Iemand voor wie je niet de deur uit hoeft. Met wie je samen stomme spelletjes kunt verzinnen, als je je verveelt. Zo stonden we een keer – natuurlijk toen onze ouders er niet waren – op het dak van het huis in Voorburg. Probeerden we vanaf die plek golfballetjes in vuilnisbakken te schieten. Bijna alles wat we deden was een wedstrijdje. Man, wat waren we competitief. Van Koen winnen was nooit makkelijk, zal het ook nooit zijn. Het begon al op de basisschool. Dan ging het erom wie als eerste thuis de deur aantikte. Later maakten we elkaar af op de PlayStation, bij FIFA. Koen wilde altijd Bayern München zijn. Omdat hij zo’n fan is van Arjen Robben.’

‘Soms gooiden we wat meubels aan de kant en pakten we een klein stickje en een zachtere bal. Moest Koen eerst een parcours afleggen en daarna op mij een shoot-out nemen. Ik was de keeper, de bank was het doel. Ook nu we allebei al een tijdje niet meer thuis wonen, zoeken we elkaar op voor spelletjes. Zo darten we vaak. Op afstand. Dan zetten we thuis allebei Facetime aan, zodat we elkaars score live kunnen zien. Koen was vroeger mijn beste vriend. En dat is-ie nog steeds.’

Tom Bijen in zijn ouderlijk hun met de familie-albums op tafel. Foto: Willem Vernes

De profvoetbaldroom bij Excelsior

‘Ons leven was tot onze pubertijd vrijwel hetzelfde. We zaten niet in dezelfde klas, wel op dezelfde scholen. Voetbalden allebei drie jaar in de jeugdopleiding van Excelsior. Koen was beter dan ik. Trainde ooit mee met de jeugd van Ajax en Feyenoord. Daarom was het voor hem een grote klap dat hij op zijn dertiende niet goed genoeg werd bevonden. Daar heeft-ie voor het eerst te maken gekregen met de harde topsportwereld. Hij moest weg bij Excelsior. Onterecht, vind ik nog steeds. Aan de andere kant: als hij door was gegaan als voetballer, had hij nu niet op de Spelen gestaan. Maar op dat moment was er veel teleurstelling. Zijn droom – onze droom – om samen profvoetballer te worden, was kapot. Ook ik ben dat jaar afgevallen. Ze vonden ons allebei te klein.’

‘Ik ben blijven voetballen, op een lager niveau. Koen ging hockeyen. Onze moeder speelde vroeger bij HDM en onze zussen liepen daar ook rond. Hij kwam daar meteen in de C1, als linksachter. De slechtste van het team, al had hij toen al wel spelinzicht. Het is knap hoe hij daar zo snel zijn draai heeft gevonden, tussen allemaal gasten die al vijf jaar of langer hockeyden. Hij veranderde een beetje. Ging wat bekakter praten, haha. Zei achter elke zin ‘ouwe’ of ‘gozerrr’. Ik ben wat Haagser en directer. Daar plaagden we elkaar mee. Hij kwam in Heren 1, maar toen ze naar de Hoofdklasse gingen, was er geen plek meer voor Koen. Ze kozen voor een jongen die nu niet eens meer hockeyt. Dat gebeurde heel laat, vlak voor de start van de competitie. Dat het daar misging, deed nog meer pijn dan het afvallen bij Excelsior.’

Beide Bijens na de Pro League-winst in 2023. Foto: Willem Vernes

Tranen van een doorbraak

‘Ik vind het heel mooi dat hij zich via een omweg alsnog naar de top heeft geknokt. Hij ging naar onze rivaal in Den Haag, Klein Zwitserland in de Promotieklasse. Daar geloofden ze wel in hem, haalde hij ook Jong Oranje. Via Den Bosch kwam hij bij Oranje. Een doel dat hij als klein mannetje bij HDM al voor ogen had. Hij had het vroeger ook op zijn slaapkamerdeur hangen. In 2024 wilde hij op de Spelen staan in Parijs. Dat doel is hij nooit uit het oog verloren. Hij begon er ook steeds meer voor te leven. Was steeds vaker de Bob als we gingen stappen.’

‘Hij belde mij als eerste toen hij was geselecteerd voor de Spelen. Natuurlijk was hij heel blij. Maar hij was minder emotioneel dan anderhalf jaar geleden, toen hij het WK mocht spelen. Zijn eerste internationale toernooi. Dat voelde als een doorbraak, was hij echt in tranen. Natuurlijk was het nu niet vanzelfsprekend dat hij erbij zat. Maar hij had wel het vertrouwen. Was het meer opluchting dan verbazing.’

Het mini-museum van de familie Bijen. Foto: Willem Vernes

Het mini-museum en kleine bijrol van Tom

‘Op de bovenste verdieping van ons huis staan sportprijzen van Koen. En van de rest van de familie, al zijn dat er niet zo veel. Een soort mini-museum. Met ingelijste shirts en prijzen. Zoals de man-of-the-match-award die hij kreeg op het WK in India. Helaas wel zonder glasplaat, die is bij het ophangen gesneuveld. Het shirt met 2027 erop, dat hij van Den Bosch kreeg bij zijn contractverlenging. En een mooi kartonnen knutselwerk van een fan.’

‘Het mooiste vind ik de foto waarop wij samen staan (de hoofdafbeelding van dit artikel, red.) na de gewonnen EK-finale vorig jaar, in Mönchengladbach. Daarvoor hadden we elkaar lang geknuffeld. Die hug duurde wel een minuut. Als ik naar dat beeld kijk, kan ik alleen maar heel trots zijn. Hij heeft het gewoon voor elkaar gekregen. Niet op de standaardmanier. Maar via het voetbalveld en die tegenslag bij HDM is Koen er toch gekomen. Hij is een doorzetter. Is-ie altijd geweest.’

‘Het is megabijzonder om Koen zijn olympische droom mee te maken. En er zelf ook nog een rolletje in te spelen. Tijdens de Olympische Spelen ben ik commentator voor Eurosport. Tot en met de kwartfinale doe ik verslag van Koen z’n wedstrijden. Als ze de halve finale halen, reis ik de familie achterna naar Parijs. De tickets zijn allang geregeld. Natuurlijk moet ik erbij zijn als mijn broertje daar een medaille kan pakken.’

Foto: Willem Vernes


3 Reacties

  1. merelb

    De knokpartijen daar gelaten, als er weer iemand vals had gespeeld of verloren

  2. edwin-smolders

    Twee gouden jongens

  3. edwardvos

    De afwijzing bij hdm is, achteraf, misschien wel het beste wat Koen is overkomen. Toppers zijn jullie allebei!


Wat vind jij? Praat mee...