Van Driel maakt plaats voor ‘ander type’: ‘Afgewezen worden doet pijn’

Ze liggen op koers om de play-offs te halen. Wonnen zondag ook de eerste wedstrijd na de winterstop van recordkampioen Bloemendaal (2-1). Toch weten de mannen van Rotterdam nu al dat ze na dit seizoen afscheid nemen van coach Erik van Driel. De club gaat op zoek naar een ander type trainer. ‘Daar kan ik niet zoveel mee. Maar ik begrijp het wel.’ 

‘De kans is 99 procent dat ik volgend seizoen nergens coach.’

Hij zegt het niet uit boosheid. Of rancune. Maar juist omdat hij in de afgelopen maanden heeft nagedacht over de toekomst. Erik van Driel is zondag rustig als hij ingaat op zijn aangekondigde vertrek bij Rotterdam, waar hij pas anderhalf jaar coacht. In de winter werd bekend dat hij aan zijn laatste maanden bezig is als eindverantwoordelijke bij de titelkandidaat. 

Rotterdam meldde begin januari in een persbericht dat de club ‘voor de volgende fase op zoek is naar een ander type coach.’ Een boodschap die op dat moment hard aankwam bij de coach, die twee seizoenen terug overkwam van HDM. ‘Het is nooit leuk om te horen dat je gepasseerd wordt’, reageert Van Driel, leunend op de balustrade van het balkon van Bloemendaal. 

Van Driel won zondag met Rotterdam met 2-1 bij Bloemendaal. Foto: Koen Suyk

‘Rot maar op, denk je dan’

‘Ik ben er twee dagen door van slag geweest. Had dit nog nooit meegemaakt als coach. Het doet pijn als je zo afgewezen wordt. Je ego is dan gekrenkt. Dan ben je niet te genieten, vind je iedereen een eikel.’ Hij lacht. ‘Ik kan er mooiere woorden voor verzinnen. Maar zo is het wel. Rot maar op, denk je dan. Maar als je dat tien keer zegt, wordt alles normaler en zachter. Dan kom je weer tot elkaar, kun je verder en vind je het plezier terug.’

Van Driel draait al jaren mee in de hockeywereld. Hij was twaalf jaar coach bij de dames en de heren van HDM en jeugd-bondscoach bij Jong Oranje. Gold lange tijd als de kroonprins van het trainersgilde, na vele successen in Den Haag. Zijn stap hogerop naar Rotterdam was in de zomer van 2024 ook geen verrassing.

Hij kreeg goud in handen. Letterlijk en figuurlijk. Zijn ploeg, het jaar daarvoor verliezend finalist, leverde vijf spelers aan de winnende Oranje-selectie van Parijs. Rotterdam barstte van het talent en was een regelrechte kanshebber voor de kampioensschaal. Maar in de eerste maanden onder de nieuwe coach draaide de topploeg uiterst stroef.

Van Driel met Hertzberger. Foto: Willem Vernes

Gevolg: Rotterdam liep een achterstand op die na de winter niet meer werd goedgemaakt. De play-offs werden gemist, de derde plek op de EHL viel ook tegen. Het laatste jaar van clubicoon Jeroen Hertzberger werd daardoor een sof. Van Driel lag onder een vergrootglas, maar bleef aan. De kritiek verstomde na een goede seizoensstart – met dertien punten uit de eerste vijf duels -, maar door nederlagen tegen Kampong en Pinoké ging Rotterdam toch met een zuur gevoel de winterstop in. 

Het deukje als onderdeel van de optelsom

‘Ach, ik weet ook hoe het werkt’, klinkt het geroutineerd en berustend. ‘Het eerste jaar was moeilijk, ook omdat je aan elkaar moet wennen. En het einde van de eerste seizoenshelft was matig. Als er nooit een smetje is geweest, heeft een deukje – die laatste twee wedstrijden – minder invloed. Nu wordt zoiets een optelsom. Wat minder goed gaat, wordt uitvergroot. Ook als je er nog steeds goed voorstaat. Je kunt er heel veel van vinden. Maar zo loopt het wel in de topsport.’

‘Ik had zelf ook bepaalde dingen anders of beter kunnen doen’, weegt Van Driel zijn woorden. ‘Wat ik bedoel? Dat houd ik voor mezelf.’

Rotterdam kwam er dus na anderhalf jaar achter dat ze een ander type zochten dan Van Driel. ‘Dat kan’, stelt de coach. ‘Dat vind ik niet oneerlijk. Maar ik ga me ook niet anders voordoen dan ik ben. Ze weten wie ik ben en waar mijn kwaliteiten liggen. Daar hebben we het twee jaar geleden goed met elkaar over gehad. De club wil na dit seizoen een ander soort coach. Daar kan ik niet zoveel mee. Maar ik begrijp het wel.’

Je kan soms een ander willen. Dat mag. Sommige mannen willen ook een andere vrouw, om later te beseffen hoe leuk de ene vrouw was Erik van Driel

 

Het ideaalplaatje van Rotterdam is meer extraverte en dwingende coach. Eentje die bij wijze van spreken met de brandslag achter spelers aanzit. De club ziet het succes daarvan bij de dames, waar Jorge Nolte met die stijl het heel goed doet. ‘Ik geloof meer in eigenaarschap en ontwikkeling. Verantwoordelijkheid pakken, waardoor je wil (en hoopt) dat iemand het uit zichzelf beter gaat doen.’

‘Maar ja, dat wisten ze van tevoren.’

Droogjes: ‘Je kan soms een ander willen. Dat mag. Sommige mannen willen ook een andere vrouw, om later te beseffen hoe leuk de ene vrouw was.’ 

Van Driel tijdens de eerste seizoenshelft. Foto: Bart Scheulderman

Rotterdam is nog vol in de race voor de play-offs. Na dertien duels staat de kampioen van 2013 op plek drie en hebben ze hun lot nog helemaal in eigen hand. ‘Heerlijk toch? Dat vind ik alleen maar heel mooi. Het gaat mij er niet om het tegendeel te bewijzen. Ik wil dolgraag kampioen worden, maar niet voor mijn eigen eer en ego. Dat je dan in een mooi rijtje met coaches terechtkomt, dat boeit mij niet. Ik doe dit omdat ik het waanzinnig leuk vind om een talentvolle en ambitieuze groep beter te maken, als mens en als speler. Om met elkaar ver te komen. Daar geniet ik van. Van dat gevoel.’

Hij hoopt natuurlijk dat Rotterdam tot de laatste dag meedoet om de titel, waar de hofleverancier van Oranje zo naar snakt. ‘En daarna is het waarschijnlijk even klaar voor mij als hoofdcoach’, zegt Van Driel. ‘Ja, dat is gek. Maar het is ook een gedachte waar ik al eventjes mee rondloop. Ik wist dat ik ‘in een van de komende jaren’ een break wilde nemen. Om mij te bezinnen op mijn carrière.’

Van topcoach naar wereldverbeteraar

‘Ik vind dit heel leuk, ondanks het nieuws dat ik in de winter kreeg. Maar ik zie mezelf dit niet nog twintig jaar doen. Ik wil later niet in mijn kist liggen en dan denken: ik ben te lang hockeycoach geweest. Ik ben nieuwsgierig naar wat een nieuw pad mij kan brengen. Ik ben 47, gezond en mijn kinderen studeren nog niet.’ Met een knipoog: ‘Het zijn nu dus nog goedkope jaren.’ 

Hij heeft nog geen vastomlijnde plannen. Wel een ideaalbeeld. ‘Ik ben ook een idealist. Wil graag de wereld ook een beetje beter maken. Zo loop ik vaak met een prikker door mijn buurt om afval te ruimen. Ik zou er op grotere schaal wel voor willen zorgen dat er minder troep op straat is. En dat je met dat materiaal weer iets moois kan maken.’

Met een grijns: ‘Van Driel Steriel, dat lijkt me een mooie naam.Weer eens wat anders dan weer een jaar in de Hoofdklasse.’


Wat vind jij? Praat mee...