In Nederland speelde hij op een bescheiden niveau, bij IJsseloever Heren 1 en Kampong Heren 2, maar de Olympische Spelen van 2028 in Los Angeles komen voor Jasper Pouw (20) steeds dichterbij. Zijn dubbele nationaliteit – Nederlands én Amerikaans – opent deuren die voor veel andere hockeyers gesloten blijven. ‘Het idee om ooit op de Olympische Spelen te staan, houdt me al bezig sinds mijn veertiende.’
Vorig seizoen speelde hij nog in de Overgangsklasse, maar eerder deze maand stond Pouw ineens op het wereldpodium: hij speelde met het Amerikaanse nationale team de WK-kwalificatie, in Egypte. Het was zijn eerste officiële toernooi met de Amerikaanse A-ploeg, maar na de groepswedstrijden tegen Egypte (1-3) en Japan (0-4) zat het avontuur er al op. En niet eens vanwege de uitslagen op het veld.
‘Door de situatie in het Midden-Oosten adviseerde de Amerikaanse overheid haar burgers om landen in en rond de conflictgebieden te verlaten’, vertelt hij. ‘Egypte viel daar ook onder. Echt zuur, want uitgerekend de wedstrijd tegen Engeland, een prachtige tegenstander om tegen te spelen, ging daardoor niet door.’ Een schrale troost: door de twee nederlagen was Amerika toch al uitgeschakeld voor een WK-ticket.
Jasper Pouw (rechts) zingt het Amerikaans volkslied. Foto: WorldSportPics/Frank Uijlenbroek
Op zijn zestiende verhuisde hij van Amerika naar Brussel, zonder zijn ouders
Het pad dat Pouw tot nu toe heeft afgelegd, blijft opmerkelijk. Zijn vader komt uit Nederland, zijn moeder uit de Verenigde Staten, maar hij zelf werd in België geboren. Toen hij zeven was, pakte het gezin de koffers en vertrok naar de Verenigde Staten, waar zijn ouders een baan hadden gevonden. Hij belandde in Los Angeles, op een steenworp afstand van het enige hockeyveld in de hele regio, van San Diego tot het 800 kilometer noordelijker gelegen San Francisco. ‘Samen met een vriend stond ik vaak op het voetbalveld. Totdat hij me vroeg een keertje mee te gaan naar hockey. Ik had geen idee wat het was, maar binnen de kortste keren vond ik het een geweldige sport.’
Hij begon met hockeyen toen hij elf was. Binnen tweeënhalf jaar stond hij al op de radar van de Amerikaanse hockeybond: hij werd geselecteerd voor het nationale Onder 16-team. ‘Het ging allemaal veel sneller dan ik had verwacht.’
Precies in die periode diende zich een bijzondere kans aan: Los Angeles kreeg de Olympische Spelen van 2028 toegewezen. Als gastland was Amerika vrijwel automatisch geplaatst. ‘Op mijn veertiende wees mijn coach me erop dat de Spelen acht jaar later in Amerika zouden zijn. Vanaf dat moment begon de droom te leven. Ik wist dat als ik hard genoeg werkte, ik een kans had om de Spelen te halen.’
Veel van zijn hockeyvrienden waren op dat moment beter dan hij, herinnert hij zich. Het grootste talent had hij misschien niet, maar wel de wil – en de (financiële) mogelijkheden – om in zichzelf te investeren. Zomer na zomer reisde hij naar België en Nederland, om zoveel mogelijk hockeykampen te volgen. Op zijn zestiende zette hij nog een stap extra: hij verhuisde naar Brussel, waar hij bij vrienden van zijn ouders introk. Daar sloot hij aan bij hockeyclub Orée. Hij begon bescheiden: niet bij Onder 19-1, maar bij Onder 19-2. ‘Er waren Heren 1-teams die me wilden hebben, maar ik besloot daar bewust niet voor te kiezen. Ik was nog jong, klein van postuur en had nog weinig wedstrijdervaring.’
Jasper Pouw (rechts) op de WK-kwalificatie in Egypte. Foto: WorldSportPics/Frank Uijlenbroek
Ik heb meteen m’n ouders gebeld. Zo van: holy shit, ik mag mee naar Egypte. Jasper Pouw
Hiermee ging zijn indrukwekkende Europese hockeyreis van start. Binnen een jaar maakte hij de overstap naar Oranje-Rood, waar hij zich bij Onder 18-1 voegde. ‘Net voor het slot van het seizoen brak ik mijn sleutelbeen, waardoor de selectietrainingen aan mijn neus voorbijgingen.’ Hij kwam bij Kampong Heren 2 terecht, waarna hij het seizoen daarop alsnog de sprong naar een Heren 1-team maakte: bij IJsseloever, in de Overgangsklasse. Het waren gekke jaren: de ene week speelde hij tegen pak ‘m beet Houten of Rijswijk, het andere moment stapte hij op het vliegtuig naar Asuncion in Paraguay voor de Junior Pan American Games.
Ook bij IJsseloever bleef zijn bijdrage beperkt tot slechts één seizoen. Op verzoek van de bondscoach keerde hij afgelopen augustus terug naar de Verenigde Staten. ‘In eerste instantie draaide ik in het A-team vooral mee als trainingsspeler’, zegt hij. ‘Maar door blessures van andere spelers mocht ik begin van dit jaar al mee naar het vierlandentoernooi in Spanje.’ Daar wist hij indruk te maken op de bondscoach. ‘Kort daarop hoorde ik dat ik geselecteerd was voor de WK-kwalificatie in Egypte. Ik heb meteen m’n ouders gebeld. Zo van: holy shit, ik mag mee naar Egypte.’
Het was weer een nieuwe stap in zijn bijzondere hockeyavontuur. Het WK in Amsterdam en Waver (15-30 augustus) mag dan wel aan zijn neus voorbij gaan, maar de Olympische Spelen in Los Angeles zijn voor hem weer een stap dichterbij. ‘Als ik voor de Spelen word geselecteerd, dan is het een droom die werkelijkheid wordt. Alle moeite en investeringen van de afgelopen jaren zijn het dan dubbel en dwars waard geweest.’
Wat vind jij? Praat mee...
Je moet inloggen om een reactie te kunnen plaatsen.