Tegenwoordig zijn ze bondscoaches. Zijn ze verantwoordelijk voor de Oranje Dames en Heren, zoals afgelopen zomer op het EK. Maar de geschiedenis tussen Raoul Ehren en Jeroen Delmee (allebei 52 jaar) gaat veel verder terug. Eind jaren negentig waren ze teamgenoten bij Den Bosch. We gaan samen met hen terug in de tijd. ‘Dit was mijn mooiste tijd als clubspeler.’
‘Jij bent hier geen erelid, toch?’
Met gespeelde nieuwsgierigheid neemt Ehren zijn oude teamgenoot op de hak in het clubhuis van Den Bosch. De twee bondscoaches zijn dan nog geen vijf minuten binnen. Vers terug van hun trips naar Argentinië, de jetlag nog in de benen. Daar sliepen ze allebei een paar dagen voor dit interview nog op de tiende verdieping van hun hotel in Santiago del Estero. Weer een plek waar hun wegen elkaar kruisten, zoals zo vaak in de afgelopen veertig jaar.
Een geschiedenis die begint bij ‘rayon Den Bosch’, rond 1986. Zo heette de groep van talenten die verzameld waren rondom de Brabantse hoofdstad. Jongens van een jaar of dertien, veertien. ‘Daar kwam ik Jeroen voor het eerst tegen’, vertelt Ehren, die overigens wél erelid is bij Den Bosch. ‘Ik speelde hier toen al. Hij kwam van MEP, zoals veel jongens uit die tijd. Je kon toen al zien dat hij boven de rest uitsteeg. Goede techniek, heel veel overzicht. Die mannetjes uit Boxtel maakten de dienst uit. Ik was toen de enige uit de stad.’
Foto: Frank Reelick
Delmee: ‘Toen was je al een lange slungel. Heel nuttig en sober. Een heel goede verdediger, die laag zat. Eentje waar je lastig voorbij kwam. In de zaal was je juist heel goed als aanvaller. Scoorde je best veel, toch?’
Ehren: ‘Ik werd weleens gevraagd voor een extra zaaltraining van de MEP-jongens. Dan had de vader van Jeroen in de kerstvakantie een zaaltje geregeld en werd ik ook uitgenodigd. Werd ik door mijn vader naar Boxtel gebracht. Zo leerden we elkaar snel kennen. Later reden we met elkaar mee naar de districtstraining van Zuid-Nederland. Ik maakte nooit de stap naar de Nederlandse jeugd. Jeroen natuurlijk wel.’
Het team met vier bondscoaches
In het verlaten onderkomen van Den Bosch liggen hun herinneringen voor het oprapen. In opdracht van de fotograaf gaan ze staan bij de hall of fame in de gang tussen entree en het veld. Op de wand zitten tientallen foto’s geplakt. ‘Even kijken, wij zitten hier ook tussen’, weet Delmee. Binnen een paar seconden heeft hij een oude foto te pakken. ‘Die heb ik ook thuis. Ligt in een grote houten kist op zolder. Wel in een lijstje hoor.’
Ze kijken samen aandachtig naar de foto, gemaakt na het kampioenschap van 1998. De eerste titel van Den Bosch. En ook hun eerste prijs. ‘Een team dat zelfs vier bondscoaches heeft voorgebracht. Want Sjoerd Marijne en Marc Lammers waren hier ook bij. Het had zelfs nog iets mooier kunnen zijn, als Eric Verboom een jaar langer was gebleven. Want hij hockeyde een seizoen eerder ook nog bij ons.’
De foto op de Bossche wand. Tweede rij, in het midden Raoul Ehren. Bovenste rij tweede van rechts, Jeroen Delmee.
De Delmee-tegel, die nooit werd gelegd
Ehren: ‘Kijk. Ook nog een foto van de Europa Cup II. Die wonnen we een paar dagen later. Jammer dat hier nu een snoepautomaat tegen de muur staat. Want daarachter zit volgens mij de legenda wie op welke foto staat.’
Ehren staart naar de grond, waar de vormen van de handen van een aantal Bossche heldinnen uit het verleden in de grond zijn afgebeeld. ‘Die hadden ze van jou toch ook, Jeroen?’ Delmee moet een beetje grinniken. ‘Inmiddels is dat geen gevoelig punt meer. Dus kunnen we het er wel over hebben. Maar het klopt wat je zegt. We hebben ook zo’n tegel gemaakt. Die is nooit geplaatst, omdat ik in 2007 naar Oranje Zwart vertrok. Daar was niet iedereen blij mee op Den Bosch, dus hebben ze ‘m nooit gelegd. Ik weet dat-ie hier een tijd in de opslag heeft gelegen.’ Ehren, lachend: ‘Misschien staat-ie inmiddels wel op Marktplaats.’
Delmee: ‘Ik kan er inmiddels wel om lachen hoor. Ik vind het juist mooi dat je op een mooie plek in het clubhuis iets van het verleden ziet.’ Ehren: ‘Zeker omdat al die kampioensvlaggen erboven hangen. Dat maakt altijd veel indruk als teams hier voor het eerst komen.’
De Bossche corner anno 1998. Links stopper Ehren, daarnaast sleper Delmee.
De waterdrager en de olympische ster
Delmee kwam in 1996 naar Den Bosch, na een korte periode bij TMHC Tilburg. Hij kwam binnen als een ster. In de zomer voor zijn overstap werd de 401-voudig International met Oranje olympisch kampioen in Atlanta. ‘Voordat ik een wedstrijd voor Den Bosch had gespeeld, was ik al Lid van Hockeyverdienste, haha. Dat dan weer wel. Ik wilde hier graag heen, omdat er aan iets moois werd gebouwd. Iedereen zag dat Den Bosch bloeide.’
Daar liep hij Ehren weer tegen het lijf. ‘Ik zat toen al een jaar of zeven bij Heren 1. Heb zelfs nog Overgangsklasse gespeeld met Den Bosch, destijds het tweede niveau. Na de promotie ging het niveau elk jaar omhoog. Marc Lammers en Ronald Jansen kwamen terug. En tegelijk met Jeroen kwamen ook Sander van der Weide en Piet-Hein Geeris. Ik was een waterdrager, een back. Balletje afpakken en inleveren bij de internationals. Dat was mijn job. Ik vond het al heel mooi dat ik op dat niveau mee mocht doen.’
De plakboeken van voormalig clubmanager Lars Gillhaus, door Delmee van zolder geplukt, liggen inmiddels op tafel. Ehren scrollt door zijn telefoon. ‘Ik vond thuis ook nog wat moois. Kijk, een foto uit de kampioenswedstrijd in 1998 tegen Bloemendaal. Ik sta daar links als stopper. Jeroen sleepte. We hadden in die wedstrijd allemaal het cijfer nul op onze mouw. Een verwijzing naar Ronald. Die was na een beroemde halve finale tegen Amsterdam geschorst omdat hij een stick in het publiek gooide. We waren het daar niet helemaal mee eens en wilden hem steunen.’
Jeroen Delmee afgelopen zomer op het EK. Foto: Willem Vernes
Delmee: ‘Ik zag het altijd een beetje als een strijd tegen het Westen. Wij waren de simpele jongens uit het Zuiden. Moesten het vooral hebben van hard werken en structuur.’ Ehren: ‘Voor dat jaar hadden we het nooit voor mogelijk gehouden dat we teams als Amsterdam en Bloemendaal konden verslaan.
Delmee: ‘Het was uniek. Omdat het de eerste keer was. En omdat we allemaal uit de buurt kwamen. We hadden twee jongens erbij uit Eindhoven. De rest kwam hier allemaal vandaan. We wilden op het veld presteren. Hadden internationals. We trainden drie keer per week, wat voor die tijd normaal was. Er was veel meer tijd voor ontspanning en een biertje.’
Er werd niet zo nauw gekeken naar wat je buiten het veld allemaal deed. Het clubhuis was in die tijd de beste kroeg van Den Bosch Jeroen Delmee
Hij kijkt naar de bar. Ziet zichzelf zo weer zitten. ‘Ik zeg nu weleens tegen mijn selectie: toen was hockey nog leuk. Is natuurlijk met een knipoog. Maar er werd niet zo nauw gekeken naar wat je buiten het veld allemaal deed. Het clubhuis was in die tijd de beste kroeg van Den Bosch. Dan was er hier een playbackshow en ging je ’s avonds goed gevuld naar huis. Dat is nu natuurlijk niet meer voor te stellen. Moet iedereen de volgende dag weer twee keer trainen.’
Guantanamera en Hazes
Ehren: ‘Als Heren 1 waren we echt een onderdeel van de club. Wij kenden ook Heren 2, 3 en 4. Dat waren onze vrienden, waarmee veel jongens vroeger samen hadden gespeeld. Daar stonden we mee in de kroeg. Ze gingen ook met ons mee naar Barcelona, voor de Europa Cup. Tweehonderd man in het vliegtuig. Prachtig.’
Delmee: ‘De vrijdagavonden waren ook gewoon legendarisch. Zaten we hier met allemaal internationals aan de bar, tot drie uur ’s nachts.’
Ehren: ‘Met de vader van Marc Lammers als barman.’
Delmee: ‘Peter! Die eindigde altijd aan de andere kant van de bar. En ik stond op zijn plek, plaatjes te draaien. Guantanamera, dat zongen we hier altijd. En veel van Hazes. De club was je leven. Je zag elkaar overal. Het waren mijn mooiste jaren als clubspeler. Ik had het voor geen goud willen missen.’
Dames-bondscoach Raoul Ehren afgelopen zomer. Foto: Willem Vernes
Bierviltjes voor de aantekeningen
Ze studeerden destijds allebei commerciële economie. ‘Maar tussendoor namen we alle tijd voor hockey. Ik woonde hier om de hoek met twee teamgenoten. We waren hier altijd en we kregen er geen cent voor. Dat kwam pas een paar jaar later.’ Delmee: ‘Als ik even kritisch mag zijn? Daar is Den Bosch te laat mee begonnen. Andere clubs betaalden hun spelers wel, wat natuurlijk voor aantrekkingskracht zorgde. Het zorgde ervoor dat wij veel jonge spelers kwijtraakten aan andere hoofdklassers, die wel de portemonnee trokken. Dat frustreerde en zorgde er uiteindelijk ook voor dat ik zelf wegging.’
Ehren was op dat moment al gestopt en kwam vlak daarna als damescoach terug bij Den Bosch. Uiteindelijk was hij twaalf jaar hoofdcoach en werd hij negen keer kampioen. Delmee stopte in 2011 met hockeyen. Na Tilburg, de Belgische en de Franse nationale ploeg werd hij in 2021 bondscoach bij de mannen. Ehren werd in 2024 verantwoordelijk voor de Oranje Dames.
‘De laatste jaren hier, rondom het kampioenschap, hebben mij voor een flink deel gevormd als coach’, zegt Ehren. ‘In die periode ben ik voor het eerst veel over het spelletje gaan nadenken en praten. Met jongens als Jeroen, Marc en Ronald. Na afloop aan de bar tekenden we op bierviltjes wat er anders moest. Een coachbord hadden we toen niet, denk ik.’
Foto: Worldsportpics/Bart Scheulderman
‘Op de dinsdagtraining bespraken we elke tegengoal van de zondag daarvoor. Dan deden we die situatie honderd keer opnieuw. Analyseerden we wie er eerder moest uitstappen of anders moest dekken. Dat was toen gewoon leuk, maar achteraf ook heel erg leerzaam. Van iedere situatie wisten we blind van elkaar wat er verwacht werd.’
Delmee: ‘Een paar waarden van toen zijn nog steeds heel belangrijk voor mij. Dat het begint met de mouwen opstropen bijvoorbeeld. Dat staat nu bij Oranje ook voorop. En dat je elkaar de waarheid moet kunnen vertellen, duidelijk naar elkaar kan zijn. Het ging er hier soms hard aan toe hoor. Vergeleken met Ronald Jansen was ik echt een softie.’
‘De tijden zijn natuurlijk heel anders. Hockey is veel professioneler geworden. Maar plezier moet nog steeds heel belangrijk zijn. Dat is de basis. Je moet genieten van wat je doet. Anders houd je het niet lang vol.’
Met hun dochters op veld 7
Tegenwoordig komen ze elkaar weer heel vaak tegen. Natuurlijk als bondscoaches, rondom trainingen van hun teams in het Wagener Stadion. Maar ook op Den Bosch. ‘We hebben allebei drie dochters’, vertelt Ehren. ‘De oudste twee hebben bij elkaar in het team gezeten. Voor de middelste geldt dat nog steeds. Dus ja, je ziet elkaar dan geregeld op een zaterdag of een doordeweekse dag als je even bij de training de kinderen komt ophalen.’
Delmee: ‘We hebben weleens ingevallen als hun trainer niet kon. Stonden we een paar jaar terug met de zestallen op veld 7, hier helemaal achteraan. Heeft ook wel wat, toch?’
8 Reacties
lars-gillhaus
De beelden van seizoen 96 - 97 staan op YouTube, net als die van 99-2000. https://youtu.be/ztvqkjAMWIQ?si=pp3NY7umgzpqsmk3
lars-gillhaus
Seizoen 1997-1998 https://youtu.be/GBBUczY9jfw?si=2Tiq0tlIVj0OimL9
lars-gillhaus
Seizoen 2000-2001 https://youtu.be/d5ZRNXUiDk4?si=zdNEiKLqihxkbHT4
lars-gillhaus
En vooruit, om compleet te zijn de volledige EC1 finale van 1999 tegen en bij Egara (met Spaans commentaar) https://youtu.be/jIE_PwezicE?si=VQbQsA_v-H1CN4-n
erik
Absolute legendes 👏🏻
Reinout van Leeuwen
Wel een beetje vreemde manier van doen. Iemand uitroepen tot lid van verdienste voor prestaties bij het Nederlands elftal toen hij nog geen lid was van de club maar hem niet 'belonen' voor zijn niet geringe prestaties voor je club omdat hij vertrekt.
Marion64
💛🖤
tim-hage
Wat heerlijk om die beelden te zien. Zo’n anders spelletje was het toen.