Opleidingsvergoeding in het hockey? ‘5000 euro is altijd welkom’

De overstap van talenten Yara Akkerman en Roos Alkemade van HDM naar Amsterdam laaide onlangs de discussie over een opleidingsvergoeding weer op. In het voetbal is zo’n regeling al jaren heel normaal. Maar hoe zou zo’n vergoeding er in het hockey eigenlijk uit moeten zien? ‘Als Amsterdam 5000 euro aan HDM moet betalen om Yara Akkerman over te nemen, dan denken ze daar heus nog wel een keer over na.’

Haar hele hockeyleven draagt Akkerman (16) al het shirt van HDM, maar het is Amsterdam dat vanaf volgend seizoen van haar talent de vruchten plukt. Zonder dat er ook maar een euro tegenover staat vertrekt ze uit Den Haag, terwijl HDM al die jaren haar opleiding betaalde. ‘Dat wringt’, zegt oud-international Jacques Brinkman, tegenwoordig clubkadercoach bij Den Bosch. ‘Het wordt hoog tijd dat er in het hockey een opleidingsvergoeding wordt geïntroduceerd. Niet als verdienmodel, maar als signaal dat je een talent niet zomaar kunt wegplukken bij de club die hem of haar heeft opgeleid.’

De tweevoudig olympisch kampioen kon het niet laten weer even in zijn oude rol van analist te kruipen. Onder het interview met HDM-coach Diederik van Weel, die stelde dat zijn twee toptalenten in Den Haag nog niet waren uitgeleerd, lanceerde hij zijn pleidooi voor een opleidingsvergoeding. Zijn betoog werd zo’n negentig keer geliket, ongebruikelijk veel voor een reactie op hockey.nl. Volgens Brinkman bleef het daar niet bij: ook offline kreeg hij bijval. ‘Ik kreeg echt een stortvloed aan positieve reacties. Binnen het hockey leeft dit onderwerp enorm: veel mensen vinden dat zo’n regeling er moet komen.’

Maar hoe zou zo’n opleidingsvergoeding er in de praktijk uit moeten zien? Over wat voor bedragen hebben we het dan? En wanneer moet zo’n vergoeding überhaupt worden uitgekeerd? Brinkman: ‘Het hockey kan veel leren van hoe dit in het voetbal is geregeld, al gaat het daar natuurlijk om veel grotere bedragen.’

Jacques Brinkman op het EK in Mönchengladbach met zijn zoon Thierry. Foto: Willem Vernes

Clubs uit de Derde Divisie moeten 688,12 euro per opleidingsjaar aftikken

In het voetbal hebben (amateur)clubs in twee gevallen recht op een vergoeding voor de opleiding van hun spelers. Eén daarvan is de zogenoemde solidariteitsbijdrage: een vergoeding die een club betaalt bij de transfer van een speler – vijf procent van de transfersom – verdeeld over de clubs die de speler tussen zijn 12e en 23ste hebben opgeleid. Deze regeling is in het hockey praktisch onhaalbaar. Er wordt namelijk vrijwel nooit een transfersom betaald.

De tweede regeling daarentegen kan volgens Brinkman prima naar het hockey worden vertaald. Een vereniging heeft recht op een opleidingsvergoeding zodra een speler die zij heeft opgeleid zijn of haar eerste contract tekent bij een betaald voetbalorganisatie of een andere amateurclub. Clubs ontvangen deze vergoeding voor de jaren waarin de speler actief was van de Onder 11 tot en met de Onder 19. Brinkman: ‘Dit zou je bij wijze van spreken morgen al in het hockey kunnen invoeren.’

Het bedrag dat moet worden betaald, hangt af van het niveau van de club waar de speler zijn contract tekent. Betaaldvoetbalorganisaties die een speler binnenhengelen, betalen het meest: 1845,30 euro per opleidingsjaar. Voor een vergelijking met het hockey is echter niet de Eredivisie of de Keuken Kampioen Divisie, maar de Derde Divisie een realistisch uitgangspunt. Op het een-na-hoogste landelijke amateurniveau zijn de begrotingen van de teams – enkele tonnen in plaats van miljoenen – redelijk vergelijkbaar met die van clubs in de Tulp Hoofdklasse.

Een club uit de Derde Divisie moet bijvoorbeeld 688,12 euro per opleidingsjaar aftikken, best een flink bedrag vergeleken met de veel rijkere eredivisieclubs. Stel: een voetballer die zijn hele jeugd bij tweedeklasser VVGZ in Zwijndrecht speelt, tekent op zijn achttiende een contract bij het nabijgelegen ASWH uit Hendrik-Ido-Ambacht in de Derde Divisie. Dan krijgt zijn oude club dus ongeveer 6200 euro (negen keer 688,12) aan opleidingsvergoeding. Een bedrag waar een gemiddelde amateurclub het nodige mee kan doen.

Roos Alkemade verruilt HDM volgend seizoen voor Amsterdam. Foto: Bart Scheulderman

5000 euro kun je weer investeren in de jeugdopleiding, bijvoorbeeld door er een goede jeugdtrainer van te betalen Jacques Brinkman

Brinkman stelt dat dit soort bedragen ook in het hockey kunnen worden toegepast: ‘Als Amsterdam 5000 euro aan HDM moet betalen om Yara Akkerman over te nemen, dan denken ze daar heus nog wel een keer over na. Vergeleken met het salaris dat Akkerman bij Amsterdam gaat verdienen, is 5000 euro niet niks. Voor HDM is dat bedrag altijd welkom. Dat kun je weer investeren in de jeugdopleiding, bijvoorbeeld door er een goede jeugdtrainer van te betalen.’

In de discussie over de overstap van Akkerman en Alkemade naar Amsterdam klonk de afgelopen dagen vaak het argument dat HDM zelf ook talenten overal vandaan plukt. Veel van de jonge speelsters die doorstromen naar Dames 1, hebben hun eerste stappen op een hockeyveld bij andere clubs gezet dan HDM. Als het aan Brinkman ligt, krijgen ook deze kleinere verenigingen een deel van de taart, net zoals dat in het voetbal gebeurt. ‘Als Akkerman tot haar veertiende bij Alliance had gespeeld, heeft die club ook recht op een deel van de opleidingsvergoeding. Zo ingewikkeld is het allemaal niet. Het is bovendien vrij eenvoudig te achterhalen bij welke clubs iemand heeft gespeeld.’

Ook Yara Akkerman draagt volgend seizoen het shirt van Amsterdam. Foto: Bart Scheulderman

Afspraken maken

Tegelijkertijd laat hockey zich natuurlijk niet zomaar één op één met voetbal vergelijken. Het tophockey zit op het grensvlak tussen prof- en amateursport. In de Tulp Hoofdklasse hockeyen zowel Oranje-internationals als spelers die het moeten doen met een maximale vrijwilligersvergoeding van 2200 euro per jaar. Of, zoals Brinkman het zegt: ‘Als je Den Bosch met een voetbalclub moet vergelijken, dan zijn wij PSV en OJC Rosmalen ineen.’

De eventuele invoering van een opleidingsvergoeding in het hockey brengt dan ook direct vragen met zich mee. Want hoe werkt het systeem bijvoorbeeld bij spelers die voor hun studie van Eindhoven naar Amsterdam verhuizen en daarom van Oranje-Rood naar Pinoké gaan? En moet er ook worden betaald voor een speler uit een Nederlandse jeugdselectie die van Groningen naar Utrecht verhuist omdat één van zijn ouders daar een baan krijgt?

‘Daar moet je simpelweg duidelijke afspraken over maken’, zegt Brinkman. ‘Uiteindelijk blijft hockey een sport waarin iedereen lid kan worden van een club, ook van een topclub als Den Bosch. Wat mij betreft hoeft er pas een vergoeding te worden uitgekeerd zodra een weggekaapte speler een contract tekent. Net als in het voetbal.’

Nu de discussie op gang is, hoopt Brinkman dat de hockeywereld actie onderneemt. ‘Dit is iets waar de hockeybond de regie in moet nemen. Laat je dit aan de clubs over, dan lukt het nooit, omdat ze allemaal hun eigen belangen hebben. Maar regel je het van bovenaf, dan kan het zonder problemen worden ingevoerd.’


Wat vind jij? Praat mee...