Hoe Den Bosch dankzij haar indoorkoningin de zaalliefde herontdekt

‘Jongens, we gaan eerst even nabespreken.’ Den Bosch-coach Marieke Dijkstra zegt het na de eerste twee duels met een glimlach, maar de onderliggende boodschap is meer dan duidelijk. Zaalhockey is dit seizoen geen bijzaak voor de Brabanders.

Als de simpele zege op Laren (7-1) en de verloren zaaltopper tegen Hurley (1-2) in de kleedkamer zijn doorgenomen, komt Maartje Krekelaar de gang weer in van het universitair sportcomplex in Delft. De gang overigens, waar – ook dat is zaalhockey – Den Bosch een uur eerder z’n warming-up deed. Topsporters, zelf olympisch kampioenen, die zich tussen een blok met kluisjes en andere passerende sporters doorwurmen om wat beweging te krijgen voor een wedstrijd. Het blijft een apart gezicht, maar in de zaal hoort het er een beetje bij.

Krekelaar valt gelijk met de deur in huis. ‘We hebben de zaal nooit helemaal serieus genomen’, zegt de aanvaller. ‘De bedoeling was altijd om in de Hoofdklasse te blijven. Maar we hebben nooit echt tactieken besproken, ofzo. We wilden vooral snel weer het veld op.’

Krekelaar zet aan, onder toeziend oog van Dijkstra. Foto: Frank van der Leer

De oorzaak van de verandering is snel aan te wijzen. De komst van Marieke Dijkstra, dit seizoen voor het eerst aan het roer bij Den Bosch. De indoorkoningin van het land. Bondscoach van de zaalmannen, bovendien. Opeens worden er wel veel uren in systemen en spelopvattingen gestopt. Lang verhaal kort: het gaat er dit seizoen anders aan toe. ‘Heel anders. We trainen bijvoorbeeld veel meer. Een keer duurde het twee-uur-en-een-kwartier, als ik mij het goed herinner’, grijnst Krekelaar, die zondag gelegenheidsaanvoerder was.

Iedereen haatte het om tegen ons te spelen Maartje Krekelaar

In haar hoofd flitsen de afgelopen zaalseizoenen voorbij. ‘Vaak waren we vooral bezig om het heel klein te maken in het veld. Stonden we met z’n allen op de rand van de cirkel.’ Weer die lach: ‘Iedereen haatte het om tegen ons te spelen. We wilden vooral de bal niet hebben. Nu zetten we veel meer druk. Dat verwacht men helemaal niet van ons.’

Het enthousiasme van Krekelaar zit bijna in iedere zin. Ze geniet. En niet als enige. ‘Ik ben blij dat ik een paar potjes mee kan doen’, zegt veldinternational Sanne Koolen. ‘Het is steeds meer echt zaalhockey dat we spelen. Ik heb de afgelopen jaren niet vaak meegedaan, maar deze maand komt het wel uit. Ik heb ook wel wat met de zaal. Voordat ik bij het Nederlands team kwam, heb ik ook een tijdje meegedraaid met de zaalploeg. Dat was ook onder Marieke, denk ik.’

Koolen doet een poging de bal te veroveren tegen Hurley. Foto: Frank van der Leer

‘Ik merk dat iedereen het leuker vindt, omdat we het serieuzer aanpakken’, zegt Krekelaar. ‘Vaak hadden we ook zoveel speelsters die druk waren met het Nederlands elftal en Jong Oranje, dat het niet goed paste. Dus ik snap wel, dat we het zo aanpakten. Maar ik vind het wel leuk dat nu wat meer leeft. Dan zeg je ook minder snel af. Al blijft het ook een periode waarin het oké is als je even ertussenuit gaat. Zo is het nog wel.’

Trainen op Kampong

‘Marieke is zo fanatiek, het liefst had ze zelf een stick gepakt’, grijnst Koolen. Even leek de Bossche koorts een paar graden te dalen. Ze moesten namelijk na de laatste persconferentie van het kabinet op zoek naar een nieuwe oefenruimte. Een probleempje dat niet direct was opgelost. Den Bosch beschikt namelijk niet over een eigen blaashal.

‘Maar gelukkig heeft Marieke vrij goede contacten in Utrecht’, verwijst Krekelaar naar het lange Kampong-verleden van haar coach. ‘Daardoor kunnen we nu een paar keer per week op Kampong terecht. Ze krijgt het gewoon geregeld. Lopen we daar in ons Bossche tenue, haha. Wel wat gek, maar we zijn blij dat het zo kan. En eigenlijk is het ook centraler, omdat er ook een aantal meiden in Utrecht en Amsterdam woont. Hoeft niet iedereen telkens naar het zuiden.’

Foto: Frank van der Leer

Zondag kon Den Bosch in ieder geval over een vrij aardige selectie beschikken. Naast Koolen kwamen ook Josine Koning en de zeer trefzekere Joosje Burg in actie. ‘Frédérique Matla gaat ook nog een paar potjes meedoen’, zegt Krekelaar, die de Oranje-gangers in januari weer ziet uitvliegen. Wat overblijft is logischerwijs een kwalitatief mindere ploeg, maar wel speelsters die veel tijd en moeite in de zaal willen steken.

Nu nog zien wat die nieuwe zaalenergie Den Bosch gaat opleveren. Eerst maar de eerste fase van de competitie overleven en doorsteken naar de kampioenspoule. Een opdracht die er door de nederlaag tegen het sterke Hurley, met Laura van Heugten als uitblinker, niet gemakkelijker op is geworden.


Wat vind jij? Praat mee...