Oltmans (71) met Leiden naar HK Zaal: ‘Vuur brandt nog steeds’

Hij heeft met vijf Olympische Spelen en drie wereldkampioenschappen alles in het hockey wel zo’n beetje meegemaakt. Toch staat Roelant Oltmans (71) nog altijd langs de lijn, met dezelfde bevlogenheid als in zijn jonge jaren. Zondag promoveerde hij – als assistent-trainer – met Leiden naar de Hoofdklasse Zaal, de zoveelste mijlpaal in zijn lange loopbaan. ‘Ik ben nog niet van plan om te stoppen.’

Het was zondag een prachtig gezicht tijdens de nacompetitie in het Huis van Eemnes. Toen de spelers van Leiden de historische promotie tegen Almere (3-0 winst) hadden veiliggesteld en juichend naar de tribune stormden om hun supporters te bedanken, trok één van de spelers Oltmans vlug aan zijn arm mee. Voordat de voormalig bondscoach van Oranje het in de gaten had, stond ook híj – als man van 71 – met zijn beide armen in de lucht, juichend alsof hij weer met de Nederlandse mannen wereldkampioen was geworden.

‘Dit blijft toch prachtig?’ glundert Oltmans even later, in de catacomben van de sporthal. ‘Als die jongens zeggen: ‘Oltmans, het wordt nu echt tijd om te stoppen’, dan ben ik dezelfde dag nog weg. Maar elk jaar vragen ze of ik nog een jaartje blijf. Zolang ze dat blijven doen, ga ik gewoon door’, glimlacht de oude rot in het vak, die dus hoogstwaarschijnlijk volgend seizoen op zijn 72ste coacht in de Hoofdklasse Zaal. ‘Ja, de kans dat ik doorga is 99,9 procent.’

Oltmans (tweede van rechts) viert de promotie met de spelers van Leiden, zondag in het Huis van Eemnes. Foto: Bart Scheulderman

Niet met hockeypensioen

Als je één Nederlandse coach mag bestempelen als de Dick Advocaat van het hockey, dan is het Oltmans wel. Het was na zijn vertrek bij Kampong in 2022 niet gek geweest als hij ervoor had gekozen om samen met zijn vrouw van zijn pensioen te gaan genieten. Maar zo zit Oltmans niet in elkaar.

In het verleden werd hij wereldkampioen met de Nederlandse vrouwen (Sydney, 1990), veroverde hij olympisch goud (Atlanta, 1996) en WK-goud met de Nederlandse mannen (Utrecht, 1998) en was hij bondscoach van India, Pakistan en Maleisië. Maar van stoppen wil hij nog altijd niets weten. Zet hem langs de lijn van een hockeyveld en hij voelt zich helemaal thuis, of dat nou in een uitverkochte hockeytempel als het Wagener Stadion is of op veld twee van het Huis van Eemnes. Zelfs nu hij de zeventig is gepasseerd, laat het hockey hem niet los.

Leiden is de club waar hij 45 jaar geleden zijn eerste voetstappen zette als coach, het begin van zijn lange en indrukwekkende trainersloopbaan. Onder zijn leiding klom Leiden in twee seizoenen van de Eerste Klasse via de Overgangsklasse naar de Hoofdklasse. Een prestatie die hem in één klap tot de kroonprins van het Nederlandse trainersgilde maakte. Later werkte hij voor grote clubs als Bloemendaal, Laren, Klein Zwitserland en Kampong.

De kampioensfoto die van Leiden is gemaakt na het bemachtigen van het hoofdklasseticket. Foto: Bart Scheulderman

Bij Leiden is hij terug op het oude nest

Drie jaar geleden kon hij de lokroep van zijn oude liefde niet weerstaan. Waar hij de afgelopen tien jaar vooral actief was als bondscoach in Azië, is zijn werkplek nu letterlijk om de hoek: hij woont op tweehonderd meter afstand van de club. ‘Ik kan eindelijk eens lopend naar mijn werk toe’, lacht Oltmans.

Voor hem voelde het als thuiskomen, terug bij de club waar het allemaal begon. ‘Mijn kinderen hebben hier gehockeyd’, zegt Oltmans, zichtbaar trots. ‘Ik vind het heerlijk om hier mijn steentje bij te dragen. Met meer dan 2800 leden zijn we de één-na-grootste club van Nederland, na Kampong. Het is een prachtige club, waar we met elkaar echt iets moois kunnen neerzetten.’

De vreugde bij Leiden is groot na de promotie naar de Hoofdklasse Zaal. Foto: Bart Scheulderman

Bij Leiden is Oltmans de rechterhand van hoofdtrainer Marc de Moor, die hij vijftien jaar geleden als technisch directeur bij Laren binnenhaalde als jeugdtrainer. Samen bouwen ze aan iets moois. Toeval of niet: sinds Oltmans drie jaar geleden begon als assistent, volgen de successen elkaar in rap tempo op.

‘Ons doel was om binnen twee jaar te promoveren naar de Promotieklasse’, zegt Oltmans. ‘Dat lukte al in het eerste jaar. Vorig jaar wilden we in de top acht eindigen en dat is gelukt. Dit jaar mikken we op de top zes – we staan nu vijfde – en volgend seizoen willen we de top drie aanvallen. Deze jongens hebben zoveel potentie. Ik weet zeker dat ze die stap kunnen zetten.’

Dat Leiden volgend seizoen uitkomt in de Hoofdklasse Zaal, is bovendien een primeur in de clubgeschiedenis. ‘Die jongens waren de afgelopen jaren al een paar keer ontzettend dichtbij. Deze promotie voelt voor hen als de kers op de taart.’

Als het vuur in mij niet meer brandt, dan stop ik. Maar het brandt nog steeds Roelant Oltmans

Het blijft mooi om Oltmans op zijn leeftijd zo gepassioneerd over hockey te horen praten. Hij werkte jarenlang in de wereldtop en won alles wat er te winnen viel, maar bij Leiden draait het voor hem niet om het niveau. Zijn plezier haalt hij uit het ontwikkelen van de spelers en het team.

‘Het mooie is dat we een relatief jonge ploeg hebben, gemiddeld een jaar of 23’, zegt Oltmans. ‘Die jongens kunnen nog veel groeien en willen er ook echt hard voor werken. Zolang ze dat blijven doen en openstaan voor onze suggesties als staf, vind ik het heerlijk om er nauw betrokken bij te blijven.’

Zelfs op zijn 71ste is de liefhebber in hem nog altijd springlevend. ‘Als het vuur in mij niet meer brandt, dan stop ik. Maar het brandt nog steeds.’


Wat vind jij? Praat mee...