Een ode aan Philip Meulenbroek, goudhaantje beland in het hockeyparadijs

Hij werd ruw uit zijn hockeypensioen geschud, maar scoort sindsdien elke wedstrijd cruciale doelpunten. Philip Meulenbroek (31) maakt bij landskampioen Kampong jongensdromen waar en cultiveert zijn veteranenstatus op magistrale wijze. De woorden: ‘Ik had geen puf meer om langs de keeper te lopen [dus tikte ik de bal maar briljant langs de keeper]’, mogen worden vereeuwigd in het clubhuis van Kampong. Het boek en de film zijn in de maak.

‘Flip Flegmatiek’ maakte zes goals in vijf wedstrijden, sinds zijn rentree als pleister op de bloedende Utrechtse ziekenboeg. De winnende treffer tegen topploegen Bloemendaal en Oranje-Rood, de 1-0 vlak voor tijd tegen Amsterdam. De laatste goal  schittert door eenvoud. Net wanneer keeper Jan de Wijkerslooth een beweging maakt en ‘geparkeerd’ staat, tikt Meulenbroek de bal er ogenschijnlijk simpel langs. Daarna verklaart hij bij Ziggo nonchalant dat hij te moe was om helemaal om de keeper te lopen. Zo doe je dat als hockeypensionado, voor wie alles mag en niets moet.

Op de vraag of hij vaker mee zal doen, zegt Meulenbroek dat hij hoopt dat de jongens van het eerste snel fit worden, zodat hij weer in het tweede kan hockeyen. Maar na elke wedstrijd benadrukt hij ook dat hij het heerlijk vindt dat hij niet de lasten, maar wel de lusten heeft van het tophockey. Stiekem wil hij nooit meer wat anders.

Philip Meulenbroek scoort in de slotfase tegen Amsterdam. Foto: Willem Vernes

Dit is het ware hockeygeluk voor Meulenbroek

Toen hij afgelopen zomer stopte bij Heren 1, leek het Meulenbroek mooi om in het tweede team van Kampong te hockeyen. ’s Ochtends met zijn vrienden spelen, tegen andere teams met oud-internationals en oud-hoofdklassespelers, die net als Meulenbroek vooral willen genieten van het spelletje, zonder de heisa van het tophockey erom heen.

Geen video-analyses, geen shuttles, geen hartslagmeters, geen YoYo-tests, geen crisisbesprekingen na een nederlaag voor Meulenbroek. Geen droge strafcornertrainingen waar aanvallers een half uur inlopen voor een tip-in die zelden komt. Als hij tijdens de wedstrijd zin heeft om te wisselen loopt de spits naar de kant en zegt hij eerlijk dat hij moe is, zonder dat hij zich aan rigide wisselschema’s hoeft te houden. Het allermooiste aan het spelen in Heren 2 is misschien wel met teamgenoten ’s middags langs de kant met een drankje in de hand Heren 1 aanmoedigen of kritisch becommentariëren.

Meulenbroek keek op zondagen naar het team waarmee hij twee keer landskampioen werd en de EHL won, en was blij dat hij dat hij de dubbeltrainingen niet meer mee hoefde mee te maken. Eén probleem: hij stond nog wel op de spelerslijst, en de ziekenboeg van Kampong liep langzaam vol. Dus moest de goaltjesdief als noodverband toch weer op komen draven. Het werd een rentree van filmische schoonheid, die vrijdagavond 15 maart begon met twee beslissende doelpunten tegen SCHC.

Philip Meulenbroek bedankt het publiek. Foto: Willem Vernes

Van laatste man bij USHC in de Eerste Klasse naar topper in de Hoofdklasse

Meulenbroek combineert voor het eerst in zijn leven het allerbeste van twee werelden. De aanvaller is een ontspannen mens, een intuïtieve hockeyer. Hij is niet gebaat bij stress of het gevoel dat hij degene is die bij Heren 1 vooraan moet lopen. Alles wat hij nu meemaakt is bonus. Als supersub met speciale status, floreert hij. Op topniveau spelen zonder veel trainingsarbeid, is het ware hockeygeluk van Philip Meulenbroek.

Onder de noemer ‘gestopt met tophockey’ mag hij van coach Alexander Cox twee keer trainen bij landskampioen Kampong, wat hij waarschijnlijk bij Heren 2 ook al deed. Dan mag hij op zondag het mannetje zijn, de vedette die moeilijke goals er makkelijk uit laat zien. Zijn jonge teamgenoten zetten zonder enige probleem die extra stap voor Meulenbroek, nu ze weer zien met wat voor fenomeen ze mogen hockeyen, die met zijn instinct en ervaring elke wedstrijd beslist.

Meulenbroek heeft nooit de gebaande paden in zijn carrière bewandeld. Na een hockeyjeugd bij Den Bosch belandde hij bij studentenclub USHC in Utrecht, waar hij het in de eerste klasse naar zijn zin had met zijn broer Laurens. Omdat er op een gegeven moment geen laatste man meer was, ging Meulenbroek twee jaar op die positie spelen. ‘Goed voor mijn overzicht’, noemde hij dat achteraf. Daar, op de velden van het studentencomplex, werd hij Flip Flegmatiek genoemd. De houding nonchalant, zijn hockey bij vlagen briljant.

Na jaren hockeyen met zijn vrienden, moest hij met man en macht overgehaald worden naar overgangsklasser Voordaan te komen. Waarom zou hij weggaan bij USHC? Hockeyen met zijn broer was toch leuk? Toch maakte hij in Groenekan meteen indruk. ‘Hij is slim, leep en doet alsof het hem niets interesseert: een geweldige spits’, zei toenmalig Voordaan-coach Peter Kalfsterman in het Algemeen Dagblad/Utrechts Nieuwsblad over zijn goudhaantje. Zelf zei de spits, verrast door zijn eigen prestaties: ‘Ik ben al minder flegmatiek, maar het plezier blijft voorop staan.’

Toen hij na de promotie van Voordaan in de Hoofdklasse de ene na de andere goal maakte, volgde de overstap naar het tophockey bij grootmacht Kampong. Opeens moest hij vechten voor zijn plekje, tussen Kampong-kanonnen als Constantijn Jonker, Quirijn Caspers, Roderick Weusthof en Bjorn Kellerman. Hij trok met plezier de handschoen aan, hoewel de balans tussen acties maken of goals maken iets was waar hij mee worstelde in zijn eerste jaren bij Kampong. Maar hij begon met krachttraining, specialiseerde zich tot een pure goalgetter en ontwikkelde zich tot een essentieel radertje van de kampioensmachine van Kampong.

Philip Meulenbroek bij hockeyclub Voordaan, tijdens de hoofdklasse hockeywedstrijd tussen de mannen van Voordaan en Bloemendaal (3-7). Foto: Koen Suyk

Geen puf meer om langs de keeper te lopen

De laatste stuiptrekkingen van Meulenbroeks atypische carrière bewijzen dat specialiseren loont. Het leert de spitsen van Nederland: blijf in godsnaam bij die tweede paal. Wat iedereen ook zegt over leads, over aanbieden, over ins en outs maken en afgesproken posities. Het is verleidelijk om continu mee te doen met het spel. Te reageren op bewegingen van de verdediger. Meulenbroek doceert: spits, blijf in godsnaam altijd bij die tweede paal staan. Zoek het contact met je teamgenoten en eeuwige roem zal je deel zijn. De Masterclass van Meulenbroek: Blijf. Bij. Die. Tweede. Paal. Staan. En. Verroer. Je. Niet.

Het boek, ‘Flip Flegmatiek staat bij de tweede paal en heeft geen puf meer om langs de keeper te rennen’ wordt later dit jaar een hit, ondanks de lange titel.

Straks, in de derde wedstrijd van de finale om de landstitel, wordt de goaltjesdief door teamgenoot Bjorn Kellerman vrijgespeeld voor keeper Maurits Visser van Bloemendaal. Het is de laatste minuut. Vierduizend toeschouwers, maar dat laat het hart van Flip Flegmatiek niet sneller kloppen. Hij vertrekt geen spier. Het goudhaantje doet geen stap te veel, en frommelt na een briljante schijnbeweging op Meulenbroekiaanse wijze de bal door de benen van Visser en sprint harder weg dan hij de hele finale heeft gedaan.

Dan kondigt hij – live – op televisie voor de tweede keer zijn hockeypensioen aan en spreekt over zijn winnende goal de legendarische woorden: ‘Ik had geen puf meer om langs de keeper te lopen.’


Wat vind jij? Praat mee...