Ode aan de onverwachte landstitel van Kampong

‘Let maar op. Volgend jaar gaat het hier gebeuren’, zeiden ze sinds de jaren negentig elk jaar bij Kampong. De potentie was er altijd, maar Kampong was de ultieme net-niet ploeg. Tot het jaar dat niemand het verwachtte, ze de landstitel pakten. Het is een van de mooiste sportverhalen van 2017.

Na de succesvolle jaren tachtig met de zesde landstitel in 1985 en de Europese titel in 1986 met namen als oud-internationals als Tom van ’t Hek, René Klaassen, Jacques Brinkman, Arno den Hartog en Rick Volkers, dachten ze in de jaren negentig dat Kampong alweer snel voor de zevende landstitel zou hockeyen in Utrecht. Toen leek de gevleugelde uitspraak ‘Hier gaat het volgend jaar gebeuren’ geen Utrechtse arrogantie, maar een waarheid die voortkwam uit een goede jeugdopleiding en de aantrekkingskracht van de club als universiteitsstad.

Beelden uit 1986, toen Kampong de Europa Cup won.

Maar de ene na de andere speler die international zou worden verliet altijd het korenblauwe nest. Klaas Vermeulen. Paul Frederik van Esseveldt. Thomas Boerma. Eby Kessing. Nick Meijer. Jaap Stockmann. Terwijl andere clubs als Oranje Zwart en Amsterdam aan het begin van deze eeuw begonnen met het betalen van spelers, was de reactie van Kampong er een van traditie: daar geloofden zij niet in. Ze konden toch heus wel een topteam samenstellen zonder daarvoor spelers te betalen?

‘Let maar op. Volgend jaar gaat het hier gebeuren’

In 2005 werd duidelijk waar deze filosofie in het eerste team – dat vooral studentikoos was – toe leidde: het ‘Grote Kampong’ degradeerde naar de Overgangsklasse. Wél was er al een zaadje gepland onder leiding van clubicoon Naud Naeff, die Quirijn Caspers en Constantijn Jonker onder z’n hoede had in Jongens D1. Deze twee boezemvrienden profiteerden juist van de speelminuten die de Overgangklasse hun bood om zich te ontwikkelen. Terwijl zij hun vriend Klaas Vermeulen – voormalig teamgenoot in Jongens D1 – zagen vertrekken naar topclub Amsterdam, besloten Caspers en Jonker een pact te smeden. Een pact dat uitgebreid in dit stuk beschreven staat, toen Kampong de landstitel haalde.

Roderick Weusthof en Robbert Kemperman.

Een belangrijke beslissing was het om spelers wel te betalen. Iets wat Kampong overigens weer zo enthousiast deed dat de club in geldproblemen kwam. De entree van tiener Sander de Wijn van Union was achteraf een briljante zet. De toevoeging daarna van Robbert Kemperman ook. Het aantrekken van oud-international Laurence Docherty van Bloemendaal zorgde voor een andere mentaliteit, zeggen ze zelf in Utrecht. Ook strafcornerfenomeen Roderick Weusthof – topscorer aller tijden van de Hoofdklasse – keerde terug bij Kampong. Het was allemaal niet goedkoop, maar een signaal naar de buitenwereld dat ze bij Kampong nu tophockey speelden. De toevoeging van keeper David Harte (van SCHC, 2012) en strafcornerspecialist Martijn Havenga waren op het moment van hun transfer (van Laren, 2013) nog niet opzienbarend of groot nieuws, maar dit duo speelde juist een hoofdrol bij het behalen van de landstitel.

‘Let maar op. Volgend jaar gaat het hier gebeuren’

Rick Volkers was beslissend in 1986 in de finale van de Europa Cup. Hij was gevraagd om manager te worden. Dat wilde hij alleen, als er na al die tijd echt serieus op de landstitel werd gemikt. Zonder excuses. Hij eiste dat er een mentaliteitsverandering zou plaatsvinden in Utrecht en dat de landstitel na al die tientallen jaren wachten het doel zou zijn.

Kampong protesteert met van links naar rechts Floris de Ridder, Martijn Havenga, Laurence Docherty en Sjoerd de Wert tijdens de play off wedstrijd in de hoofdklasse hockey tussen de mannen van Kampong en Bloemendaal (1-1). Bloemendaal plaatst zich voor de finale. Foto: Koen Suyk

In 2014 volgde daarop hét moment. Volkers had zijn invloed laten gelden als oud-tophockeyer en werkte in zijn laatste jaar als manager. Een nog fitte Dochterty en Weusthof speelden hun laatste seizoen bij Kampong. Het team eindigde knap eerste in de competitie. Eindelijk. Maar op het moment dat Kampong volledig in de startblokken stond om kampioen te worden, lukte het niet. Weer ging het mis in de halve finale, nu tegen Bloemendaal, met twee schlemielige en onnodige nederlagen. Het jaar erop was het illustere trio al gestopt en verloor Kampong de finale van Oranje Zwart. Het momentum was weg.

Kampong leek met deze generatie telkens naast alle prijzen te grijpen. In 2016 werd Kampong nipt uitgeschakeld door Amsterdam in de halve finale om de landstitel. De Europese titel zorgde echter voor extra geloof in Utrecht. Het zesde jaar op rij play-offs werd – zoals goed gedocumenteerd – in de allerlaatste seconde van de reguliere competitie behaald, na een relatief mager jaar in de competitie, waar coach Cox elke week aan een dood paard leek te moeten trekken.

‘Let maar op. Volgend jaar gaat het hier gebeuren’

Na de 5-2 nederlaag in maart (na een 5-0 achterstand) dit jaar tegen Rotterdam leek het team dood en begraven. Maar op datzelfde veld was het twee maanden later wel raak. Kampong bewees dat zes weken pieken genoeg kan zijn voor de landstitel. Het team had al met alle sportwetten gespot door in de winterstop niet op trainingsstage te gaan, maar doodleuk met elkaar te gaan skiën en daarna biertjes te drinken in de bekende après-ski tent ‘Mooserwirt’ in het Oostenrijkse Sankt Anton. Het fundament voor succes lag er uiteraard, na jaren slijpen en slepen aan de ploeg. Maar bepaalde specifieke kwaliteiten van buitenaf waren nodig om het team dat niet bekend stond om hun mentale weerbaarheid naar de landstitel te duwen.

Alexander Cox en Kai de Jager in de regen. Foto: Koen Suyk

Coach Alexander Cox was degene die bleef hameren op de verdedigende discipline. De Wijn was zijn rechterhand in de defensie. Dat keeper Harte en strafcorner- en strafbalspecialist Havenga beslissend waren in al hun koelbloedigheid, laat zien dat je als club soms specifieke externe kwaliteiten nodig hebt om de eigen achilleshiel te versterken.

Dat Kampong nou net in het seizoen kampioen werd, waarin het geen kans leek te maken en van ver kwam, proefde des te zoeter. En maakte het verhaal des te mooier. Nu kunnen ze na twintig jaar ook stoppen met zeggen ‘dat het volgend jaar hier gaat gebeuren’, bij de grootste hockeyclub van de wereld.

Het is volbracht.

Keeper David Harte wordt na de shoot-outs besprongen door zijn teamgenoten bij de tweede wedstrijd van de play-offs om het landskampioenschap hockey tussen Rotterdam en Kampong (2-2). Foto: Koen Suyk

 

 


2 Reacties

  1. JW.lokerman@lokerman.nl

    JW.lokerman@lokerman.nl

    Leuk artikel. Wat mist is dat hier een tophockey visie en strategie achter zat van het toenmalige bestuur en in het bijzonder van bestuurslid Martin van Nierop en voorzitter Kees Roovers. Er is nooit sprake geweest van financiële problemen door dit beleid! Een extra compliment verdient Alexander Cox, die vertrouwen hield om het kampioen worden met het team te ‘leren’.

  2. luchtisblauwgrasisgroen

    luchtisblauwgrasisgroen

    Ook complimenten aan Jonas van t Hek die Kampong letterlijk naar de playoffs floot!


Wat vind jij? Praat mee...