Hij is al meer dan tien jaar de hoogste baas in het amateurvoetbal. Heeft drie dochters, die allemaal hebben gehockeyd – eentje doet dat nog steeds. En hij stond vrijdag als gastspreker op het Nationaal Hockeycongres om te praten over de ontwikkelingen in de Nederlandse teamsport. ‘Als we durven te veranderen, blijven we toonaangevend’, stelt KNVB-directeur Jan Dirk van der Zee.
‘We zien een trend. Steeds meer ontstaan kleinere wedstrijdvormen bij de jeugd. Niet voor al die spelers die prestatief voetballen, maar voor de rest. Specifiek zijn dat jongens en meiden van zestien of achttien jaar die gewoon lekker willen voetballen met hun vrienden. Vijf-tegen-vijf, of zeven-tegen-zeven, op een kleiner veldje. Die beweging gaat de komende decennia alleen maar groter worden. Niet alleen in het voetbal, ook in het hockey.’
Misschien was die spiegel die Van der Zee voorhield wel wat confronterend voor de driehonderd hockeybestuurders in de zaal. Zij waren vrijdagavond uit alle hoeken en gaten – van Roermond tot Bloemendaal – naar de Jaarbeurs in Utrecht gekomen voor het jaarlijkse congres van de hockeybond. Zij kregen dus een blik op de toekomst te zien. Maar er werd ook teruggekeken naar het succesvolle, recente verleden.
De hockeyvorm ‘Sevens’ is bij de senioren al een begrip, zoals hier bij Zandvoort.
Flexibiliteit en individuele wensen
Er werd vlak daarvoor namelijk stilgestaan bij de eerste toename van het aantal hockeyers in de afgelopen acht jaar. Vorig seizoen stonden er 252.601 spelers ingeschreven bij de bond. Een toename van ruim 4.000 spelers ten opzichte van het seizoen daarvoor.
Ook de redenen voor uitstroom kwamen aan bod. Geen passend aanbod meer. Geen tijd. Andere keuzes. Redenen die al op jonge leeftijd worden gegeven. ‘Ik heb het thuis ook gemerkt’, haakt Van der Zee in. ‘Twee van mijn dochters zijn uitgestroomd. Niet omdat ze de sport niet meer leuk vonden, maar omdat het aanbod niet bij hen paste. Dat zien we ook in het voetbal. De uitdagingen van onze sporten lijken op elkaar. We moeten ons aanpassen aan ontwikkelingen in de maatschappij.’
De behoeftes van sporters zijn veranderd, constateert de directeur amateurvoetbal. ‘Er is meer vraag naar flexibiliteit en het inspelen op individuele wensen. Als we de aandacht van kinderen willen behouden, dan moeten we daarin meebewegen. De vraag is: durven we daarop in te spelen? Het was ook te zien in het uitstroomonderzoek: ook hockeyers willen steeds meer zelf bepalen wanneer ze hun sport beoefenen. De zaterdag of zondag is al vaak zo vol. Dat zijn niet meer de vaste momenten voor alle sporters. Kan het ook op vrijdag? Of op woensdag? Daar liggen de kansen voor de leden die nu afhaken of zich niet aanmelden.’

Hij beantwoordt vrij snel zijn eigen vraag. ‘Ik denk dat het kan om in die vraag te voorzien. Maar het is wel een hele grote weg die we moeten afleggen met elkaar. En ja, dat is best lastig want het staat vaak ook haaks op onze traditionele, misschien wat geromantiseerde idealen. Doen we dit niet, dan ga je een steeds grotere groep in de maatschappij niet bereiken.’
Aan de andere kant ziet Van der Zee ook nog steeds de hang naar een groep, de saamhorigheid. ‘Ook in onze sterk gepolariseerde maatschappij hebben mensen de wil om ‘ergens bij te horen.’ Ook kinderen willen dat. Dat is goed nieuws voor bonden en verenigingen. Een kans om mensen te binden, maar dan niet op de traditionele manier. Een goede sfeer, beleving op de club. Dat gaat jonge leden binden.’
‘Ik denk dat de komende jaren veel voetballers op een andere manier hun sport gaan uitoefenen. De prestatieve kant zal hetzelfde blijven. Maar daarnaast ontstaat er ander aanbod, andere voetbalvormen die gaan groeien. Daarin staan vooral fun, plezier en veel scoren centraal.’
Van der Zee op het Nationaal Hockeycongres in de Jaarbeurs. Foto: Willem Vernes
‘Jongeren kijken vooral wat bij henzelf past’
‘Dit flexibele aanbod, waar ik het net over had, dat gaat een enorme ontwikkeling doormaken de komende jaren’, stelt Van der Zee. ‘Jongeren – en dat begint al op een jaar of veertien – kijken eerst vooral wat bij henzelf past. Dat is geen oordeel, dat is onderdeel van de maatschappij die steeds meer op het individu is gericht.’
‘Maar natuurlijk willen we als clubs die sporters wel aan ons blijven binden. Dat betekent ook dat wij onze verenigingen daarbij moeten helpen. Onze clubs zijn de plekken waar we dit moeten aanbieden. Om hun vraag en wensen, ondersteund door de bond, mogelijk te maken.’
De KNVB heeft geprobeerd om afwijkende vormen van voetbal buiten de verenigingen om te organiseren. ‘Maar als clubs zelf de regie hebben, kunnen ze uiteindelijk ook nieuwe verdienmodellen creëren. We moeten als voetbal en hockey – de twee grootste teamsporten van ons land – echt meebewegen met die maatschappij. Durf te veranderen. Doen we dat niet, dan zijn we op een bepaald moment voor een behoorlijke doelgroep niet meer relevant. Doen we dat wel, dan blijven we toonaangevend.’
Wat vind jij? Praat mee...
Je moet inloggen om een reactie te kunnen plaatsen.