Haantjes wil met Marokko naar Spelen: ‘Er ligt niet één veld’

Elke maandag traint op Rijnvliet een groep ambitieuze Nederlandse en Belgische speelsters met Marokkaanse roots: het nationale vrouwenelftal van Marokko. Een team dat een half jaar geleden nog niet eens bestond. Samen bouwen ze aan een bijna onmogelijke droom: vanuit het niets meedoen aan de Olympische Spelen van 2032, in Brisbane. Bondscoach Rob Haantjes is ervan overtuigd dat het mogelijk is: ‘Ik geloof heilig in dit plan.’

Ruim een half jaar geleden zat Haantjes voor het eerst aan tafel met een ambitieuze afgevaardigde van de Marokkaanse hockeybond. Stond hij ervoor open om bondscoach van Marokko te worden en het nationale vrouwenelftal vanaf nul op te bouwen, bestaande uit speelsters uit Nederland en andere Europese hockeylanden?

‘Ik ging dat gesprek in met het idee: dit doe ik echt in geen duizend jaar’, glimlacht Haantjes, de voormalig coach van de vrouwen van Oranje-Rood en de mannen van Nijmegen. ‘Ik dacht alleen maar: Marokko? Daar hockeyt niemand. Daar hebben ze geen speelsters, geen competitie, niets. Er ligt letterlijk niet één veld.’

Twee uur later zat hij thuis aan de keukentafel, met een heel ander gevoel. ‘Ik denk dat ik dit avontuur aanga’, zei hij tegen zijn vrouw. De ambitieuze plannen van de Marokkaanse bond hadden precies de juiste snaar bij hem geraakt.

Rob Haantjes mikt met Marokko op deelname aan de Olympische Spelen van 2032, in Brisbane. Foto: Marokkaanse hockeybond

Huizen-speelster Amina Addou

In zekere zin is het natuurlijk gekkenwerk: vanuit het niets een nationaal elftal optuigen dat over zes jaar op de Olympische Spelen moet staan. Hoe ga je dat voor elkaar boksen? Maar dat is iets waar Haantjes zich niet door laat tegenhouden. Samen met assistent Niels de Brouwer bouwt hij inmiddels aan iets moois. Het afgelopen halfjaar meldden zich een stuk of vijftig speelsters met Marokkaanse roots. Negentien daarvan zijn door Haantjes geselecteerd voor de nationale ploeg.

Maar de weg naar de Olympische Spelen is nog lang. Slechts vier internationals hebben seniorenleeftijd, onder wie Huizen-speelster Amina Addou. De rest speelt nog in de jeugd. Vier van hen zijn bijvoorbeeld pas veertien jaar. ‘Piepjong, maar ze spelen wel allemaal Landelijk’, zegt Haantjes. Inmiddels is er ook een belofteteam. ‘We hebben heel veel jonge speelsters. Daarmee kunnen we echt gaan bouwen. Aan het talent ligt het niet.’

Huizen-speelster Amina Addou is één van de speelsters die het avontuur met Marokko is aangegaan. Foto: Marokkaanse hockeybond

Olympische Spelen van 2032

In Haantjes lijkt Marokko een geschikte bondscoach te hebben gevonden. Hij is realistisch genoeg om te beseffen dat kwalificatie voor Brisbane geen makkelijke opgave zal zijn. Tegelijkertijd zorgt zijn ervaring ervoor dat hij mogelijkheden ziet en overtuigd is dat het avontuur kan slagen.

‘We gaan de komende jaren vooral gebruiken om de nodige ervaring op te doen. Maar voor Brisbane 2032 geef ik ons wel een kans. Eén land uit Afrika plaatst zich via het continentale kampioenschap rechtstreeks voor de Spelen. Sinds mensenheugenis gaat dat ticket naar Zuid-Afrika. Willen we naar Brisbane, dan moeten we dus van Zuid-Afrika winnen. Maar als wij de komende jaren met elkaar kunnen blijven trainen, denk ik dat we op het continentale kampioenschap kunnen verrassen. En dan is winnen van Zuid-Afrika misschien wel haalbaar.’

Op die manier klinkt het ineens als een plan dat met het juiste beleid best mogelijk is. Wat er simpelweg moet gebeuren: winnen van de nummer twintig van de wereldranglijst, met een groep speelsters die vooral hun opleiding in Nederland en België hebben genoten. Maar zover is het nog lang niet. Eerst wacht een enorme uitdaging. Om mee te doen aan het Afrikaans kampioenschap moet Marokko een sprong maken op de internationale hockeyladder. Het moet zich op de wereldranglijst bij de top vijf van Afrika zien te voegen. Nu staat Marokko überhaupt nog niet op de wereldranglijst.

Onlangs speelde Marokko op Rotterdam een oefenwedstrijd tegen Zwitserland: (0-4). Foto: Marokkaanse hockeybond

Potentie in de ploeg

Zaak is dus om de komende tijd zoveel mogelijk interlands te spelen, punten te sprokkelen voor de wereldranglijst en zo snel mogelijk de top vijf van Afrika te bereiken. ‘We zijn nu bezig met het organiseren van een drieluik in juni, tegen Portugal en Gibraltar. Ook proberen we een wedstrijd tegen Luxemburg te regelen’, vertelt Haantjes. ‘Uiteindelijk moeten we rond de zeventigste plek op de wereldranglijst staan om ons bij de top vijf van Afrika te voegen. Dat is te doen. Vier of vijf keer winnen en je bent er al.’

Eind januari speelden de vrouwen hun eerste interland in de geschiedenis van Marokko, op Rotterdam. Ze namen het op tegen Zwitserland, de nummer 38 van de wereld, getraind door Jorge Nolte. Het werd 4-0 voor Zwitserland. Een teken dat er nog een hoop werk te verzetten is. Maar er zit zeker potentie in de ploeg, stelt Haantjes.

‘In 2031 moeten we er staan, op het Afrikaans kampioenschap. De meiden die nu 17 zijn, zijn dan 22. Tegen die tijd ligt er een stevig fundament, eventueel aangevuld met speelsters uit het belofteteam, of uit Duitsland of Frankrijk. Dan zouden we genoeg kwaliteit moeten hebben om mee te strijden om dat olympisch ticket. Daar ben ik van overtuigd.’


1 Reactie

  1. DaanvanStraaten

    Schitterend verhaal! Wat een onderneming! Uit het niets het team van Marokko opbouwen. Hopelijk kan ik de ontwikkelingen volgen via hockey.nl. Heel veel succes en plezier!


Wat vind jij? Praat mee...