Dennis Warmerdam voert een nieuwe strijd: ‘Ik lach nog steeds’

Hij werd het toonbeeld van veerkracht in het Nederlandse tophockey. Dennis Warmerdam overwon een tumor in zijn arm, maakte een sprookjesachtige comeback en haalde zelfs nog Oranje. Een half jaar geleden beëindigde de 31-jarige oud-international zijn hockeyloopbaan na mooie jaren bij Bloemendaal en Pinoké. Hij schreef een boek, trouwde en verwacht dit jaar zijn eerste kindje. Het leven lachte hem toe. Totdat in december het meedogenloze bericht kwam dat zijn oude ziekte weer in zijn lijf zit. 

‘Ik voel me goed. Er ligt een goed behandelplan. Ik word nu elke werkdag bestraald bij mijn pols. Daar zit het probleem. Op die plek is mijn huid door de behandeling een beetje geïrriteerd en zijn mijn spieren wat stijf. Verder ben ik wat sneller moe. Ik slaap soms overdag, maar heb geen pijn.’ Hij kijkt op: ‘Je ziet het aan me. Ik lach nog steeds.’

Het is een dinsdagochtend in januari als Warmerdam zijn verhaal doet, in een koffietentje in Amsterdam. Hij komt net terug van de fysio, waar hij zijn conditie op peil houdt. Daarvoor was hij ‘even’ in het ziekenhuis, voor alweer zijn zestiende bestraling. ‘Klinkt heftig, ik weet het. Maar van de bestraling zelf voel ik niets. Binnen een half uur sta ik weer buiten.’

Warmerdam na zijn laatste wedstrijd als tophockeyer, afgelopen lente bij Bloemendaal. Foto: Koen Suyk

Een hele harde klap

Het past helemaal bij zijn nuchtere en open houding. Realistisch positief, zoals-ie het zelf graag noemt. En dat terwijl hij alle reden heeft om kwaad, verdrietig of pessimistisch te zijn. ‘Ik ben ook heus wel verdrietig geweest. En ik probeer de emotie ook bewust toe te laten. Dat helpt. Want natuurlijk is dit een hele harde klap. Maar je schiet ook heel snel in een verdedigingsmechanisme. Wat kan ik doen om mijn situatie te verbeteren? Ik kan wel denken: waarom gebeurt mij dit nu? Waarom nóg een keer? Maar daar heb ik geen reet aan.’ 

Hij heeft voor zichzelf een plan gemaakt waar hij zich op kan focussen. ‘Noem het een soort trainingsschema. Met voeding, bewegen, rusten maar ook acupunctuur bijvoorbeeld. Ik geloof dat je als patiënt ook een rol kunt spelen in dit hele verhaal, door zo fit mogelijk te zijn. Het geeft me een gevoel van regie in een onzekere periode.’

Hij kijkt tijdens het gesprek vaak naar de pols van zijn rechterarm. Inderdaad, ook de arm waar acht jaar geleden een tumor werd geconstateerd. ‘Daar voelde ik een bultje’, vertelt Warmerdam. ‘In de zomer merkte ik dat op. Maar eerst dacht ik er niet echt over na. Zal wel een vervormd botje zijn, daar was ik heilig van overtuigd. Ze hebben acht jaar geleden mijn arm compleet opnieuw in elkaar gezet. Hij is verre van standaard. Dan kan het best gebeuren dat door inspanning en kracht een botje vergroeit. Bovendien had ik er verder helemaal geen last van.’

Maurits Visser, Jorrit Croon, Dennis Warmerdam en Thierry Brinkman na de Pro League-winst in 2022. Foto: Willem Vernes

Alsof hij terugging in de tijd

Het harde bultje, bij zijn polsgewricht, ging niet uit zichzelf weg en werd groter. Warmerdam wilde zekerheid en liet het plekje checken. ‘Op 27 november’, klinkt het wrang. ‘De dag waarop ik in 2017 hoorde dat ik kanker had. Het was dus een beladen dag. In het ziekenhuis zeiden ze al snel: ‘Heb je de laatste tijd iets geks gedaan met je arm? Vaak een andere beweging gemaakt?’ Toen werd duidelijk dat het geen vergroeid botje was. Eigenlijk wist ik toen al genoeg. Had ik een probleem? Was het weer mis?’

Anderhalve week later kwam het nieuws. Het was inderdaad mis. Het bultje bleek een tumor. Kwaadaardig. ‘Achteraf bleek dat dit er altijd heeft gezeten. Ik heb het dus niet ‘opnieuw’ gekregen. Na de vorige operatie wisten we dat er een minieme kans was dat er nog hele kleine restjes slechte cellen over waren gebleven. Maar dat was geen zekerheid, waardoor we die plek toen niet behandeld hebben. Ik liet het wel vijf jaar lang, jaarlijks controleren. Telkens was het goed. Niets geks te zien.’

Zijn ziekte werd een afgesloten hoofdstuk voor Warmerdam. Tot iets meer dan een maand geleden. Zijn wereld stond op de kop. Opnieuw leeft hij weer aan de hand van zijn medische agenda. ‘Bizar. Alsof ik terugging in de tijd. Het weer acht jaar geleden was. Dat is soms een voordeel omdat je er meer vanaf weet. Ik ben rustiger. Weet beter wat er komt. En wat wel en niet werkt voor mij.’

Dennis Warmerdam in de EHL afgelopen seizoen. Foto: Bart Scheulderman

‘Maar het is ergens ook een nadeel. Ik ben er heel bewust van dat het allemaal nog even gaat duren. Juist omdat je alles al een keer hebt meegemaakt.’ Hij schiet in de lach. ‘Als je een boek hebt geschreven over hoe je bent omgegaan met zo’n ziekte, komen de woorden nu als een boemerang op je terug. Dat is surrealistisch, hoor. Toch helpen de lessen uit de vorige periode mij nu in dit proces ook weer vooruit. Ik heb alle vertrouwen in de afloop.’ 

Natuurlijk zit hij in een andere levensfase. Acht jaar geleden was hij een aanstormend talent dat Oranje wilde halen. Daar moest alles voor opzij. Dit seizoen speelde hij lekker in de luwte, bij zijn oude vrienden in Pinoké Heren 2. ‘Ik zou het fantastisch vinden om weer met die gasten op het veld te staan. Maar ik vind het nu veel belangrijker dat ik mijn hand goed kan bewegen om straks goed voor die kleine te zorgen. Dat ik zonder problemen luiers kan verschonen. Ons kindje in bad kan doen. Dat soort kleine dingen.’

Ik vind het nu belangrijker dat ik mijn hand goed kan bewegen om straks goed voor die kleine te zorgen. Dat ik zonder problemen luiers kan verschonen Dennis Warmerdam

Daar zit zijn grootste onzekerheid. Wat kan hij straks nog met zijn rechterarm? ‘Door de bestralingen worden ook goede cellen aangetast. In maart word ik geopereerd. Dan halen ze de tumor weg. Dat lukt, al weet ik nog niet precies wat de schade wordt.’ Hij schuift zijn trainingsjack omhoog. Weer die blik op zijn hand: ‘Kijk, deze duimpees zit sowieso in het gebied dat geopereerd wordt. De pezen van mijn wijsvinger zitten daar ook in de buurt. Maar wat daarmee gebeurt? Ik heb nog geen idee.’

Ondertussen leven Warmerdam en zijn vrouw Charlotte toe naar de komst van hun dochter, die in april wordt verwacht. ‘Natuurlijk wil je die periode niet zo tegemoet gaan. Maar ik haal er ook heel veel kracht uit. Door tegenslag beleef je hoogtepunten ook intenser. Verf je op de middag na een bestraling een kinderkamer. Gistermiddag was ik op een bevallingscursus. Ook dat is de realiteit. Een betere afleiding bestaat niet. Verdriet en geluk kunnen echt naast elkaar bestaan. Dat merk ik elke dag.’


Wat vind jij? Praat mee...