KNHB zet WK in om iedereen te tonen ‘hoe leuk het bij ons is’

Rond het Wagener Stadion wordt hard gewerkt aan de voorbereidingen voor het wereldkampioenschap hockey in augustus. Volgens Erik Gerritsen, directeur van de KNHB, en Victor Brouwer, KNHB-bestuurslid en toernooivoorzitter van het WK, wordt het toernooi niet alleen een sportief hoogtepunt. Ook niet-hockeyers en oud-hockeyers moeten (weer) verliefd worden op onze sport.

We zitten midden in de Olympische Winterspelen en kijken vooruit naar een sportrijke zomer met onder andere het WK voetbal. Hoe lastig is het om tussen al die sportevenementen de WK-hockeykoorts op te wekken?
Victor Brouwer: ‘Ik word al helemaal enthousiast als ik denk aan deze onwijs gave sportzomer. Dat er zoveel sport is, vind ik alleen maar mooi. Als ik de geluiden om me heen hoor, weet ik zeker dat al die hockeyfans staan te popelen om hier straks heen te tuffen. Ik ben ervan overtuigd dat we straks elke dag een volle bak hebben. Sterker nog, ik denk dat we tijdens het toernooi zeggen: we kunnen helaas maar 10.000 man kwijt.’

Erik Gerritsen: ‘Ik merk het bij de clubs, op het bondsbureau, maar ook erbuiten dat zo’n dubbel WK echt veel groter is dan bijvoorbeeld de EK’s die we het afgelopen decennium hebben gehouden. De voorbereiding is niet alleen veel intenser, het spreekt ook veel meer aan. Dat heb ik in mijn rol nog niet eerder meegemaakt. Ik vond het mooi op te zien hoe het WK hockey op 1 januari bij het jaaroverzicht op de NOS tussen al die grote sportevenementen stond waar zij actief mee aan de gang gaan en een podium geven.’

Victor Brouwer, toernooivoorzitter van het WK 2026, in het Wagener Stadion. Foto: Bart Scheulderman.

Jullie verwachten elke dag een uitverkocht Wagener Stadion. Hoe gaat het eigenlijk met de kaartverkoop?
Brouwer: ‘Dat is altijd een golfbeweging. We zijn vorig jaar begonnen met een clubactie, waarbij we onze verenigingen, onze leden, voorrang hebben gegeven om met een mooie aanbieding kaarten te bestellen. Die actie was een succes.’

Gerritsen vult aan: ‘Ik vond het opvallend dat naast de grotere verenigingen uit de Randstad en Brabant, ook clubs uit de andere delen van Nederland massaal kaarten hebben besteld. Zeg maar van Sneek tot Cadier en Keer. Het geeft aan dat dit WK leeft bij onze hele achterban. Daar ben ik blij om. Onze eigen hockeyers zijn de basis, die willen we alle kans en ruimte geven om bij dit hockeyfeest te zijn. Voor de clubs die de actie hebben gemist, houden we daarom tot vlak voor de WK-loting op 17 maart een nieuwe actie.’

Dat feest wordt in Nederland gehouden in het Wagener Stadion. Dat ziet er momenteel niet bepaald uit als een feestlocatie. De hoofdtribune staat, de andere tribunes liggen plat. In jullie plannen had hier een compleet volledig vernieuwd stadion moeten staan. Doet het pijn dat dat niet is gelukt?
Gerritsen: ‘Zeker. Onze sport verdient een permanent nieuw stadion met een nationaal trainingscentrum. Het is tot nu toe niet gelukt om de financiering daarvoor voor elkaar te krijgen. Het heeft politiek niet meegezeten door kabinetten die vielen waardoor beslissingen zijn uitgesteld. Onze ambitie staat echter nog overeind. We hebben goede hoop dat we het WK kunnen benutten om de benodigde steun alsnog te krijgen.’

Het Wagener Stadion gezien vanaf de hoofdtribune. De andere, oude tribunes zijn gesloopt. Foto: Bart Scheulderman

‘Het publiek gaat er qua beleving niets van merken dat er geen nieuw stadion is’, haast Brouwer zich te zeggen. ‘Voor elk groot hockeytoernooi in het Wagener worden extra tribunes bijgebouwd. Dat is nu niet anders. Eigenlijk is het technisch makkelijker om op een leeg terrein tijdelijke tribunes te bouwen, dan die op de oude tribunes te plaatsen. Daarom zijn ze gesloopt. De tribunes die er nu komen, zijn comfortabeler en ook beter qua zichtlijn dan de oude tribunes en uitbreidingen die we er normaal bijplaatsen. Het gaat er geweldig uitzien.’

Fanzone op WK

De plannen met het WK zijn groots. Naast het hockeyevenement komt er grote fanzone met dagelijkse programmering. Is het al duidelijk hoe dat eruit gaat zien en wat de invulling wordt?
Gerritsen, wijzend uit het raam van het Wagener: ‘Het hele veld achter de hoofdtribune wordt een fanzone inclusief de hospitality voor de bedrijven, met op de kop een groot podium en een grote bar in het midden. Er kunnen vijf-, zesduizend man op het veld staan. Daar komt elke dag een uitgebreide programmering. Met optredens en artiesten, maar ook met beelden van wedstrijden die in België gespeeld worden en met presentaties en sprekers. Aan de precieze line-up en programmering wordt hard gewerkt, maar het gaat elke dag feest worden.’

Brouwer: ‘Naast feest, is er ook plek voor hockey. We leggen in de fanzone Hockey5-veldjes aan. Ik zie het al voor me: muziek eronder, gaaf snel spel, doelpuntje maken, omdraaien en een biertje drinken.’

Welk gevoel moeten mensen hebben als ze na een WK-dag naar buiten lopen?
Brouwer: ‘Dat jij met je kinderen concludeert: jammer dat het afgelopen is.’

Gerritsen: ‘En dat die 45-jarige ex-hockeyer denkt: dit is waarom ik hockey vroeger zo leuk vond. Waarom zou ik me niet weer aanmelden bij een club?’

Hoe denken jullie dat te bereiken?
Gerritsen: ‘Het succes van hockey is onze fijne familiesfeer, de gezelligheid. We willen het WK benutten om die sfeer naar meer mensen te brengen. Dus ook naar niet-hockeyers. Te laten zien waarom het zo leuk is bij ons. We moeten dat wel doen op een manier waardoor zij zich welkom voelen. Daarom noemen we straks een feestavond in de fanzone ook niet een grote thé dansant, want dat begrijpt geen sportliefhebber buiten het hockey. We moeten als hockey onze cultuur bewaken en benutten, maar wel toegankelijker worden.’

Een zekere luchtigheid vind ik wel welkom in de sport.’ Erik Gerritsen, directeur KNHB

Als we als redactie van hockey.nl op zaterdag en zondag op clubs langs de lijn aanwezig zijn, is het lang niet altijd zo gezellig. Ouders moedigen hun kinderen aan alsof het de Champions League is, veteranen bestrijden elkaar soms op leven en dood. Herken je dat?
Gerritsen: ‘Dat is een spanningsveld waar meerdere sporten, waaronder de hockeysport, mee te maken heeft. Sport wordt serieuzer en meer op prestatie gericht voor steeds meer mensen. Terwijl laagdrempeligheid, toegankelijkheid en plezier de kracht van sport en zeker ook van het hockey zijn. Het is toch leuk om met elkaar te hockeyen? Je hebt lol op het veld en eromheen. Een zekere luchtigheid vind ik wel welkom in de sport.’

WK impuls voor clubs

Hoe krijg je die luchtigheid terug bij verenigingen?
Gerritsen: ‘Ik denk niet dat we dat zo een-twee-drie overal terugkrijgen. Maar we moeten het wel propageren. Clubs moeten meer evenementachtige dingen door het jaar heen organiseren voor de breedtesport. Met extra aandacht van een DJ, en feestje met extra aankleding. Doe dat zes tot acht keer per seizoen heel goed en verwacht niet meer dat dat vanzelf ontstaat.’

Brouwer: ‘We moeten die hockeysfeer houden, maar wel moderniseren.’

Jan Dirk van der Zee, directeur van voetbalbond KNVB, sprak onlangs op het jaarlijkse hockeycongres over een toekomst van kleinere wedstrijdvormen voor jongeren en ouderen. Hoe zien jullie die ontwikkeling?
Gerritsen: ‘Ik onderschrijf zijn visie en zo staan wij er bij de KNHB ook al enige tijd in. Hij sprak zijn verwachting uit dat de prestatie- en wedstrijdsport gewoon elf-tegen-elf blijft en de recreatieve sport voor een groot deel op termijn naar kleinere aantallen gaat. Gewoon, omdat het leuker is, met meer balcontacten, meer spelplezier. Dat zou bijvoorbeeld een functie kunnen zijn die Hockey5s invult voor 16-24 jarigen en 35-45 jarigen die al hockeyervaring hebben.’

Dat past ook bij die luchtigheid?
Gerritsen: ‘Absoluut. Je kunt dat op een vrijdagavond doen met wedstrijdjes van twintig minuten. Dan verlies je er één met 6-4, ga je even naar de kant en begin je opnieuw. Je speelt niet voor het kampioenschap en er wordt niet gekeken of spelers wel of niet speelgerechtigd zijn.’

Brouwer: ‘Het is belangrijk dat we als vereniging zeggen en uitstralen: je hoort bij ons. Niet alleen als je 22 zondagen beschikbaar bent. Maar ook als je drie vrijdagen per jaar Hockey5’s speelt.’

Wat houdt clubs tegen om dit soort initiatieven te nemen?
Gerritsen: ‘Het vraagt een andere manier van organiseren. De traditionele besturen en commissies hebben hun handenvol om de club te runnen. Wil je dit soort dingen succesvol en met een zekere schaalgrootte gaan doen, dan is ondersteuning nodig van een ondernemend, misschien wel professionals gerunde organisatie.’

Hoe kan de bond clubs daarbij helpen?
Gerritsen: ‘Wij moeten als bond clubs dingen aanreiken, ze stimuleren en inspireren. Helpen met nadenken over hoe je dat kan organiseren. Goede voorbeelden eruit halen en verspreiden. Misschien pilot-evenementen helpen organiseren om successen te behalen.’

Hoe kan het WK de clubs een impuls geven?
Gerritsen: ‘We gaan echt proberen op het WK die afgehaakte 16- tot 24-jarige de leuke kant van de hockeysport te laten zien. Weer in contact brengen met alle facetten van hockey. Hetzelfde geldt voor afgehaakte 35 tot 45-jarigen, die je door een geweldige hockey-ervaring op het WK misschien weer terug kan krijgen naar de sport.’


Wat vind jij? Praat mee...