Benninga: icoon van Amsterdam, maar geen grote fan van de club

In de serie ‘Amsterdam 125 jaar’ blikt hockey.nl in dit jubileumjaar terug op markante momenten uit het verleden van de oudste en meest succesvolle club van Nederland, met 21 landstitels bij de mannen en 19 bij de vrouwen. Vandaag icoon Carina Benninga (54), die als aanvoerder van Amsterdam drie keer landskampioen werd en olympisch goud won in 1984.

In haar kantoor in Amsterdam Oud-Zuid liggen de inspiratieboeken voor het oprapen. Ze was een leider in haar hockeyteams, zowel bij Amsterdam als bij het Nederlands elftal. Nu is ze coach van teams en individuen in het bedrijfsleven. Haar opa was een van de oprichters van Het Parool. Haar moeder overleefde concentratiekamp Bergen-Belsen. ‘Ik kom uit een Joods elitair en intellectueel milieu. Daar heb ik veel van meegekregen. Maar wij van mijn moeders kant zijn meer van de sportieve tak. Mijn moeder heeft ook op Amsterdam gehockeyd.’ 

Vlaggendraagster bij de Olympische Spelen van Barcelona

Eigen carrière bij Amsterdam

‘Het team waarmee we landskampioen werden was een geweldig leuk team. Ik voelde me op de een of andere manier wel altijd iets ouder dan de anderen. Ik ben voor teams waar vriendschap en topsport samengaan. Ik denk dat topsport en vriendschap samen kunnen gaan. Het hoeft niet. Het helpt wel. Je ziet het als een team niets met elkaar heeft. Wij trainden vroeger met Amsterdam Dames 1 heel hard. Maar we hebben ook ongelofelijk hard met elkaar gelachen. Joep Brenninkmeijer was als coach altijd voorstander van heel veel conditietraining. Dus waren wij superfit. Wij trainden zó hard. Dat verbond ons. Eindeloos veel sprintjes en heuvels door het Amsterdamse Bos. Wij waren gedreven en spaarden elkaar niet. Het was de tijd dat niet Den Bosch maar HGC of Amsterdam altijd landskampioen werd.’

Carina Benninga, Margriet Zegers, Sandra Le Poole, Irene Hendriks, Sophie von Weiler en Fieke Boekhorst in Oranje. Foto: Jeroen van Bergen

De club Amsterdam

‘Ik denk dat de club Amsterdam niet wezenlijk is veranderd sinds ik er hockeyde. Amsterdam is geen echte club. Er is geen ranja na de training. Het is gewoon niet zo gezellig. Als je kijkt naar professionaliteit en naar de eerste seniorenteams en de eerste jeugdteams: fantastisch. Maar in de breedte kan het zoveel beter. Misschien heb ik een verkeerd beeld, omdat mijn zoon in jongens C3 zit. Maar het niveau van de trainingen is matig. Er is geen masterplan voor de brede jeugd. Kijk bijvoorbeeld naar Pinoké. Daar wordt veel georganiseerd voor de jeugd op de club. Daar eet je pannenkoeken met elkaar op een woensdag- of vrijdagmiddag. Dat gebeurt niet op Amsterdam.

Neem het lustrumfeest. Zelfs iemand als mijn oude coach en clubicoon Joep Brenninkmeijer en zijn vrouw Nelleke, jaar in jaar uit top-manager van Heren 1 kregen geen kaarten voor het lustrumfeest. Zelfs Jons Hensel (oud-voorzitter, red.) niet en nog meer hondstrouwe supporters. Zij hebben dag en nacht klaargestaan voor de club. Dat is typisch Amsterdam en kun je in mijn ogen niet maken. Om niet te varen op de mensen die de club jaar in jaar uit beter hebben gemaakt. Amsterdam is arrogant. Een topclub. Maar geen breedteclub. Ook als Dames 1 waren wij een eiland op de club, zelfs toen we Europees kampioen werden. Dan loopt bij Den Bosch de hele club uit. Maar bij Amsterdam niet.’

In alles een coach

‘Ik begeleid al twintig jaar mensen in hun loopbaan. Dat zat er altijd al in. De basis daarvan heb ik geleerd door tophockey. Hoe moet je van A naar B en alles wat daarvoor nodig is. Dat is altijd mijn kracht geweest. Vroeger begeleidde ik meer teams. Nu coach ik meer individuen. Het is m’n passie om mensen verder te helpen. Van vier gesprekken tot een traject van anderhalf jaar. De essentie is veelal zingeving, wat staat me in deze fase van mijn leven te doen en wat is de volgende stap? Hoe komen mensen meer met zichzelf in balans? Die persoonlijke groei is waar ik zelf ook al sinds 1988 via trainingen en studies mee bezig ben. Vaak zijn mensen even de regie over zichzelf kwijt en zijn ze over hun eigen grenzen gegaan. Dan zijn ze bijvoorbeeld gaan werken bij een bedrijf met een bepaalde cultuur en dan gaan ze zich daar teveel naar gedragen. Dan hebben ze hun innerlijke leiderschap uit handen gegeven. Dat zelfleiderschap, dat is belangrijk door je hele leven heen.’

Carina Benninga geeft aanwijzingen. Foto: Jeroen van Bergen

Persoonlijk

‘Ik ben mezelf ook weleens kwijtgeraakt. Dat was toen ik de overstap maakte van hockeyster naar coach, na de Olympische Spelen in Barcelona, waar we zesde werden. Ik was daar aanvoerder. Er was geen vriendschappelijke sfeer. Toen ben ik daarna naar Amerika gegaan, waar ze vroegen of ik coach wilde worden richting de Olympische Spelen van Atlanta. Dat is goed geweest. Toen ik als 40-jarige stopte als hockeycoach en uit de hockeywereld stapte ben ik echt een nieuwe carrière begonnen. Het was voor mij gezond om uit de hockeywereld uit te stappen. Hockeycoach zijn vraagt ook veel discipline. Ik had kinderen. Ik was ’s avonds en in de weekenden non-stop aan het werk. En dat ging maar door. Het was genoeg voor mij. Ik vond het heerlijk dat andere mensen me niet kenden van het tophockey. Dat had ik nodig om te ontdekken wie ik ben. Mijn leven ging over winnen. Ruimte om niet te presteren was er niet. Maar ik heb geleerd om ruimte te nemen om te leven en niet elke dag weer beter te zijn. Misschien dat ik ooit nog wat in het hockey ga doen, met een jonge trainer naast me. En dan een mooi team bouwen. Die liefde voor het hockey zit er zeker nog. Voorlopig ben ik coach van meisjes C6 van Pinoké, waar mijn dochter hockeyt.’ 

Elsemieke Havenga en Carina Benninga bij een presentatie op het WK in Den Haag. Foto: Willem Vernes

Topsport Amsterdam

‘Ik ben dit jaar toegetreden tot de Raad van Toezicht van Topsport Amsterdam. Ik vind het belangrijk om iets terug te geven van mijn topsportcarrière en mee te denken. Het zou te gek zijn als Amsterdam nog meer een sportstad kan worden en sporters uit het buitenland hier goede faciliteiten krijgen om te trainen. Als je de as van het Olympisch Stadion, de sporthallen, de voetbalvelden, de tennisbanen, de Bosbaan, maneges en de hockeyvelden nog beter met elkaar zou kunnen gebruiken. Dat zou goed voor de stad zijn. Dan is Amsterdam geen blowcity, maar een sportcity.’

In november verschijnt het lustrumboek met veel verhalen over 125 jaar Amsterdam. Het boek is nu al te bestellen.


3 Reacties

  1. rob-groenemeijer

    Carina Benninga heeft kritiek, maar kent de feiten niet. Dat is jammer.

  2. Josm

    Ik ben van mening dat Carina de spijker op zijn kop slaat Rob

  3. albertmonpellier

    Rob? ik zou zeggen ga met Carina de discussie en zoek naar de waarheid tijdens tijdens deze discussie. En roep niet zomaar iets over feiten! Carina is niet dom!


Wat vind jij? Praat mee...