Een ode aan de pieldoos

Met de dood woensdag van voetbalheld Maradona is een de grootste dribbelaar ooit overleden. Het doet beseffen dat ook de dribbelaars in het hockey – pieldozen – steeds vaker een zeldzaamheid zijn op de velden. Een ode aan een uitstervend ras.

Het eerste wat kinderen leren als ze op hockey gaan is met een hockeystick proberen de bal zo goed mogelijk onder controle te krijgen en van links naar rechts te halen. Dat noemen we pielen, of de Indian Dribble. De basis van het hockey. Hockey begint met pielen aanleren en daarna zo snel mogelijk pielen afleren. Hockeyers die maar blijven pielen noemen ze pieldozen.

Voor de liefhebbers zijn pieldozen baltovenaars en meesters van de vierkante meter. Critici vinden het maar niks. Het zijn egoïsten en balverliefde eenlingen die altijd op zoek gaan naar de briljante actie en geen oog hebben voor het teambelang. Pieldozen halen het bloed onder de nagels van hun teamgenoten vandaan.

‘Hij gaat toch zelf’, ‘Altijd weer die kop naar beneden’, ‘Is-ie blind of zo?’. Op een goede dag krijgt de pieldoos krediet van zijn teamgenoten, want dan maakt hij of zij acties waar het team wat aan heeft. Elk balcontact is raak, verdedigers worden dolgedraaid, strafcorners versierd en solo’s bekroond met een doelpunt.

Sophie von Weiler werd ook Maradona genoemd. Fotobewerking: Ramon Min

De Indian Dribble

De ware pieldoos houdt niet van afspelen. De pieldoos wil het tegenovergestelde. De bal moet ten allen tijde aan de eigen stick kleven. Als je van de bal houdt en de liefde wederzijds is, wil je hem in bezit houden, hem koesteren, aaien en nooit meer loslaten. Het heet balverliefd en is zowel een zegen als een vloek. Voor solisten is het loslaten van de hockeybal, ook wel pass genoemd, net zo onnodig als heel hard remmen als ze in eindelijk in een snelle auto op de Duitse Autobahn rijden. De indian dribble is voor pieldozen de reden dat ze hockeyen.  

Voor de solist is intuïtie de brandstof. Toen Diego Maradona in de kwartfinale op het WK in 1986 voor de eigen middenlijn aan een solo begon die hem langs vijf Engelsen en een keeper bracht, had hij bij zijn aanname waarschijnlijk niet bedacht wat hij ging doen. Hij was verstopt tussen twee middenvelders, draaide om zijn lengteas en raakte meteen twee man kwijt.

Hij bleef dribbelen, zag een nieuwe ruimte, passeerde een paar spelers, liep door, zijn teamgenoten deden ondertussen mee zodat ze ruimte voor hun vedette schiepen. Maradona zag dat de keeper vast stond en liet hem spartelen. Geen een pieldoos heeft ooit een briljante solo gemaakt die van tevoren is bedacht. Pieldozen zijn avonturiers pur sang, op weg naar een onbekende bestemming.

Aymar, Shahbaz, Von Weiler

Er zijn twee soorten pieldozen. De buitenspelers, de echte eenlingen die hun eigen wedstrijd spelen en een decor zoeken voor hun talent. En de spelmakers, de nummers 10, die zowel aangever als dribbelaar zijn, zoals Maradona.

De beste dribbelaars in het hockey worden steevast de ‘Maradona van het hockey’ genoemd. De Pakistaan Shahbaz Ahmed, wereldkampioen in 1994, is de Maradona bij de mannen. De ‘man with the electric heels’. De Argentijnse dribbelkoningin Luciana Aymar, wereldkampioen in 2010, is de Maradona bij de vrouwen, met haar eigen standbeeld in Buenos Aires. Allebei dribbelden ze hun team naar een wereldtitel. Ook de Nederlandse hockeylegende Sophie von Weiler kreeg de bijnaam ‘Maradona van het hockey’, met haar kleine gestalte en twee wereldtitels.

Luciana Aymar op het WK in Den Haag. Foto: Willem Vernes

Welten kan fantastisch dribbelen en scoren

In het moderne hockey is tweevoudig wereldkampioen Lidewij Welten een van de laatste rasdribbelaars. Als zij de bal aanneemt, houdt de toeschouwer even de adem in. Op een goede dag is Welten onhoudbaar en slalomt ze langs meerdere topverdedigers alsof er ze er niet staan. Zij gaat als een klassieke dribbelaar nooit rechtdoor, maar maakt dribbels met bizarre hoeken, onmogelijk om te verdedigen.

Florian Fuchs, de Duitse aanvaller van Bloemendaal, is in essentie ook een pieldoos. Een keizer op de vierkante meter. Als het bij Bloemendaal niet loopt, switch hij van nature naar een pielmodus. Zijn solo en afrondende lobje over keeper David Harte tegen Kampong in 2019 brachten de landstitel voor het eerst in negen jaar op ’t Kopje.

Jorrit Croon (Ned) van Nederland tijdens de Pro League hockeywedstrijd heren tegen België. Foto: Willem Vernes

Wisselschema

Wellicht was hij geïnspireerd door teamgenoot Jorrit Croon, die met een geslaagde 3D-dribbel in de eerste wedstrijd om de titel liet zien wat er mogelijk is met een hockeybal. De pieldoos mag dan een uitstervend ras op de hockeyvelden zijn, ze beslissen gelukkig nog steeds belangrijke wedstrijden. De succesvolle pieldoos mag best wat meer gekoesterd worden door zijn teamgenoten.

Resteert nog een vraag. Als Maradona een hockeyer was, zou hij dan in het wisselschema hebben gepast?

 


8 Reacties

  1. benzinewagen

    Ik denk dat Wouter Leefers, Taco vd Honert, Stefan Veen en Robbert Delissen hier ook nog wel bijpassen

    1. benzinewagen

      Sorry: Marc Delissen

  2. Eko1001

    Miek van Geenhuizen, Benjamin Stanzl en vooral Lucas Vila, die is daar zo handig in. Jammer dat die niet meer in Nederland speelt. Voor een groot deel van de Argentijnse aanvallers geldt het eigenlijk wel

  3. philchapel

    Heb nog het voorrecht gehad om met idd Wouter Leefers samen te spelen. Prachtig en hoort inderdaad thuis in dat rijtje. En ook een ode aan Robbert vd Peppel, een andere streling voor het oog.

    1. stekel

      Laatst genoegde zeker mooie speler, mits stembanden op uitstaan

  4. opleidenkey

    Het zal aan mij liggen, maar dat moeten anderen dan maar aangeven, maar Welten is nou niet bepaald mijn voorbeeld van een technische pielemoos. Eerder als tank die met haar snelheid en kracht door verdedigingen heen vliegt. Beetje als Matla, dat is nog meer een beuker. Dat is waar het dames hockey heen gaat en waar m.i. de dames het in de nabije toekomst gaan verliezen. Steeds meer wordt het op de fysiek gegooid en gaan we mee in de Russen, Chinezen, Aussies, etc., in plaats van de technische voorsprong die we altijd gehad hebben. Het zal een mix van de 2 moeten blijven willen we vooraan blijven meedoen. Geen alleen op 100% tempo wedstrijden spelen maar juist variëren in tempo. En dan heb je naast een hele goede basistechniek ook een paar echte pielemozen nodig, ik roep Ketels, de Goede, maar ook een Dicke. Er zijn er nu echt te weinig bij de dames, net als spelers met echt inzicht trouwens. Jammer hoor!

    1. stekel

      👍 maar daar is het niet om te doen.. helden creëeren ..

  5. coach-devries

    @Sander Collewijn kleine ode aan jezelf ook? ;-) Maar niettemin leuk stuk weer!


Wat vind jij? Praat mee...