Interview Erik Cornelissen: de openingsfase

Erik Cornelissen kijkt in dit interview naar zijn openingsfase als voorzitter van de KNHB. Wat is de tussenstand in Nederland hockeyland? De voorzitter aan het woord…

Tophockey

“Goud. Daar gaan we altijd voor. Halve finales zijn niet genoeg. Maar zelfs van Korea of Canada win je niet zomaar even. Die zijn het hele jaar door aan het trainen, zijn waanzinnig fit. En met 4x 15 minuten kun je continu doorwisselen, vol energie erin gaan.

Vroeger konden we wegkomen met een korte voorbereiding. Nu moet je om dat laatste stapje te maken het hele jaar volle bak trainen en heb je een langere voorbereiding nodig. Maar de stap naar goud is niet zo groot als wel wordt gesuggereerd. Hoe de mannen Rio hebben gehaald is gewoon super, met een goede mentaliteit. En de vrouwen hebben al jaren dat hoge niveau, de kunst om dat vast te houden wordt makkelijk onderschat.

Een goede mentaliteit begint al bij de jeugd. Die wordt daarom verteld dat je verantwoordelijk bent voor je eigen keuzes en succes. Niet je ouders. Niet je coach. Dat is een proces van een paar jaar.”

Competitie

“Landen als Australië, Argentinië en India hebben geen clubcompetitie. Die trainen het hele jaar door voor hun land. Terwijl de Engelse internationals alleen maar bij de clubs spelen, en het hele jaar volledig bij het nationale team trainen. En Duitsland legt de competitie gewoon vier tot vijf weken stil.

Dat is in ons land onbespreekbaar. Wij willen play-offs als het druk is op de clubs: in april en mei.

Tussen behoud van onze clubcultuur en de prestaties van de nationale teams ligt een spanningsveld. Bij de heren meer dan bij de dames. We zijn nu veel met de Hoofdklasseclubs in gesprek. We denken na over een competitie met minder clubs of een andere opzet, en over manieren om de Hoofdklasse te beschermen tijdens de drukke internationale kalender. Want de Hoofdklasse met onze internationals daarin is voorons heilig en zal altijd onderdeel van ons model zijn. Zowel voor talentontwikkeling als de clubcultuur is de hoofdklasse cruciaal.”

Familiecultuur

“De kern van onze clubcultuur is de familiecultuur. Niet in de zin van ‘papa en mama achter de bar’. Maar of het nou spelers, vrijwilligers, sponsors of ouders zijn; samen maak je die cultuur. Onderlinge sportiviteit. Respect. Een plek waar je je kinderen met een gerust hart naartoe laat gaan. Maar het is o zo belangrijk dat we samen die veilige, sociale omgeving in stand houden.

Maar niet alles draagt bij aan de sfeer op de clubs. De toenemende prestatiedrang van ouders, kinderen die op jonge leeftijd van club wisselen om dat het gras daar groener zou zijn, geschreeuw langs de kant, privétrainingen voor kinderen omdat ze beter moeten worden. Uiteindelijk is het hockey uniek door de veilige omgeving waar iedereen lekker zichzelf kan zijn. En waar het niet alleen om prestaties gaat.”

Gezonde Sportkantine

“De Gezonde Sportkantine? Ik verbaas me elke keer als ik halve literflessen zogenaamde vitaminedrankjes en grote zakken snoep zie. Het kan allemaal wat gezonder. En gelukkig is dat besef er bij steeds meer clubs. Ik denk dat wij dat met hockey nog redelijk in de hand hebben, maar als je ziet hoeveel jongeren met overgewicht kampen…”

Geen consumenten maar leden

“Ik vind het leuk als bij clubs initiatieven ontstaan. Zoals het 45+ hockey bij de dames en het Shake Hands: de KNHB pakt dit vervolgens graag op om landelijk uit te rollen. Dit gebeurt vooral als we hockeyers blijven zien als leden in plaats van als consumenten. Dus betrek ze erbij, zorg dat ze hun spelvorm op de club doen, dat ze een wedstrijd fluiten en bardienst draaien. Daarom ben je ooit een vereniging begonnen.”

Spelregels

“Ruim 80% van de ontwikkelingen zijn goed voor het hockey. Neem de self-pass. Het tempo is enorm omhoog gegaan – helemaal vergeleken met voetbal – en voor gezeur tegen de scheids is geen tijd.

We moeten alleen niet doorschieten. Omdat het internationaal bepaald wordt, hebben we het niet in de hand. Heel eerlijk gezegd zijn we over de internationale 4 x 15 minuten niet enthousiast. Het is netto tijd waardoor je per saldo 70 minuten zou spelen. Maar dat is gewoon niet zo.

Idealiter hebben we voor alle hockeyers dezelfde regels, maar soms starten we er alleen mee in de Hoofdklasse om internationale aansluiting te houden of maken we een onderscheid tussen jeugd en senioren. ‘Sticks’ bijvoorbeeld, vinden we veilig voor senioren, maar niet voor de jeugd. Groene kaart ‘twee minuten eruit’ is heel goed door het directe effect ervan.

Niet alleen de regels maar ook de ontwikkeling van de techniek, zoals de backhandslag, is enorm positief. Niet-hockeyers zijn allemaal razend enthousiast dat we zo innovatief zijn. En als het niet werkt, zijn we niet bang het terug te draaien. Het zijn meestal de hockeyers zélf die piepen als er weer nieuwe regels zijn.”

Wagener Stadion

“We hebben met het Wagener een stadion met waanzinnig veel waarde. Buiten Nederland misschien nog wel legendarischer dan hier. En juist voor de grotere toernooien, zoals een dubbel EK in 2017 heb je een capaciteit nodig van tien tot vijftienduizend mensen, om de concurrentie met andere landen aan te gaan.

Waarom knap je dat dan niet op? Geen grote nieuwbouw, geen tientallen miljoenen. Heel realistisch opknappen zodat het de komende twintig tot dertig jaar door kan. Aan het stadion- en evenementenbeleid in de rest van het land zal het niks veranderen. Wij investeren 1,5 miljoen en verdienen de helft terug. Het is nu aan de gemeente Amsterdam of die ook wil investeren.

Daarnaast willen we zoveel mogelijk goede accommodaties in het land hebben: Den Bosch, Eindhoven en Kampong zijn ermee bezig. Rotterdam heeft al een mooie accommodatie. Met capaciteiten van twee tot ca. vijfduizend toeschouwers zijn die zeer geschikt voor de kleinere toernooien. Met de nationale teams gaan we ook het land in; naar Sittard, Noordwijk en Gooische en bouwen er tijdelijke tribunes.”

Andere financiële keuzes

“Op een aantal vlakken pakken we het professioneler aan. We gaan naar een centrale competitie-indeling, we hebben een nieuw tophockeyplan met veel aandacht voor talentontwikkeling en we gaan kijken of we meer centrale inkoop voor clubs kunnen organiseren. Denk aan energie of led-verlichting. En misschien kunnen we samen met de clubs en voor de clubs nieuwe verdienmodellen gaan ontwikkelen.

Op dit moment ondersteunen we verschillende evenementen voor de clubs, zoals de play-offs, de EHL en de EHCCC. En we blijven veel met de clubs in gesprek om te horen wat er speelt. Soms helpen we verenigingen met maatwerk. In andere situaties maken clubs gebruik van het aanbod dat wij al hebben ontwikkeld. Van een jeugdbeleidsplan tot kant-en-klare huishoudelijke reglementen. En van een Funkey-lesmap tot de opleiding tot technisch manager. We proberen ook om de clubs aan elkaar te koppelen. Als club A iets goeds heeft bedacht, kan club B daarvan profiteren. ”

Groter dan voetbal?

“Het is zeker niet onze ambitie om voetbal van de troon te stoten: we gaan niet groeien om het groeien. Het behoud van clubcultuur is het belangrijkst. Hoe meer mensen sporten, hoe beter. Hockey en voetbal werken op sommige plaatsen al samen. Ze combineren velden, delen clubhuizen. En er kan nog veel meer.

Wij kunnen ook leren van voetbal. Mijn zoon voetbalt en ik vind het uniek hoe georganiseerd het daar is in de Jongste Jeugd. Ze hebben allemaal een gediplomeerde trainer, zijn goed opgeleid. Kinderen wordt direct discipline bijgebracht. Dat je je spullen op orde hebt, dat je op tijd bent. Maar anderzijds ook plezier hebben.

En hockey is weer een schoolvoorbeeld van hoe je met elkaar om kunt gaan langs de lijn. Na de wedstrijd met je tegenstander wat drinken bijvoorbeeld.”

Het nieuwe hockey.nl

“Dat is een enorme verbetering. Leuk dat je een account kunt aanmaken en straks gepersonaliseerd je informatie kunt krijgen. Het idee om op bredere schaal dan alleen oranje en hoofdklasse hockey te promoten, past helemaal bij de maatschappelijke positie die het hockey altijd al heeft vervuld. En dat altijd zal blijven doen.”


Wat vind jij? Praat mee...