Arno den Hartog: ‘Op de achtergrond genoten van de successen’

Arno den Hartog verruilt na acht jaar zijn functie als technisch directeur bij de KNHB voor die van manager verenigingsdienstverlening. Jeroen Bijl wordt zijn opvolger als technisch eindverantwoordelijke bij de hockeybond. Den Hartog kijkt ernaar uit zich volledig te kunnen toeleggen op het ondersteunen van de 322 hockeyverenigingen in Nederland.

Vanaf 1 mei ben je technisch directeur af bij de KNHB. Dat moet een vreemd idee zijn?
Arno den Hartog: ‘Voor mij is dat helemaal geen vreemd idee. Ik heb al langer geleden aangegeven dat het goed zou zijn als iemand anders deze rol ging vervullen. Ik heb het een kleine acht jaar gedaan. In theorie had ik best verder kunnen gaan. Maar in het belang van het tophockey is het verstandig dat er vernieuwing komt. Iemand die kijkt vanuit andere invalshoeken en zo het tophockey en onze visie verder kan ontwikkelen.’

Is Jeroen Bijl, die per 1 mei begint als jouw opvolger, de juiste persoon om dat voor elkaar te krijgen?
‘Jeroen is deze functie op het lijf geschreven. Hij is oud-topsporter, heeft ervaring als coach en bij NOC*NSF heeft hij de afgelopen jaren bij veel andere sporten in de keuken gekeken. Daar kunnen wij van profiteren. Dat hij niet uit het hockey komt, doet er niet toe. De bondscoaches zijn ervoor verantwoordelijk dat er goed wordt gehockeyd. Wij moeten ervoor zorgen dat de processen om te kunnen presteren goed zijn ingericht. Het beoordelen van die processen gaat niet over het aanleren van nieuwe technieken. Jeroen zal snel kennis opbouwen in het hockey. Maar coaches beoordelen gaat op hoofdlijnen en niet op technische details. En als Jeroen hockeytechnisch iets wil weten, zal ik hem altijd voorzien van informatie. Hij is mijn collega.’

Jij stopt als technisch directeur en wordt manager verenigingsdienstverlening bij de KNHB. Wat buiten de hockeybond niet veel mensen weten, is dat jij al langere tijd die twee functies bekleedt. Hoe komt dat zo?
‘Toen ruim anderhalf jaar geleden Guido Davio vertrok bij de hockeybond (Davio was manager competitie- en verenigingszaken en werd directeur bij de NeVoBo, red.) waren we op dat moment net bezig met de herinrichting van de organisatie op het bondsbureau. Omdat die zaken door elkaar liepen, hebben we besloten dat Erik (Gerritsen, directeur KNHB, red.) en ik de taken van Guido met betrekking tot verenigingsdienstverlening zouden verdelen. In het verleden ben ik bij de bond eerder betrokken geweest bij de ondersteuning van clubs. Het was dus logisch dat ik die taken overnam.’

Arno den Hartog met bondscoach Alyson Annan (Ned) en Sanne Koolen. Foto: Koen Suyk

‘Bij tophockey had ik ook de ruimte om andere zaken erbij te doen door de komst van Gerold Hoeben voor talentontwikkeling en Joost van Geel als prestatiemanager. Die taken lagen daarvoor ook bij mij.
Sinds 1 januari zijn we bij de KNHB in de nieuwe structuur gestart. Ik kijk ernaar uit me straks voor de volle honderd procent op het ondersteunen van onze verenigingen te kunnen richten.’

Wat doet de afdeling verenigingsdienstverlening?
‘Wij gaan vanuit de KNHB de verenigingen actiever ondersteunen. We ondersteunden ze al, maar gaan dat ook doen door accountmanagers door het land te laten reizen. Zij hebben één-op-één contact met de clubs en besturen. We zijn nu drukdoende om, aan de hand van een groep van verenigingen, in kaart te brengen welke behoeftes clubs hebben. Op basis daarvan gaan we de clubondersteuning opnieuw inrichten.’

Je gaat van technische directeur naar manager verenigingsondersteuning. Dat is toch veel minder gaaf?
‘Ik weet eigenlijk niet welke van de twee functies gaver is. Ik vind het een ontzettende uitdaging om voor de besturen en verenigingen de vertaalslag te maken zodat ze nog beter kunnen functioneren. Aan de andere kant is het in de functie van TD ook prachtig de voorwaarden te creëren zodat de Nederlandse teams mooie prestaties kunnen leveren. Dat speelveld is heel anders. Maar beide zijn net zo belangrijk voor de KNHB.’

Als je als technisch directeur je werk goed doet, is een gouden medaille de ultieme bekroning. Wat is het hoogst haalbare als manager verenigingsdienstverlening?
‘Dat ik via de accountmanagers te horen krijg dat verenigingen zich ontwikkelen en zij ons complimenteren voor de wijze waarop wij ze ondersteunen. Daar zou ik heel blij van worden. Clubs vormen de basis voor de hockeybond. Wij willen als hockeybond de verenigingen helpen bij het ontwikkelen van een visie en het maken van goede keuzes. Het is belangrijk dat we werken aan het optimaliseren van de kennisoverdracht van de KNHB naar verenigingen. Kennis bepaalt hoe succesvol je bent. Het belang van goede training en begeleiding is bijvoorbeeld groot. Daarin moet je de goede keuzes maken. Wij helpen clubs daarmee en betrekken er internationals bij. Zo hebben we een tour gedaan met Mirco Pruyser en Billy Bakker over scoren. Met Marcel Balkestein over verdedigen en met Mink van der Weerden over de strafcorner. Dat zijn mooie initiatieven die bijdragen aan de kennisoverdracht.
Maar we zijn er ook voor clubs als ze hulp willen bij het aanvragen van nieuwe velden bij overheden, het ontwikkelen van technisch beleid, opleiding van het technisch kader en financiën. We willen dat clubs een belangrijke functie innemen. Niet alleen bij de ontwikkeling van spelers en coaches, maar ook in maatschappelijke impact. Dat is goed voor de club, voor de KNHB maar ook voor de ‘BV Sport’.’

Arno den Hartog met Oranje Heren Zaal-aanvoerder Robert Tigges na het behalen van de gouden medaille op het WK Zaalhockey in 2015. Foto: Koen Suyk

Het einde van een functie is het ook het moment om terug te kijken op een succesvolle periode als technisch directeur met gouden medailles op EK’s, WK’s en de Olympische Spelen. Waar ben je het meest trots op?
‘Het feit dat we er als KNHB samen met al die begeleidingsteams in zijn geslaagd om de randvoorwaarden zodanig te creëren dat we al vele jaren mooie successen hebben kunnen behalen met de nationale teams.’

Dat is heel abstract. Wat spring er echt uit?
‘Ik kan echt niet een ding op noemen. De buitenwacht beoordeelt een prestatie op basis van het eindresultaat. Maar het voorwerk is helemaal niet zichtbaar. Als technisch directeur ben ik vooral bezig geweest met de processen om te komen tot prestaties. Daar zit de kracht om te kunnen presteren in mijn optiek. We leveren een indirecte bijdrage aan de prestaties op het veld.’

‘Als ik kijk naar de Oranje Dames ben ik trots op de continue prestaties die de dames al jarenlang leveren. Ze hebben niet op elk toernooi goud gepakt, maar zijn al jarenlang de nummer 1 in het internationale veld. De mannen zijn dat niet, maar hun competitie is ook breder. Het is heel knap hoe ze zich in dat krachtenveld hebben gehandhaafd. Natuurlijk willen ook zij de nummer 1 van de wereld zijn. Maar het is niet gemakkelijk om dat te bereiken. Ik heb er echter alle vertrouwen in dat het proces dat nu in gang is gezet uiteindelijk resultaat oplevert. En resultaat betekent een gouden medaille. Als Nederland spelen we niet om tweede te worden.’

Je analyseert je werk heel nuchter en ongeacht het resultaat van de Nederlandse teams vertoonde je weinig emotie. Maar er moeten in de afgelopen jaren toch momenten zijn geweest dat je juichend op de tribune stond bij successen of treurde bij verlies?
‘Als Nederland wint, vier ik dat van binnen. Als het team verliest, huil ik van binnen. Winst op het veld is het succes van de spelers en begeleiders. Zij zijn de acteurs. Zij spelen de hoofdrol. Wij mogen bij een grote overwinning achter de schermen best een toast uitbrengen en genieten van de successen. Maar altijd op de achtergrond.’

Arno den Hartog feliciteert Maartje Paumen met haar 200ste interland. Foto: Koen Suyk

‘Bij verlies moet je als technisch directeur de steun en toeverlaat van de spelers en het begeleidingsteam zijn.
‘Ik heb altijd van de toernooien genoten. Met name de Olympische Spelen zijn geweldig. Ik heb er veel meegemaakt. Het is mijn eigen keuze om in 2020 niet namens de bond bij de Olympische Spelen aanwezig te zijn. Dus dat vind ik niet erg. Maar misschien vlieg ik wel op eigen kosten naar Tokio.’


Wat vind jij? Praat mee...