10 zaaltips van zaalgoeroe Rohof: ‘Gebruik zo min mogelijk de balk’

Komend weekend begint voor veel hockeyers de zaalcompetitie. Tijd voor tien serieuze zaaltips van zaalkoning Teun Rohof (34) van Amsterdam. De international werd elf keer landskampioen (7x Amsterdam, 4x Oranje-Zwart) en wereldkampioen met Oranje in 2015.

1 – Gebruik zo min mogelijk de balk

Rohof: ‘De balken zijn elke week anders. De hoek van inval is weer anders dan de hoek van uitval. De ene balk is van ijzer, de ander van hout of plastic. Probeer niet te vaak de balk te gebruiken. Met de balk is er toch weer een extra station, in een pass tussen twee spelers. Technische perfectie bereik je door vooral strak en direct naar elkaar te passen.’ 

2 – Probeer bij de kop cirkel uit te komen en niet in de hoek

‘Je ziet vaak dat een aanval in de zaal in de hoek eindigt. Dat wil je niet. Je wilt eigenlijk altijd zo snel mogelijk naar de kop van de cirkel. Als de links- en rechtsachter overspelen, probeer je ruimte te creëren voor de pass naar voren. De ruimte die de aanvallers van de tegenpartij vrijlaten noemen we een ‘raam’. Zorg dat die ramen zo groot mogelijk worden. Terwijl er achterin wordt overgespeeld, kun je een carrousel lopen. Waarbij drie, vier of vijf spelers dynamisch van positie wisselen.’

3 – Train vooral de basistechnieken

‘Begin elke training met tien minuten basistechnieken. Forehand naar forehand. Forehand naar backhand. Zonder nog op de goal te werken. Daarna kun je patronen oefenen met elkaar, vanuit de opbouw. Daarna is het toch vooral de schakelmomenten en de strafcorners oefenen, want daar ga je in het zaalhockey uit scoren. Wij trainen de 3 tegen 1 echt eindeloos. Als we een partijtje doen, betekent corner halen twee keer een corner nemen, om extra te oefenen.’

NK Zaalhockey 2018 . Finale heren Amsterdam-Cartouche (5-4). Teun Rohof. Foto: Koen Suyk

4 – Geef strafcorner aan de verkeerde kant aan

‘Vanaf de rechterkant aangeven op de forehand van de sleper is het makkelijkst en snelst. Dan heb je alleen een aangever en een pusher nodig. Dat loopt vaak lekker. Natuurlijk kun je variëren met een afschuif erbij op links. Een stopper erbij kan, maar dan moet je wel de tijd hebben om dat met elkaar veel te kunnen oefenen.’

5 –  Strafcorner verdedigend: altijd met z’n allen, keeper loopt

‘Je staat daar in principe altijd met vijf man te verdedigen. De keeper moet gaan lopen, want die is het beste beschermd. Je hebt twee lijnstoppers en drie man die verdedigen.’

6 – Zaalstick moet dezelfde kromming hebben als veldstick

‘Zorg ervoor dat de kromming van je zaalstick dezelfde kromming heeft als de stick waarmee je op het veld speelt. Als dat niet zo is, kost het veel tijd om te wennen aan een andere kromming en kan een pass zo een afwijking van een meter naar links of rechts hebben.’

7 – Neem de grootst mogelijke handschoen

‘Neem de handschoen die zo groot is als toegestaan. Zodat je hand zo goed mogelijk is beschermd. Je hoeft ook net iets minder laag te zitten, omdat je handschoen groter is. Het hockeyt net zo lekker.’

Teun Rohof coacht zijn teamgenoten van Amsterdam. Foto: Koen Suyk

8 – Kinderen een houten stick, volwassenen misschien kunststof

‘In Duitsland en Oostenrijk hockeyen ze in de zaal veel met houten sticks, omdat hout meer gevoel heeft. Voor veel balcontacten en pingelen is hout misschien lekkerder. Als verdediger vind ik kunststof fijner. Ik wil power met mijn tackles. Voor kinderen is een houten zaalstick vaak goed. Dat is goedkoper. Als je ouder bent is kunststof misschien handig, omdat die sticks langer meegaan. Die zijn wel duurder.’

9 – Houd de passafstanden klein achterin

‘Er wordt veel over systemen gepraat met zaalhockey. Over twee man achterin, die veel op en neer passen. Dat is prima, maar ik adviseer bij de jeugd altijd de passafstanden op eigen helft wat kleiner te maken. Zodat ze makkelijk kunnen overspelen. Zet drie man in de opbouw. Eén iemand op de kop cirkel en een speler links en een speler rechts. Bij balverlies heb je dan ook een speler in het centrum staan, die de counter tegen kan houden.’ 

10 – Verdedig alles met je forehand, niet met je backhand

‘Probeer alles met de forehand te verdedigen. Dan weten de spelers achter je ook welke passlijn wel en niet dichtstaat. Die forehand moet dicht zijn. Gebruik zo min mogelijk je backhand met zaalhockey. Daar gaat de bal alleen maar van stuiteren.’


3 Reacties

  1. arnoldS

    arnoldS

    Dan praatte vorig jaar iedereen over Tigges, maar Rohof is toch echt wel het meubilair van het Nederlandse zaalhockey.

  2. hadewee

    hadewee

    interessant stukje met 2 mooie filmpjes erin. Vergelijk het tempo en de basistechniek tussen DLD/Oos en Nederland en je weet dat we lichtjaren achter liggen. Wél de balk slim gebruiken en wél de backhand inzetten, kun je in de WC-finale zien. En vooral: de basistechnieken goed uitvoeren. Daarop eindeloos oefenen heeft Rohof wel gelijk. Hét verschil: het tempo van handelen. Zie de corners van DLD en Oos Je moet een meer dan gemiddelde veld-hoofdklasser zijn om die mix van snelheid van de bal en van handelen aan te kunnen (lees: en te willen investeren). In de nieuwe Ned. selectie staat er niet één. Bij Duitsland en Oostenrijk wel. Bereken zelf je kans! Aan opportunisme hebben we niets.

  3. stekel

    stekel

    Leuk artikel, waarom niet een apart menu opzetten voor zaal hockey ? Kan dit mooi als eerste artikel feature piece zijn


Wat vind jij? Praat mee...