Mijn coronajaar: de stilte tussen hockeyvader en hockeydochter

2020 was door corona een bizar jaar. Ook voor de hockeysport. In deze rubriek Mijn coronajaar blikken redacteuren van hockey.nl in een persoonlijk verhaal terug op 2020. Vandaag Eelko Wester, vader van twee hockeyende dochters. 

‘Pap, hoe heb ik écht gespeeld?’

Mijn dochter stelde deze vraag toen we op een zaterdag in september vanuit het Amsterdamse Bos koers zetten richting Arnhem. Ze was zojuist met Upward MB1 door Pinoké van het veld getikt. Het werd een nulletje of vijf, maar de meiden hadden er werkelijk alles aan gedaan om de schade te beperken. Dus was er ondanks de nederlaag alle lof. Mijn dochter nam de complimenten in ontvangst. Ze glimlachte beleefd, maar ik wist wel beter. Dik verloren; dat werden honderd lange kilometers.

In de beslotenheid van de auto verdween dan ook direct de uiterlijke schijn. Ze mopperde en schold. Op de scheidsrechters, de tegenstander en vooral op zichzelf. Ik voelde haar vraag al aankomen. Dit was voor haar het moment van de waarheid. Nu wilde ze van mij het oordeel over haar spel. En eerlijk graag.

Ik herken dat wel. Als sporter was het oordeel van mijn vader het enige dat echte telde. Excuses aan al mijn trainers en coaches, maar aan hun bevindingen hechtte ik toch minder waarde. Net als aan hun tactische verhandelingen.

Foto: Constant Thoolen

Mijn vader kwam, als het ook maar even mogelijk was, bij al mijn wedstrijden kijken. Zelfs toen ik al ver in de twintig was, stond hij er in weer en wind. Het gaf me een vertrouwd gevoel. Als ik het veld op liep, zochten we even oogcontact. Bij het verlaten van het veld wilde ik van hem weten hoe ik had gespeeld. Dat oordeel kreeg ik met een eenvoudig handgebaar: thumbs up als ik goed had gespeeld.

Hij was zijn tijd ver vooruit.

Na het duel tegen Pinoké keek mijn dochter na het laatste fluitsignaal direct naar mij. Ik stak mijn duim fier de lucht in. Zo vader, zo zoon.

Krentenbol

Maar eenmaal in de auto wilde mijn dochter weten hoe ze echt had gespeeld. Terwijl ik een krentenbol at uit het meegekregen lunchpakket, namen we de wedstrijd en haar spel door. Ik complimenteerde haar vanwege haar tomeloze inzet en de power waarmee ze had gespeeld, maar was ook kritisch over haar balverlies in de beginfase en de strafcorner die naast in plaats van op het doel ging. De discussies waren soms heftig, maar we hadden ook lol. Om die kolderieke valpartij en die heerlijke panna waarmee ze haar tegenstander het bos in stuurde.

Tactisch gaf ik haar ook wat tips. Net als mijn vader mij vroeger. In mijn herinnering altijd aan de ontbijttafel. Dan moest het pak vlokken de hagelslag een beetje loslaten om te voorkomen dat de pindakaas kon scoren.
In de auto gebruikte ik de half afgeknabbelde krentenbol en het plakkerige broodje kaas in een poging beeldend zonedekking uit te leggen aan mijn dochter.
Ik eindigde mijn betoog met de conclusie dat het geen schande was om van Pinoké te verliezen. Een opmerking die haar nog meer in het verkeerde keelgat schoot dan de kruimelige Bastogne koek die als guilty pleasure in het lunchpakket zat. ‘Pap, we hebben dik verloren. Dat kun je toch noooooit accepteren?’

Verliezen voel je hier helemaal van binnen bij je hart.’

Ook in deze opmerking herken ik mezelf. Verliezen doet pijn en went nooit. Zelfs niet op 46-jarige leeftijd. Mijn jongste dochter, ze moet een jaar of zes zijn geweest, omschreef het na een verloren potje tennis ooit treffend: ‘Dat voel je hier helemaal van binnen bij je hart.’

Zwijgend vervolgden mijn dochter en ik de weg naar huis. We deelden het laatste kleffe broodje ham en lurkten aan het pakje drinken. Ze zette de muziek wat harder en ging verder op haar telefoon.

Thuis stapte ze uit, pakte haar hockeytas en zei: ‘Over twee weken moeten we naar Noordwijk, dan ga je toch wel weer mee?’

‘Jammer dat je er niet bij was’

Rijden was twee weken later niet meer nodig. Door dat verfoeide coronavirus werd de competitie stilgelegd. Opnieuw. Sindsdien speelde ze geen echte wedstrijd meer.

Ik ben blij voor mijn meiden dat ze nog steeds kunnen trainen en onderling wedstrijden kunnen spelen. Maar het is anders. Tegen teams van je eigen club spelen is anders. Zonder publiek spelen is anders. Voor mij is het anders.

Nog elke zaterdag verraadt haar gezicht bij thuiskomst direct het resultaat van de wedstrijd. Vrolijk bij een zege, boos en teleurgesteld als ze heeft verloren. ‘Hoe ging het?’, vraag ik steevast, waarna we de wedstrijd bespreken. Maar ook dat is anders. ‘Jammer dat je er niet bij was’, zei ze laatst.

Ik herken dat gevoel.

Mijn dochter is zestien jaar en kan prima zonder mij hockeyen. Maar we missen onze vader-dochter-momenten na afloop van de wedstrijd in de auto. Zelfs als ze 5-0 heeft verloren en we zwijgend een krentenbol eten.


4 Reacties

  1. Hendrik Jan

    Heel herkenbaar, als vader van 3 hockeyende meiden waarvan ik het geluk had ook nog trainer coach te zijn geweest.

  2. Eelco Houwink

    Want een bijzonder Kerstverhaal. Mijn dochter is juist ontzettend blij als ik er een keer NIET bij ben - echt onbegrijpelijk. En niemand die dit pa-Krajicek gevoel met mij wil delen (snifff huilie pruilie...)

  3. hockeydier

    Zo herkenbaar. Ik heb jaren mijn kinderen training gegeven en mogen coachen. Altijd gedacht dat ze er een keer klaar mee zouden zijn. Niets is minder waar.

  4. Sjoerd Lobach

    Geweldig verhaal en zo herkenbaar👍


Wat vind jij? Praat mee...