Ons India: Walibi in Bhubaneswar, riemen vast en gaan

De WK-steden Rourkela en Bhubaneswar zijn de komende weken het epicentrum van de hockeywereld. In ‘Ons India’ delen we onze belevenissen rondom het toernooi in het ongelooflijke oosten. Vandaag deel 2: Walibi in Bhubaneswar, riemen vast en gaan.

De eerste 48 uur in Bhubaneswar. Wauw. Bomen versierd met lichtjes, ladingen met gekleurde lampionnen overal – binnen en buiten – de lucht van wierook. Maar wat vooral opvalt, is het voortdurende getoeter in het verkeer, alsof India zojuist wereldkampioen is geworden. Het versterkt de verwondering alleen maar, vlak nadat we het vliegveld uitgestapt zijn. Het is intens, magisch en giga-druk.

Op het vliegveld van Bhuba – een stad van bijna een miljoen inwoners – wordt de hockeygekte al duidelijk. Grote billboards met hockeyers, reclames met spelers en een plek waar je op de foto kunt met de wereldbeker. Een replica, uiteraard. Zie je dat al voor je, op Schiphol? Een metershoge foto van Thierry Brinkman, Koen Bijen of een andere hockey-international die als held wordt vereerd?

Het vliegveld van Bhubaneswar. Foto: Willem Vernes

Natuurlijk niet. Maar in Bhuba kan het allemaal. Nog niet uit het vliegveld gestapt, werden we door onze Indiase medereizigers aangesproken. ‘You going to World Cup? You have tickets?’ No. we don’t. Want meestal zit het Kalinga Stadium tot de laatste stoel gevuld. Inderdaad, donderdag bij de wedstrijd van Oranje waren er flink wat lege plekken. Maar ’s avonds – en vooral als India speelt – is het stadion uitverkocht. Tot de nok toe. En zijn er geen zitplaatsen meer, dan klimmen de fans gewoon het dak op en is het publiek van mijlenver te horen. Bij elke bal van hun helden die naar voren gaat is het net alsof Justin Bieber, Lady Gaga en Coldplay tegelijk aan een optreden beginnen. Een oorverdovend kabaal. En als de 18.000 toeschouwers niet luidruchtig genoeg zijn, dan is er wel een volksmenner die het publiek aanjaagt door twintig keer (niet overdreven) achter elkaar ‘hockey’ te schreeuwen.

Walibi in Bhubaneswar

De rit van het vliegveld naar ons hotel – waar het Belgische team in 2018 zat – duurt ongeveer een kwartiertje. Voor 400 roepie, omgerekend een euro of vijf. Ja, we hadden absoluut af moeten dingen. Leermomentje. In de taxi, met een vrolijke gouden feestslinger aan de zijspiegel beginnen we aan een ware belevenis. Een attractie. Een achtbaan die nog net niet over de kop gaat. Riemen vast en gaan. Op hoop van zegen. Walibi in Bhubaneswar.

Het verkeer in India is een gekkenhuis. Voortdurend dus getoeter en geen regels op de wegen. Behalve dat ze aan de goede kant (links) van de weg blijven en stoppen voor een rood licht, is ook alles gezegd. Er lijkt een hiërarchie te zijn. Eentje waarin de auto het altijd wint. De maarschalk in een potje Stratego. De maarschalk wint het van de kolonel (tuktuk) en de kolonel wint het weer van een luitenant (scooter). De spion (fietser) heeft helemaal niks te zeggen. Al die voertuigen zijn stokoud en zorgen voor heftige uitlaatdampen.

Fietsen in Bhubaneswar. Foto: Willem Vernes

De lucht is vervuild, maar als je af en toe het nieuws volgt, wist je dat al. De uitlaatdampen en gassen zorgen voor een dikke laag smog. De bevolking noemt het zelf liever fog (mist, ontstaan door waterdruppels in de lucht) maar wij weten wel beter. Het is absoluut smog. Pure rook, door de extreme vervuiling. Waar je ook bent, het is klam. En warm. Maar zonnestralen zijn vrijwel niet te bekennen. Die zitten allemaal verstopt. Die vervuiling zorgde er ook voor dat het Nederlandse elftal niet terug kon vliegen van Rourkela naar Bhuba. Kortom, de luchtkwaliteit is ronduit bagger. Je krijgt er waterige ogen en een pijnlijke keel van. Alsof je de roet van buiten moet ophoesten.

Toch moeten we de deur uit. De straat op. Van het hotel naar het stadion. Van het stadion naar het hotel. We wilden met een tuktuk, zo’n geinige driewieler. Dat leek ons wel wat. Dat zou toch wel passen? Terwijl we aan de kant van de weg staan, is de attractie niet meer het verkeer, maar een groepje westerse journalisten. Bepakt en bezakt. Een genot om naar te kijken. Hello naar te roepen en te blijven zwaaien. We zwaaien vriendelijk terug, tot er een tuktuk stopt. Aan de overkant van de weg. We moeten oversteken. Door het mierennest. Zo druk als het Stratumseind met carnaval (sorry, ik kom uit Brabant). Dat zou ‘m niet gaan worden. Dat durven we niet. Een tuktuk later – yes, wel aan onze kant – stopt. En stelt voor om de tas met videocamera op het dak vast te binden. Nee. Slecht idee. Daar staan we dan. De training van Oranje is al lang begonnen.

Foto: Willem Vernes

Hoofdwiebel

Terug naar het hotel. Vier sterren. Op vijf minuten rijden van het stadion. We kunnen niet wachten op luxe, comfort en goed eten. Maar al direct bij het inchecken, krijgen we te maken het echte India. Maanden geleden hadden we onze reis al geboekt. Maar toen we een dag voor aankomst even niet reageerden via Booking – natuurlijk niet, we zaten in het vliegtuig – besloten de vriendelijke hotel-medewerkers dat de reservering wel een dag later kon starten. Geen eigen kamer dus. Ze beloofden ons dat het een dag later beter zou zijn. Ja, we hadden argwaan. Maar met een prachtige en typische Indiase ‘hoofdwiebel’ – ja knikken, al schuddend met het hoofd – verzekeren ze ons van twee weken goede nachtrust.

Ze hadden gelijk. Inmiddels zitten we allemaal op onze eigen vierkante meters. Nog zonder wifi, maar met een hotspot kom je heel eind. In de badkamer een kraan omwikkeld in tape. Want water drinken is absoluut uit den boze. Een rechtstreekse tocht naar de wc. De manier om zeker te zijn dat de meegenomen ORS aangebroken wordt. Maar zelfs van die bijzondere hygiëne, zijn we nu al een beetje gaan houden. Terwijl het nieuws binnen dwarrelt dat het in Nederland sneeuwt, werpen we hier een blik uit het raam. Zien we een compleet andere wereld. Ruiken we andere geuren. En horen we – natuurlijk – dat eeuwige getoeter.

De taxi – dus niet de tuktuk – staat voor de deur. Op naar het stadion. We zijn hier immers, tussen alle verwonderingen door, voor het WK hockey.

De muurschilderingen in Bhuba van WK-deelenemers. Foto: Willem Vernes


Wat vind jij? Praat mee...