Vijf opstekers voor de Oranje Heren (en één verbeterpunt)

De eerste hoofdprijs van deze hete hockeyzomer is een prooi geworden voor de Oranjemannen. De EK-beker is door alle spelers gestreeld, gekust en omhoog gehouden. Naast mooie foto’s leverde het gewonnen Europees kampioenschap ook vijf opstekers op voor de ploeg van Max Caldas richting Tokio. En daarnaast een kleine kanttekening.

1. Het wapen dat veerkracht heet

Twee ultralate comebacks. Op z’n Duits, zoals we dat in Nederland zo vaak noemen. Ze waren illustratief voor dit EK. Het toernooi waarin Oranje op het tandvlees de finale bereikte en die op dezelfde manier won. We hebben genoten van een aantal messcherpe aanvallen, bijvoorbeeld die geweldige 2-0 in de eerste ontmoeting met Duitsland – met die prachtpass van Sander de Wijn. Maar het was niet de titel van de schoonheid of het stylisme.

Het was de titel van de veerkracht.

Het moment van de ommekeer bij Nederland-België; het opstootje met Sander de Wijn. Foto: ANP

Van stoïcijns geloof blijven houden. Nederland liet zich niet van de wijs brengen door een tegengoal, gemiste kans of een kaart. De selectie van Caldas had dit toernooi een soort aura van onschendbaarheid om zich heen. Een teflon laagje, waar alle problemen weer soepeltjes vanaf gleden. Een laagje dat mede ontstond doordat er al duidelijkheid – dus zekerheid – was over de olympische selectie. Er was geen interne strijd, geen ambities op de achtergrond en dat gaf rust.

Oké, natuurlijk was er die groepswedstrijd tegen Duitsland waarin Oranje juist een voorsprong verspeelde in de slotminuten. Noem het leergeld voor de momenten dat het er echt om ging. Op dat moment leek het alsof Nederland een hoge prijs betaalde, maar die ervaring betaalde zich in de halve finale en de finale meer dan uit.

Doelman Pirmin Blaak – over hem hieronder meer – haalde na de gewonnen finale het vorige EK aan, waar Nederland in de halve finale na een vroege achterstand verzoop tegen Spanje. ‘Daar gingen we alleen maar slechter spelen toen het niet liep. Konden we het niet repareren, de wedstrijd niet omdraaien. Nu konden we ondanks late tegengoals terugkomen in de wedstrijd. Dat geeft vertrouwen.’

Het moment van de ommekeer? Wellicht het opstootje tussen Sander de Wijn en de Belgen Arthur Van Doren en Victor Wegnez. Daarin toonde Oranje territoriumgedrag. Tot hier en niet verder. Dit is ons huis, hier zijn wij de baas. Als dat hockeyend niet bewezen kan worden, dan maar op karakter.

2. De strafcorner van Jip Janssen

Jip Janssen had pas één groot toernooi gespeeld met Oranje. Het EK van 2019, waar hij tweede viool speelde achter Mink van der Weerden. Maar dit EK stond hij in de schijnwerpers op kop cirkel. Twee keer was hij de reddende engel van Oranje. Tegen België scoorde Janssen vier minuten voor tijd. Op dat moment de belangrijkste corner van zijn loopbaan. Tot twee dagen daarna. Want toen was de druk nog groter.

Janssen na de 2-2 tegen België. Foto: Willem Vernes

Negen seconden voor het einde, bij een 2-1 stand voor de Duitsers. Hij stond er weer. Hij deed het weer. Het Wagener hield z’n adem in en ontplofte door hem. Het ijskonijn die de cirkelrand als jachtgebied heeft. Janssen liet zien dat hij over stalen zenuwen beschikt. Dat stress geen vat op hem krijgt en dat hij opstaat op bepaalde momenten. Geen hoek kiezen, maar de keeper onder vuur nemen. Johan Neeskens-achtig rammen. Vlammen voor volk en vaderland. Alleen zijn masker herinnert nog aan de zware tijd die hij achter de rug heeft. Nog geen twee maanden geleden vreesde Janssen voor het einde van z’n loopbaan, toen hij een zware oogblessure opliep. Dat hij dit EK zo’n hoofdrol heeft opgeëist is niet alleen sprookjesachtig mooi voor de Kamponger, het geeft ook veel hoop en vertrouwen richting Tokio.

3. De soepele shoot-outs

Een penaltysyndroom zoals onze nationale voetbalploeg ook had, daaraan hebben de Oranjemannen nooit geleden. Maar om nou te zeggen dat shoot-outs de meest favoriete bezigheid waren van Nederland? Dat ook niet. Natuurlijk doemt gelijk de herinnering weer op aan het laatste WK, waar Oranje er op deze manier vanaf ging tegen België. Voor dit EK verloor Nederland in het tijdperk Caldas – sinds de Champions Trophy in 2014 – acht van z’n vijftien series. Iets meer dan de helft dus. Geen cijfers waardoor je heel lekker aan zo’n zinderende climax van een wedstrijd begint.

Jorrit Croon na z’n rake shoot-out tegen de Belgen. Foto: Willem Vernes

Op het EK kwam Nederland nooit in de problemen tijdens de shoot-out-series. Oranje, dat zowel tegen België als Duitsland als eerste aan de bak mocht, stond geen enkele keer op achterstand. Pirmin Blaak eiste een hoofdrol op met schitterende saves, maar ook Jorrit Croon en Thijs van Dam toonden hun koelbloedigheid op de matchpoints van Oranje. Ook een mooi gegeven: Thierry Brinkman en Robbert Kemperman misten tegen België, maar hoorden in de finale gewoon tot het rijtje shootout-nemers. Dat vertrouwen betaalde zich uit: in de eindstrijd scoorden ze allebei wél. De shootout-koning van Oranje is en blijft Jorrit Croon. Hij miste nog nooit in het Nederlands elftal: Croon nam er zes en die leverden allemaal een treffer op. Da’s dus een zekerheidje als het in Tokio weer op shoot-outs uitdraait.

4. Pirmin in blakende vorm

Natuurlijk viel zijn naam al eerder in dit verhaal. Hij kreeg de prijs voor beste keeper van het toernooi. Maar eigenlijk had hij ook de award voor beste speler – die nu merkwaardig genoeg werd uitgedeeld aan Pau Quemada uit Spanje – wel verdiend. Niet dat dit kon, omdat Blaak een keeper is. Maar goed. Blaak stak in topvorm dit toernooi. Alsof hij magneten had verstopt in zijn complete keeperspak en toebehoren. In de groepswedstrijd tegen Duitsland voorkwam hij een zekere treffer van Niklas Bosserhoff met zijn stick, tegen België verijdelde hij een schot van Tom Boon met z’n helm.

Pirmin Blaak, de muur van Oranje. Foto: Willem Vernes

Ja, Blaak bracht Nederland in de eerste wedstrijd tegen de Duitsers in zwaar weer, door een groene kaart te pakken toen hij de bal sarrend wegtikte. Het leek hoogmoedig zoals het Griekse mythologisch figuur Icarus, die door zijn roekeloosheid te dicht bij de zon vloog en daardoor neerstortte. Maar Blaak herrees – als een feniks, om even in dezelfde wereld te blijven – en keepte een sensationeel toernooi. Hij betaalde het vertrouwen uit aan Caldas, die hem in een vroegtijdig stadium koos als eerste keeper. ‘Pirmin heeft dit toernooi wat neergezet’, stelde Thierry Brinkman na afloop van de finale. ‘Het is echt niet fijn om op hem af te lopen. Dat zullen ze bij andere teams ook weten.’

5. Aanvallende veelzijdigheid

Extreem veel scoorde Nederland dit toernooi niet. Vijftien goals in vijf wedstrijden. Dat is keurig, maar meestal doet Oranje het gemiddeld beter. Opzienbarend is dat aantal dus niet. Wat wel opvallend is, is hoeveel spelers er voor die doelpunten zorgden. Maar liefst acht mannen van de kersverse Europees kampioen konden met het vingertje omhoog teruglopen naar de middenlijn.

Brinkman en Kemperman vieren de 2-0 in de eerste wedstrijd tegen Duitsland. Foto: Willem Vernes

Wat zegt dat? Dat bij Nederland het gevaar van vele kanten komt. Hierboven hebben we de directe corner van Oranje al opgehemeld. Daarbij komen nog varianten – zoals die van Seve van Ass in de groepswedstrijd tegen Duitsland – en de veldgoals. Jeroen Hertzberger, Mirco Pruyser, Thijs van Dam, Robbert Kemperman, Billy Bakker…allemaal pikten ze één of meerdere goals mee. Aan aanvallende veelzijdigheid dus geen gebrek.

Verbeterpunt

Natuurlijk zijn er na een titel meer plussen dan minnen te bespreken. Iets anders zou vrij zuur zijn. Maar we stippen er toch nog even eentje aan. Oranje maakte het zichzelf namelijk soms wel erg moeilijk dit toernooi.

De laatste twee wedstrijden hadden een extreem hoog oog-door-de-naald-gehalte. Het liep twee keer goed af, maar het scheelde slechts een haartje. Nederland zou zichzelf een dienst bewijzen door niet in deze Houdini-achtige-situaties terecht te komen. Het was sensationeel hoe Oranje bijvoorbeeld in de finale ontsnapte, maar of dit telkens goed blijft aflopen?

België was bovendien beter, oordeelde men in het Oranje-kamp na de halve finale. Duitsland was in de eerste helft van de finale ook dominanter. De prijs ging naar Oranje, dat maar twee duels binnen de reguliere tijd won (een diepterecord). Je hoeft immers niet altijd beter te zijn om te winnen, al kan dat wel een hoop reparatiewerk en zweetdruppels schelen.


3 Reacties

  1. luchtisblauwgrasisgroen

    ‘Je hoeft immers niet altijd beter te zijn om te winnen.’ De statistische kans dat je wedstrijden blijft winnen waarin je de mindere bent, neemt natuurlijk steeds af. Op de OS moet Oranje zorgen dat ze wel de betere zijn, om de meest waardevolle prijs in het hockey te pakken.

  2. ashleyisgod

    Mooie analyse. Misschien nog aanvullend: mooie nieuwe 'diepe' rol van B. Bakker, scherpe videoreferrals, wat minder rendement van corners, minder rendement Th. van Dam (mooie shootout, maar in de wedstrijd weinig effectief).

  3. nuchterrr

    Prachtig beschreven en helemaal waar ,gezien alle wedstrijden Nederland Heel terecht Kampioen !


Wat vind jij? Praat mee...